Kloof tussen droom en daad

Om van de EU in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te maken, lijkt een ver verwijderd doel. Belangrijkste oorzaak: gebrek aan politieke wil en politieke moed.

,,Hoe kunnen ministers zonder een spier te verrekken zeggen dat ze meer innovatie willen en in één adem het gemeenschappelijk octrooi blokkeren.'' Eurocommissaris Frits Bolkestein (Interne Markt) luchtte onlangs zijn hart tijdens een rede voor een van de Brusselse denktanks. Hij nam vooral de EU-ministers van de Raad voor de concurrentiekracht op de korrel. Die hebben zaken als interne markt, informatiemaatschappij, industriebeleid, onderzoek & ontwikkeling, en mededingingsbeleid in hun portefeuille. Volgens Bolkestein moeten de ministers ,,ophouden over concurrentiekracht te praten maar beginnen er wat aan te doen''.

Een conflict over taalregimes houdt het Europees octrooi, dat vooral door vertaalkosten vier keer zo duur is als een Amerikaanse octrooi, al jaren tegen. Bolkestein noemde ook de EU-richtlijn om bedrijfsovernames te vergemakkelijken. Een lobby van de Duitse bondskanselier Schröder, die autoproducent Volkswagen en andere nationale industrieën wil beschermen, hielp het ontwerp vrijwel om zeep. Bolkestein: ,,Hoe kunnen ministers op een geloofwaardige manier beweren dat de industrie zich op Europees niveau moet kunnen organiseren om de wereldwijde concurrentie het hoofd te bieden en dan een overnamerichtlijn aannemen die eerst effectief is uitgekleed?''

Het zijn maar enkele van de beloftes die de regeringsleiders tijdens de EU-top van Lissabon in 2000 deden en die niet tijdig werden ingelost. Het doel om de arbeidsparticipatie in 2010 op te voeren tot 70 procent van de beroepsbevolking lijkt buiten bereik. De liberalisering van energie- en transportsector kwam op gang, maar met vertraging. Vooral het midden- en kleinbedrijf, dat in de hele EU meer dan 100 miljoen mensen werk biedt, moet volgens de Europese Commissie voor banengroei zorgen. Maar eurocommissaris Erkki Liikanen (Bedrijven) constateerde bij de presentatie van weer een Brussels actieplan dat tussen EU en VS een `ondernemerschapskloof' gaapt. Europeanen moeten niet alleen bureaucratische belemmeringen maar ook een psychologische drempel overwinnen om voor zichzelf te beginnen.

De EU blijft per saldo ver verwijderd van het in Lissabon geformuleerde doel om in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld met behoud van sociale cohesie te worden. De EU-regeringsleiders zullen de komende twee dagen op hun voorjaarstop in Brussel opnieuw proberen de `Lissabon-strategie' een impuls te geven. De belangrijkste verklaring voor de kloof tussen droom en daad lijkt gebrek aan politieke wil en politieke moed. Kiezers houden immers niet van hervormingen, zoals zondag weer bleek bij regionale verkiezingen in Frankrijk. Daar komt nog bij dat de regeringschefs hun beloftes in Lissabon deden toen het economisch goed ging. Zij stelden op korte termijn zelfs een groei van 3 procent in het vooruitzicht. De economische malaise heeft sindsdien het animo voor ingrijpende hervormingen niet vergroot.

,,Toch moeten we de doelstellingen van Lissabon niet versoepelen'', zegt directeur Alasdair Murray van het Centre for European Reform (CER), een denktank in Londen. ,,De grote lidstaten willen dat misschien wel, maar het zou een belangrijke prikkel wegnemen.'' Murray wijst erop dat sommige kleine lidstaten de doelen hebben gehaald. Volgens het `Lissabon-scorebord' van het CER liggen de Scandinavische landen op kop. ,,Denemarken, Finland en Zweden zijn wereldklas-economieën die beter scoren dan de VS met innovatie, ondernemerschap en werkgelegenheid'', aldus Murray.

Tot de middengroep behoren Groot-Brittannië, Ierland, Nederland en Spanje. Nederland scoort door de vele parttimers goed bij arbeidsparticipatie met ruim 70 procent, maar blijft achter in innovatie en onderwijs. EU-voorzitter Ierland scoort met productiviteit bijna even goed als de VS, terwijl de werkloosheid sinds 1991 zakte van 14,7 naar slechts 4,7 procent. Het Ierse inkomen per hoofd steeg van 65 procent van het EU-gemiddelde bij de toetreding in 1973 naar 120 procent vandaag. Dat was mede dankzij de 17,2 miljard euro aan Europese subsidies die Ierland de laatste dertig jaar ontving. De Ierse premier Bertie Ahern heeft dan ook al gezegd dat hij zich wil inspannen om de tien nieuwe lidstaten volop van de Brusselse gelden te laten profiteren.

Ahern wil het Ierse model op de top aan zijn collega's voorhouden. ,,Wat in Ierland functioneert kan ook in andere lidstaten werken'', gaf hij onlangs aan. Ahern verwees naar de recente aanbevelingen van de adviesgroep over structurele hervormingen van de arbeidsmarkt, die in Ierland al grotendeels zijn verwezenlijkt.

De EU-top zal op Iers voorstel besluiten tot de instelling van een high level group, die komend najaar tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap met aanbevelingen moet komen om het `Lissabon-proces' weer op de rails te krijgen. Het Ierse voorzitterschap wil bovendien dat er in alle lidstaten `partnerschappen voor hervorming' komen, waarin overheden, bedrijven, vakbonden en non-gouvernementele organisaties participeren. Deze moeten volgens de ontwerp-slotverklaring ,,veranderingsstrategieën bevorderen''.

Het voorstel van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië voor een `supercommissaris' voor economisch beleid, die tevens vice-voorzitter van de Europese Commissie is, komt ook aan de orde. De `supercommissaris' moet Commissie-voorstellen toetsen op gevolgen voor de concurrentiekracht. De Europese werkgeversorganisatie UNICE heeft al aangegeven dat het met milieu en duurzaamheid in de EU dan wel wat minder mag. De Europese vakbondsfederatie ETUC is tegen zo'n `supercommissaris', omdat deze volgens haar met ,,kortzichtige toetsen'' alleen de bedrijven zal dienen.