Leiden als voorbeeld

Eeuwenlang heeft de Universiteit van Leiden wereldwijd model gestaan voor academische instellingen. Sinds vorige eeuw is dat niet meer het geval. Daar zijn veel oorzaken voor aan te wijzen, onder andere de democratisering van het hoger onderwijs. Dankzij studiefinanciering, meer algemene kennis en hogere welstand hebben steeds meer jongeren de weg gevonden naar de universiteit. Die ontwikkeling is toe te juichen, maar het is tegelijk wenselijk geworden binnen het hoger onderwijs beter te selecteren. Dat is gelukkig niet langer taboe. Niet elke universiteit of elke faculteit hoeft het onderwijs af te stemmen op de grootste gemene deler. Er zou onderling kwaliteitsverschil moeten zijn. Goede studenten moeten geprikkeld kunnen worden tot academische prestaties, gemiddeld presterende studenten kunnen opgeleid worden in een efficiënt, schoolser systeem.

Jarenlang hebben universiteiten hun opleiding verschoolst om grotere aantallen diploma's tegen minder kosten te kunnen uitreiken. De Universiteit van Leiden probeert nu haar studenten beter te selecteren. Op dit moment moeten eerstejaars al een minimumaantal punten halen om de studie voort te zetten: het bindende studieadvies. Dit studiejaar gaat de Leidse universiteit experimenteren met toelatingstoetsen. Omdat dergelijke toetsen wettelijk nog niet zijn toegestaan, hebben ze nog geen gevolgen. Over twee jaar moeten de toetsen wel bindend worden, als de Kamer dat bij wet mogelijk heeft gemaakt. Toelatingstoetsen liggen in de lijn van de plannen van staatssecretaris Nijs van Onderwijs die volgens haar nota ,,ruim baan' wil geven aan talent.

De massale toeloop naar sommige studies kan worden afgeremd, zodat mensen beter nadenken over wat ze willen studeren. Met het niveau van de studenten zou ook het peil van de docenten moeten stijgen. Dan is zelfkennis welkom. Lang niet alle Leidse faculteiten zijn de beste in Nederland en sommige zullen dat misschien ook nooit worden. Topfaculteiten elders kunnen dan hogere toelatingseisen stellen. In een goede faculteit zouden hoogleraren het geven van colleges niet langer mogen mijden. Een goede opleiding biedt een goede toekomst en daar zou meer collegegeld voor gevraagd kunnen worden – tegenover een hogere studielening – zodat de hoogleraar niet voor zijn budget hoeft bij te klussen en er geen omslachtige bezuinigingsbureaucratie in stand hoeft te worden gehouden.

Door te experimenteren met toelatingstoetsen gaat het Leidse universiteitsbestuur in tegen de eigen koepel van Nederlandse universiteiten, de VSNU. Deze organisatie houdt een kartel in stand van universiteiten die een gelijk niveau moeten behouden door af te zien van selectie. Ook studentenorganisaties wensen kartelvorming tot het laagste niveau. Zij willen de toelatingseisen aan de universiteiten zelfs verlagen tot havo-diploma's. Daarmee kiezen de studentenleiders voor verschoolsing, maar die moeten ze niet aan elke universiteit opleggen. Keuze is gewenst. De Leidse universiteit hoopt weer toonaangevend te worden en keert zich terecht tegen de grauwheid.

Gerectificeerd

Toelatingseisen

In het hoofdartikel Leiden als voorbeeld (24 maart, pagina 7) staat dat studentenorganisaties de toelatingseisen aan de universiteiten willen verlagen tot havo-diploma's. Dat is onjuist.