Juliana en de raketten

Bestaat er een verband tussen 1) de afloop van de kabinetsformatie in 1977; 2) de vorming van het CDA in 1980; 3) het kruisrakettendebat in Nederland; en 4) de regeringsduur van de toenmalige koningin Juliana (1948-1980)?

Ja, dat verband is er en wie daarover nog twijfels had kan daarvan sinds gisteren op gezag van oud-premier Van Agt grotendeels afscheid nemen. Immers, in een mooie terugblik per interview in de Volkskrant maakte Van Agt gisteren duidelijk dat niet alleen hijzelf en vice-premier Wiegel maar ook het naar abdicatie verlangende staatshoofd nogal sceptisch waren over de levensvatbaarheid van hun kabinet, dat eind 1977 met een zeer krappe meerderheid (77 zetels) van start ging. Of Van Agt dezer dagen voor zijn openhartigheid een standje van de huidige koningin mag verwachten, is een vraag waarmee anderen niet hoeven te zitten. Die anderen mogen blij zijn met zijn genereuze antwoorden, die veelzeggend zijn over zijn eigen onzekerheid bij het aantreden van zijn kabinet. Met zijn ruiterlijke erkenning daarvan maait Van Agt trouwens met terugwerkende kracht nog wat gras weg voor de voeten van de complottheoretici die destijds meenden dat hij en een duistere politieke, vooral rooms-katholieke, maffia in de uitzonderlijk lange kabinetsformatie van 1977 eigenlijk altijd al van plan waren geweest om uiteindelijk een kabinet te maken zonder de PvdA, de grote winnaar van de verkiezingen. Die complottheoretici kregen ooit veel ruimte in de Volkskrant, maar daar gaat het nu niet om.

Van Agt: ,,[...] Ze was merkbaar ongelukkig over de politieke formatie die uiteindelijk uit de bus kwam. Ze was bijna sikkeneurig toen ik de opdracht tot formatie kreeg. [...] Ik merkte dat ik niet de eerste keuze was. Niet zozeer als persoon misschien, maar meer om wat ik ging tot stand brengen. [...] Je kon al tot een verklaring komen door simpelweg te overwegen dat elk staatshoofd graag een solide kabinet heeft. Vrijwel iedereen dacht, inclusief Hans Wiegel en ik: dit wordt een hachelijk avontuur. Ik kon best begrijpen dat de koningin er ongelukkig mee was dat, naar menselijke berekening, dit kabinet-in-wording wankel en kort van duur zou zijn.''

Dat de scepsis van Juliana mede gebaseerd was op het feit dat zelfs de steun van 77 Kamerleden niet vaststond, omdat de CDA-fractie een groep `loyalisten' kende die geen parlementaire binding met het nieuwe kabinet wilden aangaan, blijkt uit een volgend citaat: ,,Ze heeft in elliptische vorm uiting gegeven aan haar twijfel of Hans Wiegel en ik over een Kamermeerderheid beschikten. `Bent u er wel zeker van dat...'. Daar plaatste zij terecht een vraagteken bij.''

Dat de koningin toentertijd al het plan had om ten behoeve van haar dochter af te treden, mits dat kon zonder het risico dat Beatrix spoedig met vervroegde verkiezingen en een formatie zou worden geconfronteerd, verduidelijkt Van Agt ook. Namelijk door te zeggen dat hij tot op de dag van vandaag meent dat haar mededeling aan hem over haar abdicatie in 1980 kwam, nadat het kabinet in het kruisrakettendebat van 19 december 1979 overeind was gebleven en levensvatbaar mocht heten. Juliana had er volgens hem ,,ernstig'' rekening mee gehouden dat het kabinet zou vallen over de kernwapenkwestie, met vervroegde verkiezingen als gevolg. ,,Dan moest de koningin voor de daaropvolgende kabinetsformatie beschikbaar zijn'', zegt hij. Nadat het kabinet in het zadel was gebleven ,,heeft ze besloten: nu zet ik door, nu ga ik abdiceren. Maar ik moest hierover het zwijgen bewaren''.

Nu dan het verband tussen het besluit van Juliana om met abdicatie te wachten en de CDA-vorming en het kruisrakettendebat. Over die twee laatste kwesties, en hun onderlinge verband, is het nuttig om onder meer nog eens de oratie Het Voorbehoud na te lezen waarmee de toenmalige Clingendael-directeur H.J. Neuman op 2 november 1984 het ambt van bijzonder hoogleraar in Nijmegen aanvaardde. Neuman, die de ins en outs van het rakettendebat en de politieke spanningen daarover kende als weinig anderen, schetste in zijn oratie hoezeer de hevig verdeelde CDA-fractie najaar '79 worstelde met een gecompliceerd probleem. Namelijk dat het `eigen' kabinet weliswaar niet mocht vallen – dat zou een ramp zijn geweest voor de voor 1980 geplande fusie van de CDA-partijen (KVP, ARP en CHU) – maar evenmin Nederlands volledige steun mocht geven aan het NAVO-dubbelbesluit van 12 december 1979 over de raketten. Van Agt werd op de valreep door fractieleider Lubbers, die wist dat de loyalisten in zijn fractie niet met onvoorwaardelijke instemming met dat dubbelbesluit akkoord wilden gaan, gevraagd om in Brussel, Washington, Bonn en andere hoofdsteden na te gaan of men daar zou kunnen leven met voorwaardelijke Nederlandse instemming. En dat lukte. Dat wil zeggen: akkoord met het besluit zelf en met de productie van de raketten (in de VS), maar een voorbehoud op de mogelijke plaatsing van die wapens in Nederland tot een later ogenblik. De CDA-eenheid, de eerste prioriteit voor de CDA-ministers en voor Lubbers, leek gered en het risico van een crisis voorlopig afgewend. Maar de kwestie werd nog spannender toen tien CDA-loyalisten vlak voor het NAVO-besluit ondanks vermaningen van Lubbers hun steun gaven aan een (aanvaarde) oppositionele motie-Stemerdink/Brinkhorst (PvdA/D66) waarin het heette dat Nederland ,,thans niet'' kon beslissen over de plaatsing van kruisraketten. En nog spannender toen de NAVO-partners daarna niet bereid bleken het Nederlandse voorbehoud in het dubbelbesluit-communiqué op te nemen. Waarna Van Agt, die natuurlijk wat wist van de abdicatieplannen van Juliana maar daarover moest zwijgen, in de Kamer slechts bedekt met een crisis kon dreigen en hij, met een Nederlands Voorbehoud dat niet voorkwam in het NAVO-communiqué, de onverdeelde steun van de CDA-fractie moest zien te krijgen. Dat dat lukte geldt nog steeds als een mirakel, maar het lukte. Het kabinet overleefde en Juliana kon aftreden. En de CDA-partijen konden een jaar later fuseren. Maar de blijde bevrijding aan het fusie- en opvolgingsfront via dat Voorbehoud kostte een prijs: een vijf jaar (tot najaar 1985) durend slopend rakettendebat, dat even later internationaal nog irrelevanter werd toen Reagan en Gorbatsjov hun 0-0-akkoord over deze wapens sloten. Maar toen regeerde Beatrix al vijf jaar en had Nederland binnen zijn grenzen nooit een nucleaire kruisraket gezien.