Wilde daad

De moord op de leider van de moslimfundamentalistische organisatie Hamas is slecht nieuws voor het `vredesproces' in het Midden-Oosten, een begrip dat aan hyperinflatie onderhevig is. Het is oorlog tussen Israël en de Palestijnen; beide partijen laten in dit gewapende conflict geen gelegenheid onbenut om elkaar zo hard mogelijk te treffen. Sjeik Ahmed Yassin was verantwoordelijk voor terreur, voor liquidaties en het aansporen van zelfmoordenaars om zich te midden van zo veel mogelijk joden op te blazen. Nu is hijzelf bij een aanval met raketten gedood als vergelding voor een dubbele zelfmoordaanslag op 14 maart in de havenstad Ashdod waarbij tien Israëliërs omkwamen. De raketaanval op Yassin stond onder persoonlijk toezicht van de Israëlische premier Sharon.

Natuurlijk kan de moord op Yassin alleen maar worden veroordeeld, de internationale politieke reacties liegen er niet om. En natuurlijk wist Yassin dat zijn leven gevaar liep en dat hij een potentieel doelwit was. Of het juridisch mág wat Israël heeft gedaan is een interessante vraag die evenwel voorbijgaat aan de praktijk van alledag in dit gewelddadige conflict. Beide partijen vinden zelf dat represailles zijn toegestaan. Binnenlands-politiek kan Sharon ook na deze wilde daad, of juist daardoor, op steun blijven rekenen van de Israëlische bevolking. De moord op de sjeik valt niet los te zien van Israëls voornemen joodse nederzettingen in Gaza te ontruimen. Dat is op zichzelf voor het land al pijnlijk genoeg. Voorkomen moest worden dat Hamas van het ontstane vacuüm zal gaan profiteren. Alleen met een grote actie is dat te vermijden, zo luidde de redenering onder Israëls hardliners. Hamas heeft nu geen leider meer, maar het is de vraag of het middel hier niet erger is dan de kwaal. Immers, de heftigheid van de Palestijnse reacties voorspelt vooral veel kwaads: meer terreur en kans op een totale oorlog. Chaos, bandeloosheid en gewelddadigheid in en vanuit de Palestijnse gebieden: dat zal op korte termijn de prijs zijn die Israël betaalt voor Yassins dood. De sjeik wordt een martelaar, zijn beweging wint aan populariteit en de radicalen overstemmen de gematigden. Het is koren op de molen van Al-Qaeda. Is dit in Sharons belang?

Internationaal-politiek is de houding van Washington doorslaggevend. Sharon heeft meermaals bewezen zich niets aan te trekken van wat de Europese Unie zegt. Wat voor de premier telt is of de Amerikaanse regering hem dekt. Sharons persoonlijke betrokkenheid bij de moord op Yassin brengt president Bush in verlegenheid, maar die laatste heeft wel rekening te houden met de stem van een numeriek belangrijk en welbespraakt electoraat: Amerikaanse joden én christenen die Israël onvoorwaardelijk steunen.

Het vermoorden van elkaars leiders is niet de manier om het Midden-Oosten aan vrede te helpen. Het zet een gebied op scherp dat juist behoefte heeft aan rust. Washington heeft de sleutel tot een dialoog tussen Israël en de Palestijnen in handen, maar in het verkiezingsjaar is geen daadkracht te verwachten wat dit politiek beladen en dus electoraal gevaarlijke dossier aangaat. Eerst moeten in de regio de gemoederen bedaren. Tot dat moment – als het al komt – is bijna alles mogelijk in Israël en de Palestijnse gebieden.