Peru kan zonder geheime dienst

De Peruaanse president Alejandro Toledo heeft gisteren onverwacht de inlichtingendienst CNI opgeheven. Dit nadat het hoofd van de geheime dienst eergisteren ontslag had genomen, twee dagen nadat hij was benoemd.

Ricardo Arbocco was het zevende hoofd van de geheime dienst sinds juni 2001. Hij nam ontslag toen bekend werd dat justitie een onderzoek ging instellen naar hem wegens vermeende corruptie. Donderdag nam Daniel Mora, de zesde chef van de inlichtingendienst, ontslag na geruchten dat leden van zijn persoonlijke staf samenzwoeren tegen de minister van Binnenlandse Zaken. Mora's voorganger werd ontslagen na een schandaal over het afluisteren van journalisten, en chef geheime dienst nummer vier werd gearresteerd toen bekend werd dat hij een rechter probeerde om te kopen.

Gisteren kwam president Toledo tot de conclusie dat de geheime dienst een blok aan zijn been was geworden. Een speciale regeringscommissie zal komende negentig dagen bekijken hoe de inlichtingendienst kan worden hervormd.

De Peruaanse inlichtingendienst is de val en arrestatie van voormalig chef Vladimir Montesinos nooit te boven gekomen. Het was Montesinos die in september 2000 ongewild de regering-Fujimori ten val bracht toen op een videoband te zien was hoe hij een oppositionele parlementariër omkocht om de president te steunen.

Tegen de nu 58-jarige Montesinos lopen meer dan zeventig aanklachten. Hij wordt verdacht van onder meer corruptie, drugssmokkel, illegale wapenhandel, de moord op meer dan honderd linkse rebellen en het leiden van een doodseskader.

Het is de zoveelste maal dat president Toledo een overheidsinstelling moet hervormen. Een maand geleden herschikte de president voor de vijfde keer binnen tweeënhalf jaar zijn kabinet. Zijn premier nam ontslag na geruchten dat ze lesbisch is, vice-president Raul Diez Canseco werd ontslagen na beschuldigingen dat hij de vader van zijn minnares belastingvoordeel had gegeven en nog eens vier ministers werden beschuldigd van nepotisme en corruptie.

Toledo wordt inmiddels in de volksmond ,,de krimpende president'' genoemd. Bij zijn aantreden in 2001 beloofde de voormalige schoenpoetser een einde te maken aan de grootschalige corruptie in Peru. Drie op de vier Peruanen menen dat hij die belofte niet waarmaakt. Uit een opiniepeiling blijkt eveneens dat slechts negen procent Toledo nog steunt. Een van de grootste kranten in Peru vroeg zich gisteren af of de president het einde van zijn ambtstermijn in 2006 zal halen.