Lekkage bij Shell

Zal het fiasco met de olie- en gasreserves van de Koninklijke/Shell Groep een kettingreactie veroorzaken? De oliegigant stelde de schattingen van zijn voorraden vorige week voor de tweede keer binnen twee maanden bij, waardoor beleggers opnieuw vrezen dat andere oliemaatschappijen hun reserves eveneens te hoog hebben ingeschat. Kleinere bedrijven als Forest Oil, PetroCanada, Nexen en El Paso hebben dit jaar al toegegeven dat inderdaad gedaan te hebben.

Sommige kleinere bedrijven moeten wellicht diep door het stof, maar weinigen verwachten een stortvloed aan herwaarderingen van de grote maatschappijen.

Dat komt doordat veel van de factoren die Shell ertoe hebben gebracht zijn reserves te herzien, specifiek zijn voor dat concern.

Neem de slechte interne rapportages. De bestuurders van de werkmaatschappijen van Shell mogen dan technisch bekwaam zijn, zij waren niet echt gericht op het naleven van de regels van de Amerikaanse beursautoriteit SEC (Securities and Exchange Commission). Daarnaast hadden ze misschien persoonlijke motieven om de voorraden te hoog in te schatten, want een deel van hun bonussen is afhankelijk van de hoeveelheid vaten die kan worden geboekt.

Shell kan ook gebogen hebben voor politieke druk. Een derde van de `spook'-voorraden bevindt zich in Nigeria, dat momenteel met de Organisatie van olie-exporterende landen OPEC onderhandelt over een quotaverruiming. Om die te kunnen bewerkstelligen moet de regering aantonen dat de reserves groot zijn. Wellicht heeft zij Shell onder druk gezet om minder strak vast te houden aan de definitie van bewezen voorraden.

Gezien dit alles ligt het niet voor de hand dat de grote concurrenten van Shell zijn voorbeeld zullen volgen met een stortvloed aan bijstellingen. BP en Exxon Mobil, Shell's partners in het Noorse olieveld dat aanleiding gaf tot de herwaarderingen van vorige week, zeggen dat ze vertrouwen hebben in hun eigen cijfers over de aanwezige reserves. Bij Repsol houdt een onafhankelijke instantie alle geboekte reserves tegen het licht. Eni, dat ook projecten in Nigeria heeft, onderwerpt ieder jaar ten minste een kwart van zijn reserves aan een onafhankelijk onderzoek. En tenslotte hebben bedrijven als Total, BP en Eni een betere staat van dienst op het gebied van exploratie en ontwikkeling dan Shell, hetgeen betekent dat ze minder snel in de verleiding zullen komen om hun reserves te overschatten.

De geboekte voorraden doen er in financiële zin niet eens zoveel toe. De herwaarderingen van Shell hoeven de langetermijnwaarde van de bezittingen van het concern niet negatief te beïnvloeden, omdat weinigen eraan twijfelen dat de olie werkelijk in de grond zit. Maar de herwaarderingen leggen wel de zwakke interne controles bloot. Alleen al om die reden verdient het aandeel Shell een korting ten opzichte van zijn branchegenoten.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.