`Macht omroepen beperken'

De macht van de afzonderlijke publieke omroepen moet worden ingeperkt. De centrale raad van bestuur van Publieke Omroep moet juist meer macht krijgen. Zoals het bestel nu is georganiseerd, functioneert het niet. Dat zijn volgens bronnen in Den Haag en Hilversum de grote lijnen van het rapport-Rinnooy Kan over de publieke omroep. Een commissie onder leiding van de ING-topman adviseert het kabinet over de toekomst van het publieke bestel. Op 5 april wordt het rapport gepresenteerd.

Volgens betrokkenen is de analyse die de commissie nu heeft van het functioneren van het huidige bestel ,,snoeihard''. De publieke omroep zou te weinig slagvaardig zijn, inefficiënt en geen antwoord hebben op de trend van dalende marktaandelen. Volgens een bestuurder in Hilversum concludeert de commissie ook dat ,,de som nu veel minder is dan de som der delen''.

Rinnooy Kan zou een verschuiving van de macht bepleiten van de afzonderlijke omroepen naar het centrale bestuur. Huidige belemmeringen moeten worden weggenomen. Zo heeft de raad van bestuur nu al de bevoegdheid om 25 procent van het totale programmabudget in te zetten. Maar in de praktijk is die bevoegdheid moeilijk te gebruiken omdat de begroting moet worden goedgekeurd door de raad van toezicht. En daarin zitten de omroepvoorzitters die voorstellen kunnen blokkeren en op die manier hun eigenbelang kunnen verdedigen. Opties zijn om de raad van toezicht uit te breiden of om de omroepvoorzitters uit de raad van toezicht te halen. Rinnooy Kan zou niet pleiten voor afschaffing van het verzuilde bestel. De commissie vindt dat de verzuiling op een natuurlijke manier voor pluriformiteit zorgt. En ook een nationale omroep, zoals de BBC, heeft nadelen.