`Laagdrempelig kunstcentrum'

Sinds vorige week heeft Apeldoorn een fraai, nieuw cultureel huis waar diverse instellingen zijn ondergebracht.

Bij de entree van de tentoonstelling Oogstrelend Schoon staan zeepbeelden van drie naakte vrouwen met wespentailles in een verleidelijke houding, Ernaast staan bakken met water en handdoeken. Bezoekers kunnen zich `louteren' door langs de beelden te strijken en de handen te wassen. ,,De cups van de vrouwenfiguren zijn al enkele maten kleiner geworden, en ook de billen veranderen van vorm'', vertelt Carin Reinders, directrice van het Apeldoorns Museum en CODA.

Het Apeldoorns Museum is met het Apeldoorns Archief opgenomen in het door architect Herman Hertzberger ontworpen nieuwe cultureel centrum CODA, gebouwd tegen de bestaande bibliotheek aan. Vijf jaar geleden presenteerde toenmalig wethouder van cultuur Alex Bolhuis zijn plannen voor het project dat 27 miljoen euro kostte. Op 12 maart opende koningin Beatrix de nieuwbouw van Cultuur Onder Dak Apeldoorn (CODA).

CODA ligt centraal in het cultuurkwartier van Apeldoorn. Veel glas, weidse ruimtes en lichte kleuren geven het gebouw een transparant karakter. De `etalagefunctie' moet de nieuwsgierigheid van voorbijgangers wekken. Vanaf de straat kijk je regelrecht de museumzaal en het archief in. Het grijze depot is als een deksel bovenop het gebouw geplaatst. Het is één van de weinige gedeeltes van het gebouw dat donker van kleur is. CODA is geen kunsttempel, maar een laagdrempelig kunsthuis, zegt Reinders. En daar mag van haar best wat humor met zepige beelden bij komen kijken.

Het geheel is meer dan de som der delen, dat is het idee achter CODA. Het Apeldoorns Museum is zelf al een samenvoeging van het Van Reekum Museum en het Historisch Museum Apeldoorn. Beide voormlalige musea trokken weinig bezoekers. Bezoekers van de bibliotheek moeten door het gemak waarmee het archief en het museum te bereiken zijn, gestimuleerd worden daar ook eens binnen te lopen.

De museumruimte is enorm. Reinders: ,,Na de oplevering was de zaal net een zwembad. Toen dacht ik: mijn God, hoe moeten we hier grip op krijgen?'' De oplossing bestond eruit de ruimte te verdelen met schotten en hangende cirkels. Het lijkt alsof de keuze van de architect voor een groot open oppervlak hem niet in dank is afgenomen. Reinders ontkent dat: ,,De ruimte moet kunnen meebewegen met onze steeds wisselende exposities. Bij de volgende exposities veranderen we de indeling weer.''

De integratie van de drie onderdelen van CODA wordt bevorderd door kleine zakcomputers die bezoekers van het museum bij de ingang kunnen krijgen. Reinders: ,,Heb je een vraag over de tentoonstelling, dan toets je die in. De PDA-handcomputer geeft je het antwoord en laat zien wat er aan extra informatie beschikbaar is in archief en bibliotheek. Je krijgt geen lellen tekst als je daar geen in hebt, maar wordt gewezen waar de informatie te halen is.''

CODA, Vosselmanstraat 299, Apedoorn. Open van dinsdag tot en met zondag. `Oogstrelend Schoon' t/m 30 mei 2004.