Medische begeleiding turnsters schiet tekort

Verona van de Leur gaat niet naar de Zomerspelen omdat ze niet op tijd fit is. Verbetering van de medische begeleiding van de turnsters is geboden.

De absentie van turnster Verona van de Leur over vijf maanden bij de Olympische Spelen in Athene symboliseert de deplorabele stand van zaken bij het vrouwenturnen in Nederland. Na twee jaar acteren in de wereldtop zijn de sportieve vooruitzichten in een tijdsbestek van één jaar flink vertroebeld.

Van de Leur is tot de conclusie gekomen dat haar te weinig tijd rest om te herstellen van een operatie aan de linker enkel. Nederlands succesvolste turnster heeft zich gisteren afgemeld voor de turninterland van komend weekeinde tegen Spanje, waarmee ze haar laatste kans op plaatsing voor de Spelen laat passeren. Dat moet een emotionele beslissing zijn geweest voor Van de Leur, die de laatste jaren meerdere keren heeft gezegd dat de Olympische Spelen haar motiveerden voor het zware bestaan van een topturnster.

Van de Leur blijkt meer eergevoel te hebben dan werd verondersteld. Met haar laconieke houding tijdens succesrijke jaren 2001 en 2002 wekte ze de indruk meer van haar talenten dan van haar ambities te profiteren. De kans dat ze na `Athene' haar carrière zou vervolgen, achtte Van de Leur destijds klein. Dan zou voor haar het leven buiten de sport beginnen. Maar gisteren zei ze in elk geval door te gaan tot en met de wereldkampioenschappen van 2005 in Melbourne. Een afscheid als anoniem turnster met overgewicht is haar eer dus te na.

Zonder Van de Leur is het vrijwel uitgesloten dat Nederland bij het vrouwenturnen een olympische medaille wint. Zij tilde met haar brille in landenwedstrijden een talentvolle generatie boven de middelmaat uit en ze heeft bovendien de kwaliteiten individueel succes te boeken. Suzanne Harmes, de enige Nederlandse turnster die is genomineerd voor de Olympische Spelen, is goed voor het bereiken van finales, maar niet voor het winnen van medailles. Zij is vooral een werkster, die de stilistische gaven van Van de Leur mist.

Wat opvalt na de succesjaren van de turnsters is het grote aantal blessures. Van de Leur is daar het slachtoffer van geworden, maar in een eerder stadium al haar generatiegenoot Rikst Valentijn uit Heerenveen. Van haar is na de WK van 2001 in Gent niets meer vernomen. Valentijns clubgenoten Berber van den Berg is veelvuldig geblesseerd, terwijl Mayra Kroonen, het grote talent bij Pro Patria, inmiddels een zware knieblessure heeft opgelopen. Gabriëlla Wammes van Pro Patria heeft structurele rugklachten, terwijl bij De Hazenkamp in Nijmegen Fieke Willems en Monique Nuijten na blessureproblemen afhaakten. Naast Harmes lijken alleen Loes Linders van Heerenveen en de brugspecialiste Laura van Leeuwen van Pro Patria als fitte turnsters in aanmerking te komen voor de Spelen, waar Nederland recht heeft op twee plaatsen.

Hoewel het bekend is dat turnen een fysiek zware sport is voor meisjes op kwetsbare leeftijden, rijst de vraag of de medische begeleiding van de Nederlandse turnsters wel goed is verzorgd. In zijn evaluatierapport van de WK 2003 in Anaheim, dat voormalig NOC*NSF-directeur Ben Verkerke in opdracht van de turnbond had opgesteld, concludeert hij dat één sportarts en één fysiotherapeut voor de drie steunpunten in Nederland ontoereikend zijn. Verkerke doet aanbevelingen de medische begeleiding te intensiveren en stelt met name een nauwere samenwerking met ziekenhuizen en specialisten zoals orthopeden en diëtisten voor.

Voor Van de Leur, bij wie pas laat de ernst van haar blessure werd vastgesteld, komen met het oog op de Zomerspelen de voorstellen van Verkerke te laat. Maar voor een succesvol vervolg van haar loopbaan, en die van andere turnsters, zullen de bond en de clubs vaart moeten maken met het verbeteren van de medische begeleiding.