`t Barre Land geeft Eindspel lichte toon

Samuel Beckett kan ook een vrolijke toneelschrijver zijn.

Theatergezelschap 't Barre Land uit Utrecht brengt een versie van Eindspel (1957) waarin een opgetogen toonzetting overheerst. Geen existentieel gesteun, geen zwaarwichtige somberte maar het toneelstuk als luchtig spel. In 1967 gaf Beckett zelf al aan dat ,,Eindspel puur spel (is), niets minder. Van raadsels en oplossingen is derhalve geen sprake.'' De vier spelers van 't Barre Land hebben deze aanwijzing ter harte genomen. Ze houden zich heel exact aan de regie- en decoraanwijzingen van Beckett en toch is hun visie op Eindspel anders dan ik ooit eerder heb gezien. Het gezelschap weet humor aan te brengen in dit bizarre drama tussen meester en knecht, dat zijn Hamm en Clov. In de twee befaamde vuilnisemmers zitten de ouders van Hamm, geheten Nagg en Nell. De drie namen Clov, Nagg en Nell betekenen in verschillende taalkundige varianten spijker; Hamm staat voor hamer. Hij is de onuitstaanbaar heerszuchtige man die, gezeten in een rolstoel, iedereen om hem heen terroriseert – en vooral Clov.

Het decor bestaat uit drie houten schotten met hoog daarin aangebrachte kijkgaten. De blinde Hamm (Martijn Nieuwert) daagt Clov, gespeeld door Jacob Derwig, uit om hem op de hoogte te houden van de aangelegenheden in de buitenwereld. Een venster kijkt uit op een woest, leeg aardlandschap; het andere geeft uitzicht op de oceaan. In beide gevallen staan zee en landschap op symbolische wijze voor leegte en betekenisloosheid.

Het verrassende van 't Barre Land is dat de verhouding tussen Hamm en Clov, meester en knecht, op andere wijze wordt geïnterpreteerd dan gangbaar. Altijd is Hamm de dwingeland en Clov de huissloof. Jacob Derwig draait het om. Hij als ondergeschikte betoont zich eigenlijk de meester. Martijn Nieuwert als Hamm laat zien dat deze tiran een gevoelige man is, eenzaam, verlegen om een praatje en vooral afhankelijk van Clov. De rol van deze Hamm kan wel eens ontaarden in gedrens, maar Nieuwert weet er met prachtige energie een lichte draai aan te geven. Zijn eerste woorden zijn: ,,Zo, nu is het mijn beurt.'' En daarmee bedoelt hij dat hij mag beginnen met spelen.

Jacob Derwig richt zich frontaal tot de toeschouwers, waardoor hij op subtiele wijze laat merken dat Clov superieur is aan Hamm. Bij elke zelfgenoegzaam egoïstische opmerking van Hamm kijkt hij met weerloze blik de zaal in, alsof hij een doodvermoeide verpleger is in een bejaardenhuis. In zijn oogopslag lees je een fascinerende mengeling van wanhoop en zelfs wellust. Ze sarren en treiteren elkaar en dat is natuurlijk de jeu van alles. Voor het eerst zag ik ook dat hun getreiter niet moorddadig is of gemeen, maar de enige mogelijkheid om met elkaar te kunnen communiceren.

Na afloop van Eindspel werd Jacob Derwig bekroond met de Mary Dresselhuys-ring. Voor hem kwam die onderscheiding onverwacht. Het was goedbeschouwd ook een loftuiting voor gezelschap 't Barre Land dat de laatste jaren met opmerkelijke toewijding grote klassieke toneelstukken brengt, zoals recentelijk Woyzeck van Georg Büchner.

Hun versie van Eindspel bewijst dat Beckett in elk opzicht een fascinerend toneelschrijver is, een meester in de lichtvoetige en humoristische monoloog. Het Franse existentiële zwart is afdoende afgekrabd en er is een nieuwe toon ontstaan.

Voorstelling: Eindspel van Samuel Beckett door 't Barre Land. Gezien: 19/3 Theater Kikker, Utrecht. Te zien: 23, 24/3 Grand Theatre, Groningen; 25,26/3 Plaza Futura, Eindhoven. Tournee t/m 14/4. Inl.: 030 - 2316142; www.barreland.nl