Gevaar ramp kruiser zeer klein

Het gevaar van een kernexplosie op een met kernenergie aangedreven kruiser is te verwaarlozen, aldus deskundigen na de alarmkreet van admiraal Koerojedov.

Alle zeelieden weten dat het omdopen van schepen ongeluk brengt. De matrozen van de Russische vloot werden gisteren in dit bijgeloof gesteund door hun opperbevelhebber, admiraal Vladimir Koerojedov. Die verbaasde vriend en vijand door tegenover verslaggevers te stellen dat de nucleair aangedreven slagkruiser Pjotr Veliki, Peter de Grote, ieder moment kon ontploffen. Het explosiegevaar van het meer dan twintigduizend ton wegende gevaarte zou worden veroorzaakt door achterstallig onderhoud. De kapitein heeft twee weken om zijn schip op de werf van een marinebasis in de buurt van Moermansk op te kalefateren. De Peter de Grote heette tot 1991 Joeri Andropov, naar de in 1984 overleden Sovjet-leider.

Waarnemers wijzen erop dat het gevaar van een kernongeluk verwaarloosbaar is en dat de uitval van de bevelhebber meer met militaire kantoorpolitiek heeft te maken. Maar met de slagkruiser is ongetwijfeld veel mis, dus als Koerojedov iets duidelijk maakt, dan is het dat aan de reeks tegenslagen van de Russische vloot nog altijd geen einde is gekomen. De opvarenden zal dat weinig verbazen: bijna de hele Russische vloot heeft in 1991 een andere naam gekregen, eentje die niet meer verwijst naar het communistische verleden, maar naar politiek minder beladen historische figuren.

De Sovjet-vloot werd in de jaren zeventig en tachtig in staat geacht de aanvoerlijnen tussen de Verenigde Staten en Europa in geval van een conflict te kunnen doorsnijden. In marinebases in het Verre Oosten, de Oostzee en op het Kola-schiereiland lagen daartoe honderden onderzeeboten klaar om uit te varen. Ze zouden bij hun aanvallen dekking krijgen van kruisers zoals de Joeri Andropov en van vliegdekschepen.

De Russische vloot die resteert is een schim van de Sovjet-marine. Of het nu om de Noordelijke Vloot gaat, de Oostzeevloot, de Stille Oceaan Vloot of het Middellandse Zee Eskadron, de sterkte is minstens gehalveerd. Het aantal met kernraketten uitgerust onderzeeërs is gedecimeerd, terwijl al jaren geen nieuwe boten in de vaart zijn genomen. Er is nog één vliegdekschip, de Koeznetsov, voorheen de Kremlin, maar dat vertoont de steven zelden buitengaats. Kruisers en torpedobootjagers roesten aan de kades.

Alleen de Kaspische Zee Vloot is uitgebreid, aangezien deze olierijke regio recent aan strategisch belang heeft gewonnen.

Tot overmaat van ramp gaat er met die vloot recent ook nog van alles mis. Het pijnlijkste voorval was het ongeluk met de kernonderzeeër Koersk, een van de weinige nieuwe onderzeeërs, die in augustus 2000 bij Moermansk met man en muis verging. Vorig jaar verdronken negen opvarenden van een andere kernonderzeeër die naar een sloperij werd versleept. En enkele weken geleden mislukten onder de ogen van de bezoekende president Vladimir Poetin twee raketlanceringen vanaf een onderzeeër.

En toch is er voor de Russische marine één lichtpuntje in deze duistere tijden: president Poetin lijkt ondanks alle tegenspoed een zwak te hebben voor zijn zeestrijdkrachten. Zo is het percentage van het defensiebudget dat de marine opslokt de laatste jaren gegroeid. En tot groot genoegen van de erfgenamen van de Sovjet-vloot voer de president afgelopen zomer met de kruiser Moskva naar een Europese top op het Italiaanse eiland Sardinië.

Maar dat kan volgens veel zeelieden ook een slecht omen zijn: de Moskva luisterde tot 1991 naar de naam Slava.