Cloaca beste `nieuwe' telefilm

Vanaf komende zaterdag is een nieuwe serie telefilms te zien. Zelf heeft de omroep het liever over `zes nieuwe Nederlandse speelfilms'.

Als in de zes nieuwe telefilms iets wordt weerspiegeld van ons hedendaagse bestaan – zoals de bedoeling is – houdt half Nederland zich bezig met zijn roots. Drie van de zes films worden voortgedreven door een Spoorloos-achtige queeste, terwijl ook in twee andere de omgang tussen ouders en kinderen een rol speelt. Alleen in De ordening, de film waarmee de serie zaterdag begint, is daarvan niet of nauwelijks sprake. Daarin wordt verwezen naar een kwestie die al veertig jaar lang niet meer uit de Nederlandse film is weg te denken: de Tweede Wereldoorlog.

Ondanks het McKinsey-advies om ermee te stoppen, heeft het ministerie van OCW opnieuw extra geld ter beschikking gesteld voor de productie van telefilms. Zelf behoeven de deelnemende omroepen slechts iets meer dan 100.000 euro bij te dragen om toch een dramaproductie van speelfilmlengte te kunnen laten maken. Dat doen ze graag. En het feit dat de telefilm Familie vorig jaar vlak vóór de uitzending zelfs een geslaagd bioscooproulement kreeg, duidt op kwaliteit. Ditmaal gebeurde hetzelfde met Cloaca, waarmee deze vijfde reeks telefilms op 1 mei wordt afgesloten.

Een groot probleem is tot dusver alleen de onherkenbare programmering geweest, op verschillende netten en uiteenlopende tijden. Dit jaar staan ze voor het eerst in een wekelijkse frequentie op één zender: elke zaterdag, na Nova, op Nederland 3, de vaste plek van de Cinema 3-films. En in de promospotjes wordt niet over telefilms gesproken, maar over ,,zes nieuwe Nederlandse speelfilms'.

Des te spijtiger dat de reeks niet met een van de betere producties begint. De ordening is gebaseerd op de roman van Kees van Beijnum, waarin een sterk op de weduwe Rost van Tonningen gelijkende dame de hoofdrol speelt. Hier krijgt ze de gestalte van Dora van der Groen, wier karikaturale dictie met een vleugje Vlaams weinig geloofwaardigheid oproept. Terwijl haar tegenspeelster Angela Schijf, als de jonge vrouw die met valse voorwendselen het archief van de weduwe komt ordenen, voornamelijk blanco is.

Van Beijnum heeft zelf het scenario geschreven en heel veel van de complexiteit geschrapt, tot er niet meer dan een paar dunne lijntjes – en veel explicerende tekst – overbleven. En daarvan maakte regisseur Pieter Kuijpers een bedaarde, conventionele film, die in niets meer herinnert aan zijn allesbehalve reguliere debuut Van God los.

Evenmin een uitschieter is Drijfzand van Kees Vlaanderen, de film van volgende week. Nogal omstandig vertelt Vlaanderen het verhaal van een jonge voetballer, die begint te betwijfelen of zijn moeder echt dood is – zoals zijn vader altijd heeft gezegd. Johnny de Mol speelt die hoofdrol voortreffelijk, maar de plot heeft al gauw weinig geheimen meer, en alles wordt uitgelegd en uitgemeten. Dat is trouwens een euvel waar de telefilm wel vaker aan lijdt: een half uurtje minder had ook wel gemogen.

Nummer drie, Blue bird van Mijke de Jong naar een scenario van Helena van der Meulen, oogt als een bezienswaardig voorbeeld van de betere jeugdfilm en is daarom misschien het minst van allemaal geschikt voor de late zaterdagavond. De film gaat over een twaalfjarig meisje met een hart van goud – kijk maar eens hoe lief ze is voor haar zwaargehandicapte broertje – dat op school wordt gepest. Veel meer valt er over de intrige niet te zeggen, dus ook in dit geval is anderhalf uur aan de lange kant. Maar daar staat heel wat tegenover, de makers hebben mooi en liefdevol geobserveerd hoe dat meisje (met veel begrip gespeeld door Elske Rotteveel) haar ziel in lijdzaamheid bezit.

Het brutalere werk begint pas bij Deining van Nicole van Kilsdonk, die al opviel met Ochtendzwemmers en Polonaise, twee eerdere telefilms met flair en humor. Op basis van een strak scenario van Moniek Kramer en Jetske Spanjer, vertelt ze over een van zichzelf vervulde tv-presentatrice (Jacqueline Blom) en haar dementerende moeder (Kitty Courbois). Geen sociaal-realisme dit keer, maar een snelle start met geestige terzijdes (,,vroeger was er nooit iemand in de overgang, daar was helemaal geen tijd voor'), waardoor de kijker het dementiedrama wordt ingetrokken. En als dat eenmaal is begonnen, blijft Van Kilsdonk weigeren een obligaat potje mee te lijden. Alzheimer heeft óók dwaze kantjes, en daar vlucht ze niet voor weg.

Zinloos van Arno Dierickx, naar een boek van René Appel, zou wel eens de grootste mislukking kunnen zijn. Peter Blok speelt de hoofdrol in een poging tot thriller in uitgebleekte, quasi-gestileerde beelden en veel aanstellerige slow motion. Alles is onwaarschijnlijk, elke plotwending is ongeloofwaardig en dat jengelende Hammondorgeltje op de geluidsband roept ook al spanning op.

Goed dus dat niet alleen Blok, maar ook deze hele reeks telefilms, zich op 1 mei revancheert met Cloaca van scenariste Maria Goos en regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen. De beste van het stel sluit de serie af.

De zes telefilms zijn vanaf zaterdag de komende zes weken te zien op nederland 3 om 11 uur 's avonds.

Gerectificeerd

Telefilm

In het artikel Cloaca beste `nieuwe' telefilm (24 maart, pagina 13) staat dat een jengelend Hammond-orgeltje in de film Zinloos `ook al spanning' oproept. Hier is het woord `geen' weggevallen.