Presteren is niet langer taboe op Duitse universiteiten

Als gevolg van selectievrees, chronisch geldgebrek en regelzucht behoren de Duitse universiteiten al lang niet meer tot de internationale top. De roodgroene regering probeert hun prestaties met extra geld op te krikken.

Drie maanden hielden de studenten in Berlijn afgelopen winter stand. Ze bezetten gebouwen, zwommen in een ijskoude Spree (in surfpak) en holden (naakt) over de kerstmarkt. Inmiddels zitten ze weer binnen. Slechts een enkel versleten spandoek aan de gevel van de Humboldt universiteit in Berlin Mitte herinnert nog aan de ludieke winteropstand tegen bezuinigingen op academisch onderwijs.

Een groot succes waren de acties niet. De bezuinigingen – in Berlijn 54 miljoen euro in twee jaar – gaan gewoon door. Toch was de moeite niet helemaal tevergeefs: na jaren prijkt de matige kwaliteit van Duitse universiteiten en hogescholen weer boven aan de politieke agenda. Dankzij de studenten én dankzij een verrassende ideologische ommezwaai in regeringspartij SPD.

In Goethe-stad Weimar predikten bondskanselier Gerhard Schröder en minister van Onderwijs, Edelgard Bulmahn, in januari een bescheiden revolutie. Duitsland, ooit land van Dichter und Denker, heeft anno 2004 dringend behoefte aan elite-universiteiten, verkondigden de sociaal-democraten. En de roodgroene regering, amper in staat de eindjes aan elkaar te knopen, heeft daar op korte termijn 250 miljoen euro voor over. Dat is des te opmerkelijker omdat de universiteiten exclusief domein van de deelstaten zijn. Eigenlijk heeft de bondsregering in de academische wereld niet veel te zoeken.

Een Duits Harvard? Gepropageerd door links? Peter Gaehtgens wist niet wat hij hoorde. ,,De SPD is nu niet bepaald het politieke kamp waarvan men ondersteuning voor elites verwacht'', zegt Gaehtgens, tot vorig jaar rector van de Freie Universität in Berlijn, nu voorzitter van de Hochschul Rektoren Konferenz, de nationale lobby van universiteiten en hogescholen. ,,Het begrip elite ligt in Duitsland heel moeilijk, maar eindelijk wordt dan toch afgerekend met het beginsel dat allen gelijk zijn. Het argument van rechtvaardigheid is doorgeschoten. Iedereen moet toegang hebben tot academisch onderwijs, maar of je mag blijven, moet afhangen van je prestaties.''

In zijn kantoor aan de Gendarmenmarkt trekt Gaehtgens een vergelijking met de Champions League. Na de recente nederlaag van Bayern München tegen Real Madrid is Duitsland niet meer vertegenwoordigd in de Europese voetbalhemel. ,,Duitse voetbalverenigingen moeten nu iets doen om in de Europese elite terug te keren. Zo hoort dat.''

Duitse universiteiten behoren al lang niet meer tot de internationale top. Het zijn immense leerfabrieken geworden (twee miljoen studenten) waar studenten weliswaar een acceptabele basisopleiding krijgen, maar waar geen Nobelprijswinnaars worden gekweekt. De Duitse Nobelprijzen worden gewonnen door wetenschappers in dienst van ondernemingen of niet-universitaire wetenschappelijke instituten. De democratisering van de universiteit, ingezet in 1968, heeft `presteren' en `selecteren' in een kwaad daglicht gesteld. De Duitse universiteiten gaan daar, aldus Gaehtgens, nog steeds onder gebukt.

Door een jarenlang gebrek aan geld zijn de universiteiten ook wat betreft voorzieningen niet meer bij de tijd. Sinds 1980 zijn de uitgaven per student gemiddeld met 15 procent gedaald. En terwijl in de jaren negentig wel nog geïnvesteerd werd in de wederopbouw van universiteiten in de nieuwe deelstaten, liepen veel instellingen in het westen een achterstand op.

Gebouwen, technische uitrusting, bibliotheken, personeel: Duitse universiteiten lopen achter op het buitenland. Voor elke hoogleraar telt Duitsland gemiddeld 58 studenten, in de VS is die verhouding 1 op 25. ,,Het is belachelijk. Iedereen weet al jaren dat de universiteiten niet genoeg geld hebben en toch gebeurt er niets.''

De universiteiten zitten klem. De deelstaten, die de universiteiten voor 95 procent financieren, zitten notoir krap bij kas. Het bedrijfsleven levert nauwelijks een bijdrage. ,,Als Duitse bedrijven hun uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling naar het buitenland verplaatsen is dat een alarmsignaal. Duitse bedrijven denken dat Duitse universiteiten niet geschikt zijn omdat ze niet efficiënt zijn. Ze investeren liever in Caltech omdat ze denken dat het rendement daar hoger is. Alleen al om het vertrouwen van de eigen industrie terug te winnen moet er iets gebeuren.''

Geldgebrek en veel studenten vormen niet de enige problemen. De universiteiten zijn door de overheid in een keurslijf geperst. ,,We kunnen ons nauwelijks nog bewegen.'' De staat is ,,buiten alle proporties'' dominant en schrijft instituten en wetenschappers tot in het kleinste detail voor welke taken hoe vervuld moeten worden. Concurrentie tussen openbare universiteiten bestaat niet; privé-universiteiten hebben maar een fractie van de markt. Gaehtgens, pleitbezorger van de ,,ondernemende universiteit'' hoopt dat de discussie over de elite-universiteit daarin verandering brengt.

Onder de motto `Brain up. Duitsland zoekt haar topuniversiteiten' wil de SPD een wedstrijd onder de universiteiten houden. Een internationale jury mag beoordelen welke instelling met modern management excellente resultaten in onderzoek en opleiding kan boeken. De vijf winnaars krijgen elk vijftig miljoen om het plan te verwezenlijken.

Het voorstel leidde onmiddellijk tot een politiek gevecht. Als slechts vijf inzendingen bekroond worden, dan weet een meerderheid van de zestien deelstaten dat de bonus aan hen voorbij zal gaan. De deelstaten deden daarom een tegenvoorstel: Bulmahns wedstrijd mag niet slechts enkele instellingen bevoordelen maar moet innovatieve netwerken, bestaande uit verschillende instellingen, honoreren. Gaehtgens laveert nu tussen beide kampen, in de hoop dat het geld voor de universiteiten niet verloren zal gaan. ,,Ik zit dezer dagen veel aan de telefoon.''

Het streven naar rechtvaardigheid en de vrees voor de opkomst van een zelfbenoemde elite heeft Duitsland er vooralsnog ook van weerhouden om collegegeld te heffen. Terwijl Nederlandse studenten 1476 euro per jaar betalen, is studeren in Duitsland gratis. Een aantal deelstaten kent wel een boete voor de `eeuwige' student. In Hessen, bijvoorbeeld, kost studeren vanaf het vijftiende semester 500 euro per half jaar. De roodgroene regering in Berlijn, die nu voor elite-universiteiten werft, vaardigde in 1998 nog een expliciet verbod uit op het heffen van collegegeld, uit vrees dat armlastige deelstaten met een conservatieve regering op eigen houtje een fors entreegeld zouden heffen. De omstreden wet ligt nu bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe.

Voor de SPD is het verbod op collegegeld een kwestie van maatschappelijke solidariteit, een garantie voor gelijke kansen. Collegegeld zou kinderen uit gezinnen met lage inkomens afschrikken. ,,Een volledig onzinnig argument'', zegt Gaehtgens. ,,We halen de kinderen uit arbeidersgezinnen ook nu al niet binnen, hoewel we geen collegegeld heffen. Bovendien studeren mensen uit eigen belang. Je verwerft intellectueel kapitaal waarmee je later geld verdient. Ik zie niet in waarom je dat cadeau moet krijgen.''

Tweede van vier artikelen over veranderingen in het hoger onderwijs. Het eerste deel verscheen op 18 maart.