`Paniek door onnodige ruimingen'

Drie pluimveebedrijven zijn geruimd na scherpere controles op vogelpest. De Utrechtse hoogleraar virologie Stegeman betwijfelt het nut van de snelle ruimingen.

Het ruimen van pluimveebedrijven waar een lichte variant van het vogelpestvirus is aangetroffen, ,,levert een onterechte paniekstemming op die schadelijke gevolgen heeft voor de pluimveesector''.

Dat zegt professor dr. A. Stegeman, hoogleraar virologie aan de Universiteit Utrecht. De afgelopen anderhalveweek zijn vier pluimveebedrijven geruimd, in Uithuizermeeden, Lopik, Steenbergen en Liempde. In Uithuizermeeden werden bij kippen anti-stoffen tegen een lichte variant van het vogelpestvirus aangetroffen. Bij het bedrijf in Lopik waren eenden drager van het virus, eveneens in de lichte variant. Hetzelfde virus heerste in de bedrijven in Steenbergen en Liempde, die eenden uit dezelfde zending als het bedrijf in Lopik hadden ontvangen.

Stegeman zegt te ,,begrijpen'' dat het ministerie van Landbouw het bedrijf in Uithuizermeeden heeft geruimd, maar stelt óók dat dit uit virologisch oogpunt onnodig is. ,,Als de dieren anti-stoffen dragen, betekent dat juist dat ze de infectie overwonnen hebben. Ze zijn dan heel goed beschermd.'' De ruiming is volgens hem vooral bedoeld om te laten zien dat het ministerie geen enkel risico neemt.

Ook als kippen het zogeheten laagpathogene virus zelf dragen, is ruimen volgens Stegeman niet noodzakelijk. ,,Het bedrijf in quarantaine plaatsen en kijken wat er vervolgens gebeurt, is dan veel verstandiger. Laagpathogene virussen zijn niet dodelijk. De dieren worden zelfs nauwelijks ziek. In verreweg de meeste gevallen breken de kippen het virus zelf af.''

Virussen delen zichzelf voortdurend. In één op de 10.000 delingen – of mutaties – kan een virus ontstaan dat anders, en mogelijk gevaarlijker, is dan het oorspronkelijke virus. Als dit in voldoende mate gebeurt, kan een laagpathogeen virus muteren in een zeer besmettelijke, dodelijke variant. Met een epidemie als gevolg.

De kans dat Nederland een nieuwe vogelpestepidemie te wachten staat, acht Stegeman ,,uitermate klein''. Dat de afgelopen week op drie plaatsen een variant van het vogelpestvirus is aangetroffen, komt volgens hem simpelweg doordat pluimveebedrijven sinds kort stelselmatig worden gecontroleerd. ,,Het is niet meer dan logisch dat we hierdoor vaker virussen vinden.'' Mogelijk horen de virussen gewoon bij het leven, zegt Stegeman. ,,We weten dat niet zeker, omdat er nooit eerder op deze schaal op gecontrollerd is.''

De preventieve ruimingen, die niet verplicht zijn volgens Europese wetgeving, hebben een schadelijk neven-effect. Japan, Rusland, Polen en Singapore kondigden sindsdien een importverbod af voor Nederlands pluimvee, dat Polen overigens alweer grotendeels heeft opgeheven. Maar het kwaad voor het imago is volgens Stegeman inmiddels geschied. ,,Je wekt met die ruimingen onterecht de indruk dat er iets ernstigs aan de hand is. Andere landen controleren niet en vinden dus ook niets. Zo wordt Nederland gestraft voor zijn eigen voorzichtigheid.''

Minister Veerman erkent dit probleem en heeft daarom maandag bij zijn Europese collega's op aangedrongen ook op meer inspanning in de vogelpestbestrijding.

Ten slotte is het volgens Stegeman ,,zeer de vraag'' of controles zoals die nu worden uitgevoerd een vogelpestepidemie als van vorig jaar kunnen voorkomen. ,,Dat virus had zich heel snel van de lichte in de dodelijke variant ontwikkeld. Gesloten pluimveebedrijven worden eens per jaar gecontroleerd, bedrijven waar de kippen naar buiten kunnen vier keer per jaar. Bij een snel virus ben je dan al te laat.''

Stegeman stelt een andere methode voor. Controleer gericht bedrijven waar signalen zijn dat iets mis is. De kippen in het bedrijf in Uithuizermeeden legden enkele weken geleden minder eieren. ,,Dat is een signaal dat er iets aan de hand is. Op zo'n moment moet je direct bloedproeven afnemen en het bedrijf in quarantaine doen tot je zekerheid hebt'', zegt Stegeman. ,,Dan controleer je veel gerichter en effectiever.''