Oud papier

Na het nieuws over Juliana besloot oud-provo Rien Vroegindeweij dat het tijd werd een ordner van zolder naar de papierbak te brengen.

In een archiefdoos bewaar ik wat ik met een groot woord mijn `Amsterdams Archief' noem. Het is een doos van het merk tim (time is money), A4-formaat, dus niet veel groter dan een flinke ordner. Er zitten wat oude Provo-nummers in, pamfletten, oproepen tot `aksie' en drie nummers van God, Nederland & Oranje, het moppenblaadje van het provotariaat.

Veel waarde heeft het allemaal niet en ik heb al verschillende keren op het punt gestaan de hele doos naar de papierbak te brengen. Maar daar is het nog niet van gekomen. Telkens kreeg ik het vage idee er nog eens iets mee te doen. Al wist ik niet precies wat.

In ieder geval zou ik het eerste nummer van `God, Nederland & Oranje' bewaren, want dat is het enige, schriftelijke bewijs van mijn provotarisch verleden. Een verleden dat te vergelijken is met het liedje `Arme ouwe', waarin Gerard Cox over een provo zingt die bij elk protest tegen de monarchie vindt dat de koningin zo op zijn moeder lijkt. Inderdaad, als mijn moeder vroeger haar zondagse hoed opzette, vergeleken we haar wel eens met de koningin.

Niettemin heb ik op een koude novembermiddag nog eens op de tramrails voor het politiebureau in de Marnixstraat gezeten om te roepen dat Rob Stolk vrij moest. En natuurlijk heb ik meegelopen in de grote marsen tegen de oorlog in Vietnam. In een sentimentele bui wil ik mijn kinderen nog wel eens vertellen dat ik heb meegedaan aan de bezetting van het huidenpakhuis dat later Paradiso zou worden. Of ik laat ze het eerste nummer zien van `God, Nederland & Oranje'.

Het verscheen in september 1966. Mijn dorpsgenoot Lou van Nimwegen, die in Amsterdam studeerde en het tot boekhouder en kassier van de provobeweging had gebracht (hij had altijd een enorm pak bankbiljetten in zijn zak), vroeg of hij mijn naam mocht zetten op de lijst van de verantwoordelijken voor deze uitgave.

Want wat was het geval? Het blaadje opende met een tekening van Willem, voorstellende een vrouw van middelbare leeftijd achter het raam van een hoerenkast, waaraan een prijskaartje met een bedrag van ƒ5.200.000,- hing. Dat was toevallig het bedrag waartoe de regering had besloten het salaris van de koningin te verhogen.

De tekening was zonder meer aanstootgevend en niet alleen beledigend voor de koningin, maar voor het hele bestel dat het koningschap in stand hield. Al is het niet ondenkbaar dat de koningin er zelf om gelachen zal hebben, want gevoel voor humor en zelfspot kan de koninklijke familie niet worden ontzegd, al wordt daar slechts in het vuistje of achter de houten panelen van de gouden koets uiting aan gegeven.

Inbeslagname van het blad was moeilijk te realiseren, want het werd op straat verkocht. Maar arrestatie van de uitgever, die zich verschool achter het Mokumse pseudoniem `De parel van de Jordaan' en van de tekenaar zouden onherroepelijk volgen. Om het de politie moeilijk te maken waren 36 personen, onder wie veel bekende provo's, verantwoordelijk voor de inhoud van het blad. Of er indertijd arrestaties zijn verricht weet ik niet. Ik heb er nooit meer iets van gehoord.

De grootste revolutionaire daad van provo was dat de beweging zichzelf ophief. Het archief van vier strekkende meter archiefdozen werd voor dertienduizend gulden en een tientje verkocht aan de Universiteits Bibliotheek Amsterdam. Het geld werd ondergebracht in de stichting `Voor een goed en goedkoop leven', waaruit Rob Stolk en Lou van Nimwegen de financiële middelen putten om een drukkerij te beginnen.

Daar kan ik met dat ene doosje natuurlijk niet tegen op. Nu Juliana dood is en een tijdperk definitief is afgesloten, is het tijd het alsnog aan de papierversnipperaar prijs te geven.