Onderwaterhockey

Op de voorpagina van mijn ochtendkrant stond op 13 maart een ANP bericht dat ik in zijn geheel zal citeren. ,,Een Australische onderwaterhockeyer is gisteren tijdens de training in Karratha verdronken. De achttienjarige Shaun Jones probeerde zijn adem zo lang mogelijk in te houden en verloor daarbij het bewustzijn. Hij werd uit het water gehaald en naar het Royal Perth Hospital gebracht, maar overleed daar later in de aanwezigheid van zijn familie. Volgens het Australische persbureau AAP hebben getuigen de politie verteld dat de jongen al zeker vier minuten niet was opgedoken om lucht te happen.''

Ik zat meteen met een paar vragen. 1. Waarom ben ik niet op de hoogte van het bestaan van de sporttak onderwaterhockey? 2. Waarom zijn die getuigen uit het berichtje na pakweg drie minuten niet even poolshoogte gaan nemen op de bodem? 3. Was de wilskracht van Shaun Jones sterker dan zijn levensdrift?

Met de opdracht `onderwaterhockey' leverde de zoekmachine een flink aantal nationale en internationale websites aan van onderwaterhockeybonden en -clubs. Ik leerde dat we te maken hebben met een `boeiende sport' – ook voor vrouwen en kinderen, bedacht in de jaren vijftig door Engelse duikers die in de wintermaanden `ook wat te doen wilden hebben'.

De sport is niet duur. Benodigdheden: duikbril, snorkel, zwemvliezen, zelf te vervaardigen slaghout, beschermende handschoentjes. Gespeeld wordt met een puck van lood die in een lage metalen bak dient te worden gedeponeerd. De onderwaterscheidsrechters communiceren met de spelers met behulp van een gestandaardiseerde gebarentaal. Kortom, onderwaterhockey bestaat.

Op de site fok!frontpage werd door lezers gereageerd op de dood van Shaun Jones. Ene Chill-OUT schrijft: `Het schijnt dat verdrinking de mooiste dood is die je maar kan hebben'. Waarop Smart-Einstein repliceert: `En hoe weet jij dat? Heeft iemand die het heeft geprobeerd verslag uitgebracht? Of is het eigen ervaring?' Ene Mockin noemt verdrinken een prachtige dood en hij heeft er een wetenschappelijke verklaring voor: `een wirwar van voelstofjes', waaronder serotonine, dopamine en adrenaline. Kjev stelt dat je nooit zo lang je adem kan inhouden tot je bewusteloos raakt. Door de prikkel van zich ophopend CO2 móet je wel ademhalen. `Hangt ervan af wat sterker is, de wil of de reflex', zegt ene mierenneuker, `meestal de reflex, maar onderwaterhockeyers kunnen zichzelf natuurlijk trainen om langer te kunnen spelen'.

Frans H. was op de lagere school mijn beste vriend en daarom ook mijn grootste concurrent. Alles wat we ondernamen deden we in wedstrijdvorm. Op een woensdagmiddag zetten we adem inhouden op het programma. Hiertoe vulden we een emmer met water waar we beurtelings ons hoofd in staken. In een reeks onderdompelingen zweepten we elkaar op richting de twee minuten grens. Tot Frans opeens op de proppen kwam met 2'45''. Had ik hierop een antwoord?

Ik zoog mijn lichaam vol lucht en stak mijn kop in de emmer. Ik ontspande mijn lichaam en ging uitstekend. Anderhalf uur lang teerde ik op aangename voelstofjes. Ik negeerde de spastische ademhalingsreflexen. Toen dronk ik triomfantelijk de emmer leeg.

2'44'' was het, volgens Frans.