Verzekeraar houdt niet van zorg over de grens

Zorgverzekeraars moeten behandelingen in het buitenland vergoeden. Dat doen ze vaak niet, en altijd met moeite. ,,Ze traineren, allemaal.''

Een Haags gezin kwam in september vorig jaar op het spreekuur van kinderpsycholoog Dirk Jan van der Meer. De dochter van negen jaar sliep slecht, luisterde slecht en ze ging met buikpijn naar school. In Den Haag zou het driekwart jaar duren voor het meisje kon worden behandeld. Er is in Nederland al jaren een tekort aan kinderpsychologen en kinderpsychiaters.

Het gezin kon wel binnen enkele weken bij Van der Meer terecht, in Duitsland. ADHD was zijn diagnose, het meisje kreeg medicatie en behandeling, het gezin advies. Al snel ging het beter met het meisje. De ouders belden met de zorgverzekeraar, of die de behandeling zou vergoeden. Nee, zei de zorgverzekeraar.

Toen de Europese rechter vorig jaar besliste dat een patiënt zonder voorafgaande toestemming van de verzekeraar voor kortstondige medische zorg naar het buitenland mag (arrest Müller-Fauré/Van Riet), maakte Dirk Jan van der Meer (46) een keuze. Hij had vijftien jaar in een kinderpsychiatrische inrichting gewerkt en twee jaar als adviseur op een basisschool. De jeugdzorg in Nederland stond hem tegen. Lange wachtlijsten, hoog ziekteverzuim, en altijd was er te weinig geld. Hij kon dit werk tot aan zijn pensioen volhouden. Hij kon nu ook, dankzij de uitspraak van het Hof, met enkele Nederlandse en Duitse collega's in Duitsland een kliniek beginnen.

Dat deed hij. Hij richtte in september het centrum voor kinderen met ontwikkelingsproblemen `Olivo' op in Velbert, net over de grens bij Arnhem. Daar werken kinderpsychiaters en -psychologen samen. Van daaruit kon hij Nederlandse kinderen wél binnen enkele weken behandelen, thuis, op school, of één dag in de week in de Duitse kliniek.

Maar toen bleek dat de Europese rechter wel iets kon beslissen, maar dat het de Nederlandse zorgverzekeraars zijn die het besluit moeten uitvoeren. Zij moeten de behandeling vergoeden en volgens Van der Meer en zijn collega's doen zij dat met zo veel tegenzin dat het patiënten vrijwel onmogelijk wordt gemaakt naar het buitenland te gaan. Van de 120 kinderen die hij behandelde kregen er honderd hun behandeling ,,na eindeloos traineren'' vergoed. De overigen wachten nog altijd op hun geld. Volgens Van der Meer maken vrijwel alle verzekeraars het zijn patiënten lastig, ,,de een wat meer dan de ander''. Om de gezinnen niet nog meer te belasten nam hij zelf al het papierwerk op zich. ,,Als de ouders naar de zorgverzekeraar bellen is het standaardantwoord dat het niet mag. Als ik bel en vraag naar de medisch adviseur zegt die: `O ja, Müller-Fauré'.''

In 2000 kreeg het College voor Zorgverzekeringen 212 verstrekkingengeschillen voorgelegd over zorg in het buitenland. Vorig jaar waren dit er 402.

Michel Blom is de advocaat van mevrouw Müller-Fauré, naar wie de uitspraak vernoemd is. Hij zegt dat het beleid is van zorgverzekeraars om behandelingen in het buitenland ,,kritisch'' te bekijken. ,,Verzekeraars hebben contracten met zorgverleners in Nederland, waarin ze jaarlijks vaststellen hoeveel zorg ze voor welke prijs kunnen verwachten. Over de grens hebben ze daar geen zicht op. Ze zijn bang dat de kosten uit de hand zullen lopen, ondanks het feit dat behandeling in het buitenland vaak goedkoper is'', zegt advocaat Blom.

Van der Meer stuurt de rekening en de verwijsbrief van de huisarts van het Haagse gezin direct in september door naar Delta Lloyd. Delta Lloyd stuurt het door naar Mandema & Partners, een bedrijf dat dit soort uitbetalingen voor Delta Lloyd uitvoert. En dan is Mandema & Partners de verwijsbrief ineens kwijt. Later is het bedrijf ook de rekening kwijt. En nog later zeggen ze: we komen er niet uit, we sturen de zaak terug naar Delta Lloyd.

Bij Delta Lloyd wil de medisch adviseur weten of de behandeling wel medisch noodzakelijk is, hij wil het artsenregistratienummer van Van der Meer hebben en een uitgebreide medische motivatie waaruit moet blijken dat Van der Meer de juiste behandelaar is voor deze aandoening. Vier keer moet hij die motivatie herschrijven.

Volgens het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) mogen verzekeraars informatie opvragen voorzover die noodzakelijk is om de aanspraak te kunnen toetsen. ,,Voor psychiatrische hulp moet de verzekerde beschikken over een verwijzing. Die verwijzing moet toetsbaar zijn'', aldus het CVZ. Van der Meer stuurt gehoorzaam alle informatie op, de huisarts laat hij een nieuwe verwijsbrief schrijven. Op het moment dat Delta Lloyd alle benodigde informatie heeft binnengekregen wijst ze de aanvraag af, het is dan zeven maanden later. De verzekeraar concludeert dat het meisje door de huisarts is ,,verwezen naar een afdeling psychiatrie in verband met nadere diagnostiek. Zij is niet naar een psycholoog verwezen voor behandeling. De door u ingediende facturen komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.'' Maar in de eerste, zoekgeraakte verwijsbrief wordt volgens Van der Meer wel om behandeling verzocht. En in de tweede verwijsbrief staat letterlijk dat het meisje in de eerste verwijsbrief is verwezen naar ,,de afdeling psychiatrie''. Een woordvoerder van Delta Lloyd zegt niet op het dossier van een individuele klant in te kunnen gaan. Hij bevestigt wel dat ,,indicatie en behandeling van elkaar verschilden'' en dat de aanvraag om die reden is afgewezen.

Van der Meer huurt een incassobureau in, dat de zaak van hem over neemt. ,,Het kostte me te veel tijd''. Het incassobureau heeft de zaak inmiddels overgedragen aan een advocaat.

Heeft u een geschil met uw zorgverzekeraar over de vergoeding van een operatie of behandeling in het buitenland, dan kunt u dit mailen naar

zorgverzekeraar@nrc.nl