Een magische initiatierite in onmetelijk Puglia

Stand By Me luidt misleidend, maar dat is niet voor niets, de officiële Engelse titel van de Italiaanse film Io non ho paura, die in 2003 op het Filmfestival Berlijn zijn wereldpremière beleefde. Stand by me is dezelfde titel als die andere film (uit 1986) waarin eveneens een groepje beginnende tieners op een zomerdag met een misdrijf geconfronteerd wordt.

Het is verleidelijk om de film van regisseur Gabriele Salvatores (Napels, 1950) met die van de Amerikaan Rob Reiner te vergelijken. Misschien nog wel het meest doordat het allebei films zijn die over iets tamelijk ongewoons en sensationeels gaan, maar de toeschouwer uitnodigen om in alle rust te mijmeren over zijn eigen jeugd en verloren onschuld.

Io non ho paura – wat `ik heb geen angst', `ik ben niet bang' betekent – neemt ons mee naar een hete zomer in 1978 in Puglia, het vergeten zuid-Italië. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Niccolò Ammaniti (1966), die ook het scenario voor de film schreef. Hij is ook in het Nederlands vertaald.

Als Io non ho paura begint, bevinden we ons meteen in onmetelijke maïs- en korenvelden in oogverblindend CinemaScope, bijna zonder een spoor van menselijk leven. Natuurlijk is dit eerst en vooral een mentaal landschap, waar kinderen de macht hebben overgenomen en volwassenen pas na zonsondergang tevoorschijn komen.

Door de camera consequent op een kinderooghoogte van 1 meter 40 te houden, transformeert Io non ho paura het alledaagse in elk beeld in iets mythisch en magisch, iets fascinerends en ook beangstigends.

De spelletjes waarin we de kinderen uit deze streek leren kennen, zijn wreed en uitdagend en laten zich gaandeweg bekijken als een spiegel van de volwassen wereld in de schemering. De kinderen worden door het wegblijven van de ouders aan zichzelf overgelaten en moeten het zelf allemaal uitzoeken.

Maar hoofdpersoon Michele is niet bang, zoals de titel – twee keer, voor aanvang en na afloop van de gebeurtenissen – nadrukkelijk onderstreept. Hij is niet bang om te leven, zoals zijn ouders en dorpsgenoten. En zodoende doorstaat hij de initiatierite die de zomer van 1978 voor hem bereidt met glans.

Het voornaamste wat zijn vader aan zijn volwassenwording bijdraagt is een dagelijks wedstrijdje armpje drukken. Meer laat hij zich niet aan de opvoeding van zijn kinderen gelegen liggen.

Als Michele op een dag een jongen in een onderaards hol ontdekt, die denkt dat hij al dood is, dan heeft zijn vader daar veel mee te maken, maar vooral omdat hun vader-zoonrelatie zich ongeveer op dat niveau afspeelt. Wat zich na de bevrijding van deze kleine Filippo uit het rijke noord-Italië ontvouwt is even geheimzinnig als kwaadaardig.

Gabriele Salvatores is op dit moment een van de meest gezichtsbepalende filmers in Italië. In 1991 won hij een Oscar voor beste buitenlandse film voor Mediterraneo, maar veel films zijn er sindsdien niet meer van hem geëxporteerd. Als voormalig theatermaker heeft hij een zekere voorkeur voor het grote gebaar. Bij Io non ho paura past dat wel. De vader wordt met zijn gladde snorretje een diabolische variété-artiest, de moeder met haar flodderjurken een elk moment wegfladderende engel. Tegenover de zwarte aarde staat het geel van graan en zon, kleuren die de rest van het natuurlijke palet hebben geabsorbeerd. Religieuze symboliek likt aan de beelden en de gebeurtenissen.

Des te opmerkelijker is het dat als de verstopte jongen aan Michele vraagt of hij zijn engelbewaarder is, dit begrip voor Michele hoegenaamd geen betekenis heeft. De morele keuze die Michele uiteindelijk moet maken, houdt meer dan een symbolische vadermoord in. Daar is hij met zijn amper tien jaar en altijd de jongste eigenlijk te klein voor. Hij wordt gered door zijn onschuld.

Io non ho paura. Regie: Gabriele Salvatores. Met: Aitana Sánchez-Gijón, Dino Abbrescia, Giorgio Careccia, Giuseppe Cristiano, Mattia di Pierro. In: 6 bioscopen.