`Unie is illusie en zelfbedrog'

De unie Servië en Montenegro, opvolger van Joegoslavië, bestaat ruim een jaar. Functioneren doet ze niet. Daar is in elk geval iedereen het over eens. ,,Een cirkel van zelfbedrog en illusie.''

Solania, zo noemen velen in Servië spottend de unie met de ongemakkelijke naam, naar de geestelijke vader: Javier Solana van de EU, de man die de Montenegrijnen en de Serviërs de unie opdrong. Eigelijk, zo hoor je nu nog schamper zeggen, eigenlijk moet Ulcinj de hoofdstad van de unie worden, want Ulcinj heeft zoutmijnen, en het Servische woord voor zoutmijn is Solana. Ulcinj ligt op het aller-, alleruiterste eind van de unie: op de grens van Montenegro met Albanië.

,,Het is niet eerlijk Solana de schuld te geven'', zegt Milan Pajevic. Hij is vice-voorzitter van G17 Plus, de partij van de radicale hervormers die inmiddels deel uitmaakt van de regering, en de enige Servische partij die de unie openlijk een onding noemt. ,,Solana kwam tussenbeide toen onze eigen incompetente politici er niet uitkwamen. Montenegro was intern zo verdeeld over de onafhankelijkheid dat een burgeroorlog dreigde. We hebben [voor de unie] getekend om die te voorkomen.''

Met de unie stelde de EU de onafhankelijkheid van Montenegro voor drie jaar uit. De unie voorziet in een harmonisering van economische en douanesystemen, een gezamenlijke overkoepelende regering, een gemeenschappelijk leger en een unieparlement, met handhaving van maximale autonomie van de beide deelstaten. Drie jaar na de stichting van de unie mogen Serviërs en Montenegrijen in referenda beslissen of ze verder gaan of niet.

Dat is de theorie. In de praktijk is er het afgelopen jaar vrijwel niets gebeurd: de politieke wil ontbreekt, de unie heeft geen prioriteit, niemand spant zich ervoor in. Ze mislukt, aldus tegenstanders, omdat de op onafhankelijkheid beluste Montenegrijnen haar niet willen en haar saboteren, en ze mislukt omdat een gelijkwaardige unie tussen het piepkleine Montenegro (600.000 inwoners) en het dertien keer zo grote Servië (twintig keer zo groot als men Kosovo meetelt, wat elke Serviër doet) onmogelijk is. En dus is de unie nog steeds een land met twee economische, juridische en douanesystemen en twee valuta, de dinar en de euro, en zonder een gemeenschappelijke begroting, gemeenschappelijke markt en gemeenschappelijk hooggerechtshof. Het gemeenschappelijke parlement haalde bij een van de cruciale stemmingen over belangrijke harmonisatiewetten niet eens het quorum: de leden hadden elders interessantere dingen te doen. Het is trouwens in zijn nieuwe samenstelling – nieuw als gevolg van de Servische parlementsverkiezingen van december – nog niet bijeen geweest.

Pajevic noemt de unie ,,een cirkel van zelfbedrog en tijdverlies''. ,,Montenegro wil vijftig procent van de macht en betaalt vijf procent van de rekening. Wij betalen het leger, de gemeenschappelijke instellingen, al die Montenegrijnse ambassadeurs in de wereld. Dat kan niet. Zelfs in theorie vind je geen oplossing voor een federatie van twee landen waarvan het ene twintig keer zo groot is als het andere. Hoe vul je een parlement met honderd leden? 93 leden uit Servië en zeven uit Montenegro? Zo zou het moeten. Maar ze willen er vijftig. Dat betekent dat ze Servië chanteren.''

Uiteindelijk maakt de unie iedereen ongelukkig. ,,Zij vinden ons hegemonisten, wij vinden hen een molensteen om onze nek. Het kan niet werken'', aldus Pajevic. De unie, zegt hij, is een rem op de gang naar Europa. Onder veel stabielere verhoudingen heeft het Bulgarije en Roemenië twaalf jaar gekost om de duizenden maatregelen door te voeren die leidden tot een associatieverdrag met EU. Servië kan dat in deze omstandigheden niet in diezelfde tijd. Maar Servië kan het wel sneller als de poging gescheiden markten, douanetarieven en valutasystemen te verenigen, als uitzichtloos wordt opgegeven. ,,Nu financiert Servië via de gemeenschappelijke staat de latere afscheiding van Montenegro. De unie is contraproductief.''

Pajevic geeft toe dat de partijen die vóór de unie zijn, bij de parlementsverkiezingen van december verreweg de meeste stemmen kregen. Wellicht groeit het aantal voorstanders zelfs. ,,Misschien. Maar de unie was geen thema bij de verkiezingen. En verder legt niemand de bevolking uit wat de unie eigenlijk betekent. Niemand presenteert de feiten en de cijfers, niemand maakt de balans op. Het is de Servische ziekte: we hebben nooit geleerd voor onszelf te denken. We geloven klakkeloos wat het halfachtjournaal vertelt'', zegt hij. ,,We hebben vijftig jaar socialisme en vijftien jaar kleptocratie van de psychopaten van Miloševic achter ons. De Serviërs weten niet waarover ze praten, en niemand vertelt het hun.''

Heel erg vóór de unie is Tomislav Nikolic, vice-voorzitter van de ultra-nationalistische Servische Radicale Partij SRS, sinds december de grootste partij van het land. SRS-voorzitter Vojislav Šešelj zit in Den Haag gevangen, beschuldigd van oorlogsmisdaden. Achter de bulderende fascist Šešelj is Nikolic het beschaafde gezicht van de radicalen. De kans is groot dat hij binnenkort president van Servië wordt.

Voor Nikolic is de unie nodig, want ,,Montenegrijnen en Serviërs zijn één volk, en horen in één land. Tot elke prijs.'' Hij vergeet even dat er in Montenegro heel wat Albanezen wonen en dat maar rond dertig procent van de Montenegrijnen zich Serviër voelt. De SRS, zegt hij, wil een referendum over de unie, in beide landen. ,,Pas dan komt er een eind aan de chantage van de Montenegrijnse regering die onafhankelijkheid wil en aan het wantrouwen van de Serviërs jegens de unie.'' Bovendien kan de unie dan eindelijk gaan functioneren, want zeker, ook Tomislav Nikolic geeft toe dat ze dat nu niet doet. ,,Het unieparlement is al een half jaar niet bijeen geweest! De unieministers doen maar wat, leggen aan niemand verantwoordelijkheid af en worden door niemand gecontroleerd.'' Het ligt allemaal, zegt Nikolic, aan een gebrek aan politieke wil. Het interesseert niemand.

Montenegro, zegt hij, moet snappen dat zijn weg naar de welvaart altijd door Servië liep, dat het zijn scholen en ziekenhuizen aan Servië te danken heeft en dat er méér Montenegrijnen in Servië wonen dan in Montenegro – alleen al in Belgrado 300.000. Helaas, dat snappen de voorstanders van de Montenegrijnse onafhankelijkheid niet, ,,het zijn maffiosi die de zegen van de EU genieten'', zegt hij. ,,Smokkelaars van sigaretten, drugs en alcohol – dat zijn ze''.

En weet je, zegt Tomislav Nikolic, en hij vergeet even dat hij het nette gezicht van de SRS is, weet je wat er gebeurt als Montenegro onafhankelijk wordt? ,,Dan worden alle Serviërs verdreven of weggepest. Dan komt er een grote emigratie. En wie nemen hun plaatsen in? Albanezen uit Kosovo, want zo zijn Albanezen.''