`Juliana was ons nabij, in voor- en tegenspoed'

Citaten, op basis van de geschreven tekst, uit de toespraken ter gelegenheid van de herdenking van prinses Juliana in de Verenigde Vergadering van de Eerste en Tweede Kamer. De volledige tekst staat op www.nrc.nl/doc.

Haar volk, onze koningin

De voorzitter van de Eerste Kamer, Yvonne Timmerman-Buck:

[...] Haar overlijden beroert velen. Haar geboorte raakte eveneens velen, temeer omdat daarmee het voortbestaan van het koningschap was verzekerd. Vier dagen na de vreugdevolle gebeurtenis verwoordde de doorgaans nuchtere Amsterdamse professor Struycken dit in een bijzonder college over het koningschap aldus: ,,De vrees werd aan het volk ontnomen, niet dat het een koning zou missen, maar dat het van zijn eigen ikheid een levenselement zou gaan verliezen''. Van die `ikheid', van de eigenheid van een volk, maakt het verleden deel uit. In de woorden van Struycken: ,,Een volk, dat slechts weet te zijn, niet weet te zijn geweest, zoo'n volk heeft geen eigen leven.'' Hij benadrukte: ,,En in dat verleden zijn wij met het Oranjehuis één.''

Eenheid, verbondenheid: het zijn noties die prinses Juliana moeten hebben geïnspireerd. Zij kan immers worden getypeerd als verzoenend. Haar koningschap begon op een breukvlak in de historie: de overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië. Bij de overdracht bleef zij verzoening zoeken. Zij sprak: ,,Niet langer staan wij gedeeltelijk tegenover elkander. Wij zijn nu naast elkaar gaan staan, hoezeer ook geschonden en gescheurd en vol littekens van wrok en spijt.'' Ook bij de volgende fundamentele wijziging van het Koninkrijk, de onafhankelijkheid van Suriname, bleef zij dit land toegedaan. En bij het proclameren van de gelijkwaardigheid van de Antillen, Aruba en Nederland in het Statuut voor het Koninkrijk herkennen wij haar wederom als zij zegt: ,,Wat onze drie landen, gelegen in hun grillige geografische driehoek, ook moge scheiden en onderscheiden, al wat ons verbindt kan voeren tot een vruchtbaar samenwerken in het belang van het samenstel der drie (..)''

Prinses Juliana heeft zich tijdens haar koningschap ontwikkeld van verlegen naar vastberaden. Vastberaden in de drie rechten die de Koning heeft, zoals aangeduid door Bagehot in 1872: the right to be consulted, the right to encourage, the right to warn. Waar deze vastberadenheid ingegeven was door een diepgevoelde persoonlijke overtuiging schuurde dit soms met de ministeriële verantwoordelijkheid. Dat gold ook voor kwesties die haar echtgenoot, kinderen en kleinkinderen aangingen. Zo ontwapenend als zij kon zijn, zo gewapend kon zij optreden als het hen betrof. Zij wist zich echter uiteindelijk altijd gebonden aan de grenzen van de Grondwet en toonde wat ook zíj vond dat van een constitutioneel vorstin mag worden verwacht.

Dertien kabinetsformaties maakte zij mee. Bij haar eerste was zij zenuwachtig toen deze lang ging duren. Die ervaring tóén heeft zij later goed kunnen gebruiken, want prinses Juliana heeft de langste kabinetsformaties ooit meegemaakt: in 1956 en 1977. Naar veler getuigenissen heeft zij bij kabinetsformaties steeds van haar kundigheid blijk gegeven.

[...] De nadruk bij de Koning als symbool van de eenheid ligt niet zozeer op wat deze dóét, maar op wat deze ís. Prinses Juliana vervulde die rol indrukwekkend. Typerend voor haar is dat zij er was voor heel het volk. Zij was ons nabij, in voor- en tegenspoed, op een wijze die haar in onze harten deed sluiten. Wij waren háár volk, maar tegelijk was zij ónze Koningin. [...]

Menselijk, niet berekenend

De voorzitter van de Tweede Kamer, Frans W. Weisglas:

[...] Haar eerste openbare optreden was haar aanwezigheid als vierjarig kind bij de opening van het Vredespaleis in 1913. [...] In 1916, bij een grote overstromingsramp die veel plaatsen rond de Zuiderzee trof, nam koningin Wilhelmina haar zevenjarige dochter mee naar Monnikkendam. Dat herhaalde zich bijna 40 jaar later in Zeeland en dat beeld kennen velen: een typisch Nederlandse vrouw van de jaren vijftig, met kaplaarzen in het water.

De eerste politieke gebeurtenis waarin prinses Juliana zelf, al was zij toen maar negen jaar oud, een zekere rol te spelen kreeg, was in november 1918 op het Malieveld, hier in Den Haag. Sommigen dachten toen dat een revolutie op komst was, maar daar manifesteerde zich een gehechtheid aan ons Koninklijk Huis op een manier die we ook zagen toen koningin Wilhelmina na de oorlog in Nederland terugkeerde. De koninklijke familie werd toegejuicht door een enorme menigte. Juliana wierp aarzelende kushandjes en werd omhooggetild door een officier uit het gevolg.

Hoewel prinses Juliana slechts twee jaren in Leiden heeft gestudeerd en hoewel zij anders dan haar meeste vriendinnen moest wonen in een villa in Katwijk, is die periode van groot belang geweest voor haar verdere leven. Belangrijk waren de contacten met die vriendinnen. Typerend voor haar studententijd is de volgende strofe uit het jaarlied van de Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden dat prinses Juliana, onder pseudoniem, schreef: ,,Als men dan na jaren weder tot de grote kille keert, bindt een band zo teder, jonge vrouwen zeer geleerd.''

[...] Dit is niet het moment om ons af te vragen of koningin Juliana het binnen de eenheid van het regeringsbeleid vooral als haar plicht en roeping zag om op te komen voor andere oplossingen dan het gebruik van geweld. Uit haar redevoeringen [...] blijkt in ieder geval dat begrippen als vergelding, bestraffing, afschrikking haar niet veel zeiden. Bij haar eerste staatsbezoek, in 1950 aan Frankrijk, zei ze dat ,,de voorafgaande generaties hebben gefaald, omdat zij niet definitief halt hebben gezegd tegen de machten der vernietiging.'' In haar rede voor het Amerikaanse Congres twee jaar later, pleitte zij ,,voor de belangen van de wereld als geheel, voor broederschap en coëxistentie van de gehele mensheid.''

Prinses Juliana is zelf steeds een voorbeeld geweest van de levenshouding waar zij anderen toe opriep. In de crisis die zich in 1956 voordeed in haar naaste omgeving en bij de problemen in 1964 en in de zeventiger jaren, was zij niet zozeer bezorgd over haar persoonlijke welzijn als wel over dat van haar gezin. Het was voor de politici van toen niet makkelijk om de goede houding te vinden in die situaties. Een moeder die bezorgd is over haar gezin, laat zich niet zonder meer inpassen in bestuurlijke oplossingen. Hoewel politici op die momenten soms gevaar voor de monarchie zagen opdoemen, kunnen we achteraf zeggen dat het persoonlijke element in onze staatsvorm een verrijking is gebleken. Al was het maar om ons ervan bewust te doen zijn dat politiek en bestuur nooit volstrekt logische, rationele activiteiten kunnen zijn.

[...] Wat voor haar moeilijk zal zijn geweest, was haar uiteindelijke onmacht tegenover ontwikkelingen in de wereld. In haar regeerperiode werden die gekenmerkt door `de koude oorlog'. In haar kerstrede van 1956 het jaar van de neergeslagen opstand in Hongarije karakteriseerde zij zichzelf weer als iemand die ,,geheel in de lijn van mijn opvoeding en ambt en van mijn natuurlijke neiging wilde zoeken naar datgene wat allen bindt''.

De invloed van prinses Juliana op politieke en maatschappelijke besluit- en meningsvorming was vooral een gevolg van de haast onweerstaanbare kracht van haar persoonlijkheid. Die kracht was, denk ik, zo groot omdat zij spontaan en menselijk was en niet berekenend. [...]

Er is wel eens opgemerkt dat prinses Juliana uiterlijk en innerlijk veel gelijkenis vertoonde met veel Nederlandse vrouwen van haar generatie. Bij haar verjaardag in 1962 schreef mr. J.L. Heldring: ,,Deze vrouw wordt niet alleen als koningin begrepen maar bijna als lid van ieder huisgezin'' en soortgelijke woorden hebben we, de afgelopen dagen, meer dan 40 jaar later, opnieuw kunnen lezen en horen. [...]

Vorstin achter de façades

Minister-president J.P. Balkenende:

[...] `Een vorstin naast de rode loper', is koningin Juliana genoemd. Zij was ook een vorstin achter de façades. Toen zij tijdens een bezoek aan de Kinkerbuurt in Amsterdam een opgeknapte woning zou gaan bekijken, belde ze resoluut aan bij de buren. Tegen de vrouw die opendeed zei ze: `Goedemorgen, ik ben de koningin. Zou ik bij u eens binnen mogen kijken?' Natuurlijk bezocht ze met alle plezier een opgeknapte woning. Maar ze wilde toch óók graag weten hoe het er uitzag bij mensen wier huis níét was gerenoveerd.

Koningin Juliana hield van mensen. Ze verkoos spontaniteit boven protocol, en eerlijkheid boven vormelijkheid. Maar in alles wat ze deed, bleef ze wel steeds koningin. Zij nam haar taak en roeping bijzonder serieus.

Koningin Juliana slaagde erin koningin van heel Nederland en alle Nederlanders te blijven in een tijd waarin onze samenleving en tradities in snel tempo veranderden. Zij wist gedurende haar lange leven het hart van miljoenen te raken. In een tijd vol beweging bleef ze een constante bron van kracht, liefde en inspiratie. [...]

In 1962, het sterfjaar van haar moeder, zei zij zelf: ,,Wij mensen komen en gaan. Hier op aarde zijn wij in voortdurende verandering. En dat is goed! Het leven gaat door, in al zijn volheid van kansen, die voor het grijpen zijn voor wie ze maar zien wil. Pas met de dood ontlaadt zich de spanning en daar wacht ons het volmaakte, wat de prijs is waarnaar ieder leven hunkert.''