Nederland raakt achterop bij ambities EU

Nederland haalt het niet om samen met Europa in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie te worden. Wordt Nederland van een `Lissabon-held' een `boef'? ,,Er wordt alleen in termen van bezuinigen gedacht.''

Op een slechter moment had Henk Don, de directeur van het Centraal Planbureau (CPB) de cijfers over de Nederlandse economie niet kunnen presenteren. Net nu de Europese regeringsleiders morgen de sociale en economische prestaties van hun landen doornemen, schetst Don een treurig beeld van de economie. In de race naar de finish voor `Lissabon' raakt Nederland achterop. Zo lukt het Nederland en Europa nooit in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld te worden.

De economische groei in Nederland valt dit jaar met ruim 1 procent tegen. De werkloosheid stijgt explosief. De overheidsfinanciën verslechteren en de hoge arbeidskosten zijn fnuikend voor de export. Volgens het Centraal Planbureau maakt Nederland momenteel de slechtste periode door sinds de Tweede Wereldoorlog. De groei is heel wat minder dan 3 procent die de Europese regeringsleiders jaarlijks wenselijk achten. Ook spraken zij in Lissabon af de werkloosheid te verminderen.

,,Volledige werkgelegenheid'' zou zelfs in het vizier moeten komen. Maar de arbeidsmarkt in Nederland geeft een ,,bijzonder somber beeld'' te zien, zei Don. De werkloosheid stijgt explosief. In 2001 was 3 procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkloos, verwacht wordt dat volgend jaar 550.000 Nederlanders geen baan hebben – 7 procent van de beroepsbevolking.

De toch al ambitieuze doelstellingen van Lissabon raken verder verwijderd. ,,Het gaat niet goed'', stelde minister Laurens Jan Brinkhorst (D66) van Economische Zaken onlangs vast na afloop van een internationale conferentie in Den Haag over de doelstellingen van Lissabon. ,,De structurele problemen waardoor Nederland zo langzaam groeit, worden onderschat. Er wordt alleen in termen van bezuinigen gedacht.''

Aanvankelijk stond Nederland er beter voor, blijkt uit het scorebord van het Centre for European Reform in Londen, dat de prestaties van de Europese landen nauwgezet volgt met het oog op de doelstellingen van Lissabon. Op drie terreinen hoort Nederland wat de onderzoekers betreft, die de Europese landen in `helden' en `boeven' hebben ingedeeld, tot de helden. Is Nederland op weg van een Lissabon-held een boef te worden? Nederland was al een van de vier landen (met Denemarken, Zweden en Groot-Brittannië) die aan de doelstelling voor werkgelegenheid van Lissabon voldeed: 74 procent van de beroepsbevolking had in 2002 een baan. Voor Lissabon was 70 procent al ruim voldoende.

Ook boekt Nederland terreinwinst op het gebied van liberalisering van telecomdiensten – een andere Lissabon-doelstelling. In Nederland zijn de internationale telefoonprijzen volgens de Britse onderzoekers ,,dramatisch gedaald''. De prijs van een 10 minuten durend telefoontje naar de Verenigde Staten daalde van 8,48 euro in 1997 naar 0,85 euro in 2003, het laagste in de Europese Unie. Nederland en Zweden bieden binnen de EU de goedkoopste beltarieven aan, stelt het Centre for European Reform vast.

Ook scoort Nederland goed wat betreft concurrentiepolitiek en het afbouwen van staatshulp. Op deze gebieden zijn grote landen als Frankrijk en Duitsland de boosdoeners met hun aanhoudende subsidies voor bedrijven.

Daarmee houdt het goede nieuws op. Nederland laat het afweten op het gebied van arbeidsproductiviteit. Het kampt met afnemende specialisatie in hoogwaardige technologische industrie, lage uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten en het is traag met het uitvoeren van Europese wetten die de interne markt beter moeten laten functioneren, stelde de Europese Commissie vast in haar eigen evaluatie van de Lissabon-agenda.

:pagina ]

,,De trage groei van de productiviteit is zorgelijk'', zegt Paul Tang, Europaspecialist bij het CPB. ,,Vele jaren lag Europa voor op Amerika, maar nu is het andersom. Per hoofd van de bevolking zijn Nederlanders een stuk armer dan Amerikanen. Nederlanders werken eenvoudig minder uren.'' Ze hebben langere vakanties en een kortere werkweek. Het aantal werkenden mag met ruim 70 procent hoog lijken, het beeld is vertekend doordat een groot deel van de werkenden bestaat uit deeltijdwerkers – vooral vrouwen. Dat is een groot verschil met de Verenigde Staten. Ook het aantal werkende ouderen is in Nederland te laag (40 procent).

Een andere reden voor de lagere productiviteit in Nederland, en de EU, is de spaarzame toepassing van nieuwe technologieën. Waarom wist Amerika in de jaren negentig zo'n enorme productiviteitsgroei te realiseren? ,,De druk voor bedrijven om te investeren in nieuwe technieken is er vele malen groter dan bij ons'', zegt Tang. Nederland en Europa kunnen niet langer volstaan met het kopiëren van nieuwe technieken. Nieuwe producten moeten worden ontwikkeld.

Ook moeten bedrijven in de zakelijke dienstverlening, zoals verzekeraars en banken, op veel grotere schaal de modernste informatie- en communicatietechnologieën toepassen. Dat verhoogt de productiviteit wezenlijk. Dit vereist volgens Tang topkwaliteit van onderzoekers en van onderwijs. Op deze gebieden moet Nederland beter presteren. Nederland haalt het doel van Lissabon om 3 procent van het bbp te steken in onderzoek en ontwikkeling bij lange na niet. De investeringen in onderwijs blijven achter, vooral in het basis- en voortgezet onderwijs zijn de uitgaven relatief laag, blijkt uit onderzoek van de OESO (Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling).

Daarnaast kampt Nederland met een braindrain. ,,De knapste mensen verlaten ons land. Als we niet in staat zijn kenniswerkers aan te trekken en het vertrek van kenniswerkers naar het buitenland te stoppen, schieten we onszelf in de voet'', zegt Brinkhorst. Ook vergrijzing dwingt Nederland tot verbreding van de economische basis. Een steeds kleinere groep moet de stijgende pensioenlasten en kosten voor zorg opvangen.

Verlenging van de werkweek, meer ouderen aan de slag, soepele toelating van kenniswerkers en herziening van de sociale zekerheid moeten volgens de minister bovenaan de agenda komen. Het grootste knelpunt voor hervormingen zijn de politieke instituties, meent Brinkhorst. Hij doelt op de sociale partners en het parlement. ,,Nederland probeert met gepolder aan keuzes te ontsnappen.'' Gebeurt er niets, dan zal Europa volgens hem heel langzaam verarmen. Ook Nederland.