Biefstuk en witlof

Ik kook veel; dat is nu eenmaal mijn werk. Op momenten dat het koken niet in het teken staat van werk, ga ik anders aan de slag dan vroeger. De kinderen zijn het huis uit, de maaltijd is een minder strikt ritueel. Je wilt snel klaar zijn en toch verantwoord koken. Dan maak je iets zoals in het recept van vandaag, dat in een kwartier op tafel staat.

Tegelijk besef je dat je niet de enige bent die eens een bocht wil afsnijden, en zo vloeit privé weer over in werk. Met `verantwoord' bedoel ik natuurlijk ook `gezond'. Als u slagroom te vet vindt, gebruik dan demi-crème fraîche of kookroom (ook wel genoemd room culinair of koksroom). Neem twee grote aardappelen van 175 tot 200 gram per stuk of anders vier van 100 gram. Doe ze in een magnetronschaal met twee eetlepels water en pof ze in elf minuten gaar in de magnetron bij een stand van 750 Watt. (Hebt u geen magnetron, kook of bak dan krielaardappels; dat gaat ook lekker snel). Snijd intussen de struiken witlof in vieren. Haal uit elk kwart de harde kern weg en snijd het lof in smalle repen. Verhit de helft van de boter in een wok en roerbak daarin de repen witlof gaar in zes tot acht minuten. Ris de blaadjes van de takjes tijm en doe die bij het witlof. Snijd de biefstuk in dunne plakken. Wrijf de champignons schoon, snijd ze in plakjes. Pel en snipper het sjalotje. Verhit de rest van de boter in een koekenpan en bak hierin de biefstuk op hoog vuur rondom bruin. Roerbak de stukjes sjalot en champignon twee minuten mee. Roer driekwart deciliter room door het lof en schenk de rest bij de biefstuk. Allebei op smaak brengen met zout en peper. Roer nog wat mosterd door de biefstuksaus. Direct serveren.

Morgen: pasta met inktvis