Alleen de slimmerds zijn nog welkom

De Universiteit Leiden gaat studenten toetsen voor ze worden toegelaten. Alleen slimme en gemotiveerde studenten kunnen er nog studeren. Het past in het beleid van het kabinet.

Niet slim genoeg? Wegwezen!

Dat is de essentie van het nieuwe beleid van de Universiteit Leiden. Scholieren die vanaf september 2006 in Leiden willen gaan studeren, moeten bij een aantal studies een aanvullende toets maken. Een vwo-diploma is dan niet langer voldoende om binnen te komen. Men kijkt naar zaken als motivatie (bij geschiedenis), gespreksvaardigheid (geneeskunde), gevoel voor ethiek (rechten) en inzicht in onderzoeksmethoden (psychologie). Met dergelijke extra toelatingstesten wil de universiteit de slimmerds rekruteren en de middelmaat weren. Zodat over een tijdje uitsluitend excellente academici de Universiteit Leiden verlaten.

`Selectie aan de poort' heet dat en nu is het nog verboden. Alleen instellingen met een beperkt aantal plaatsen (numerus fixus) mogen onder bepaalde voorwaarden studenten weigeren. De wet moet worden aangepast, vindt het huidige kabinet. Er moet meer ruimte komen voor instellingen om talentvolle studenten te selecteren. Ruim baan voor talent heet een nota van staatssecretaris Nijs van Onderwijs van een paar maanden geleden. Daarin bepleit ze twee maatregelen voor verhoging van de kwaliteit en het rendement van het hoger onderwijs: variëren met de hoogte van collegegeld en selectie aan de poort. Hogescholen en universiteiten richten zich te veel op de massa en te weinig op de toppers, vindt Nijs. Talent moet meer worden geprikkeld en gekoesterd.

Eigenlijk heette die nota Het opschudden van de gelijkheidsdeken. Tijdens de bespreking in de ministerraad werd besloten de titel te veranderen, om meer recht te doen aan de kern van de nota. Die gelijkheidsdeken, een metafoor die inmiddels een eigen leven is gaan leiden, had Nijs overgenomen van Balkenende. De premier introduceerde het opschudden van de deken in zijn toespraak bij de opening van het academisch jaar, jongstleden september, wellicht niet toevallig in Leiden: ,,Tevreden zijn met een zesje past niet meer in deze tijd. Wie heel goed presteert, mag daar ook best de vruchten van plukken.''

Beter kan de omslag in het denken niet worden getypeerd. De gelijkheidsdeken moet worden opgeschud, het gelijkheidsdenken is voorbij. Hoger onderwijs voor velen is definitief een ideaal uit het verleden. Wat nu telt, is het bestrijden van de onwenselijke gevolgen die de democratisering van het hoger onderwijs met zich heeft meegebracht. Onpersoonlijk onderwijs door schaalvergroting, ongemotiveerde studenten die makkelijk afhaken, nivellering door sociale druk om niet te hard te studeren, geen ontwikkeling van topopleidingen. Alles wijst er op dat dit de ontwikkeling wordt voor de komende jaren: differentiatie, zowel van opleidingen als studenten.

De Universiteit Leiden is de eerste instelling die hier op inspeelt vanaf september wordt er begonnen met proefdraaien. Ze maken gebruik van de mogelijkheid die de politiek biedt om de komende twee jaar te experimenteren. Ze trotseren de kritiek die ongetwijfeld zal losbarsten. Van studenten die niets moeten hebben van selectie en gedifferentieerd collegegeld, omdat het volgens hen ten koste gaat van de toegankelijkheid van het onderwijs. Van collega-universiteiten die vinden dat toelatingstesten geen voorspellende waarde hebben, of die vinden dat je met zulke testen het vwo-diploma uitholt. De VSNU, de koepelorganisatie van alle universiteiten, voelt weinig voor selectie. Dat een van de aangeslotenen er nu toch mee begint, komt het samenwerkingsverband niet ten goede.

Dat juist Leiden met selectie begint, hoeft niet te verbazen. De grote rechtenfaculteit bijna 4.000 studenten, waarvan ruim 800 eerstejaars kampt met hoge uitvalcijfers. Laag rendement in het wetenschappelijk onderwijs is een Hollands euvel; volgens OCW heeft 50 procent na zes jaar studeren nog steeds geen diploma. Bij algemene studies als rechten is het probleem het grootst. Ook al zegt men in Leiden dat men door selectie talent wil werven, het omgekeerde speelt natuurlijk ook mee. Selectie is een middel om gemotiveerden aan te trekken, maar ook om ongemotiveerden te weren.

Er is nog een verklaring. Leiden toonde zich al eerder de strengste van het land. In 1997 introduceerde de universiteit als eerste instelling het bindend studieadvies (BSA), een vorm van selectie ná de poort. Studenten moeten na een jaar een minimum aantal studiepunten hebben gehaald, anders moeten ze stoppen. Leiden heeft net besloten om met ingang van september 2005 het minimum voor alle studies te verhogen van dertig naar veertig studiepunten, van de zestig die in totaal per studiejaar te behalen zijn. Zo streng als in Leiden is men nergens, maar het BSA wint wel gestaag terrein bij andere universiteiten. Er wordt volop mee geëxperimenteerd, vanaf september zal het weer worden uitgebreid. In Rotterdam, Maastricht, Tilburg en Amsterdam (UvA) werken studies met hoge uitvalpercentages inmiddels met BSA, Utrecht begint er komend jaar mee bij psychologie.

Met de selectieplannen verricht de Universiteit Leiden andermaal pionierswerk bij het sturen en stimuleren van studenten. Gezien de politieke tijdgeest is het waarschijnlijk dat de eenling opnieuw navolging zal krijgen.