Gevraagd: speler, sponsor, supporter

De ijshockeyers van Amsterdam werden gisteravond kampioen van een minicompetitie. Ambitieuze initiatieven moeten de sport nieuw leven inblazen.

De vaste bezoekers van de Amsterdam Bulldogs wreven gisteravond even in hun ogen toen zij bij de kassa's van de Jaap Edenhal lange rijen mensen ontwaarden. Normaal worden de wedstrijden van het beste ijshockeyteam van Nederland door een paar honderd toeschouwers bezocht, de allesbeslissende play-offwedstrijd tegen Diamant Tilburg trok tweeduizend bezoekers. ,,Dit is extreem'', zei bondsvoorzitter Jan de Greef. En manager Hannie Sprong van Amsterdam: ,,Als het ergens omgaat komen de mensen wel.''

Het probleem is juist dat het aan de publieke belangstelling vaak schort in de zieltogende Nederlandse ijshockeycompetitie. Met het afsluitende play-offduel in een best-of-five-serie werd gisteravond een minicompetitie afgesloten waaraan slechts vier teams deelnamen. Het bekertoernooi, de zogenoemde Coupe der Lage Landen, was uitgebreider maar zelden opwindend omdat de zwakke Belgische teams slechts als kanonnenvoer dienden voor de Nederlandse clubs.

Deze jarenlange armoede in het nationale ijshockey bereikte dit seizoen een dieptepunt, toen bleek dat zelfs in Nijmegen niet voldoende financiële middelen waren om een team in te schrijven voor de hoogste afdeling. Bondsvoorzitter De Greef kan nog met geen mogelijkheid zeggen hoeveel teams volgend jaar aan de Superliga deelnemen. De bond heeft drie potentiële `herintreders' (Nijmegen, Utrecht en Den Haag) tot eind april de tijd gegeven sponsors te zoeken voor een volwaardig team. Als zij daarin slagen is de gevestigde orde (Amsterdam, Tilburg, Heerenveen en Geleen) bereid het aantal importspelers te beperken tot vier. Nu zijn vijf Nederlandse Canadezen toegestaan en drie `gewone buitenlanders'.

Maar Nederlandse Canadezen die voor het nationaal team mogen uitkomen, worden niet als import-speler beschouwd. En buitenlanders die al twee seizoenen in Nederland spelen worden ook niet als zodanig gezien. Ron Berteling, die gisteravond voor de derde keer op rij als coach van Amsterdam de beker voor de ijshockeytitel in ontvangst nam, vraagt zich af waar de Nederlandse topspelers vandaan moeten komen die de opengevallen plaatsen van de buitenlanders moeten opvullen. ,,Je praat dan over 40 tot 45 ijshockeyers van eigen bodem die de clubs moeten vinden. Die zijn er niet.''

Toch gelooft De Greef in de plannen. ,,Er wordt bij de clubs veel aandacht besteed aan de opleiding van jonge spelers. Het vertegenwoordigend jeugdteam van onder zestien jaar won onlangs op een toernooi van Frankrijk en verloor met klein verschil van Slovenië en Rusland. Terwijl die landen meestal met dubbele cijfers over ze heen liepen.''

De nieuwe opzet valt of staat met de aanwezigheid van geldschieters, beseft De Greef. Zelfs Amsterdam mist de grandeur van vroeger. Een wollen sjaal hield gisteren voor de wedstrijd drie stoeltjes bezet; voor de bondsvoorzitter, zijn vrouw en bondsdirecteur Henk Hille. Het ontbreken van business-seats is aan sponsors niet meer te verkopen. De Greef: ,,Ik maak me nog steeds ernstig zorgen over de financiële positie van de clubs. Het is enorm belangrijk dat Nijmegen weer terugkomt. Als die club nog een jaar niet meedoet verdwijnen de fundamenten onder een voormalig bolwerk.''

De ijshockeybond NIJB gaat door met een bekertoernooi waaraan Belgische clubs deelnemen. De Greef denkt dat de Belgen volgende seizoen beter voor de dag komen. ,,Vorig jaar hadden zij een te korte voorbereidingstijd. Nu zijn ze al met de opbouw van teams bezig voor het nieuwe toernooi.''

Evenals De Greef en bondscoach Theo van Gerwen (tevens teamcoach van Tilburg Trappers) beseft Amsterdam-manager Sprong dat de populariteit van het Nederlandse ijshockey alleen kan groeien door successen van het nationale team. Dat zou zich na twee kwalificatietoernooien, om te beginnen in november, kunnen plaatsen voor de Spelen van Turijn in 2006. Sprong: ,,Dit is de enige methode om het Nederlandse ijshockey uit het slop te halen. Ik heb sponsors gevonden die bereid zijn twee keer een trainingskamp van drie weken te betalen in Canada en Finland. Dan moeten de internationals natuurlijk wel zes weken beschikbaar zijn.''

Hofleverancier Amsterdam geeft het goede voorbeeld. De kampioen en bekerhouder zal in het belang van het nationale team de Coupe der Lage Landen aan zich voorbij laten gaan. Sprong: ,,Ik hoop dat ook de internationals van Heerenveen en Tilburg zich beschikbaar stellen en willen opofferen voor hun land. Een aantal heeft een baan en kan er niet zo makkelijk zes weken tussenuit. Van Gerwen is al bezig met het organiseren van oefenwedstrijden in Canada. Dit plan moet slagen. Deze sport verdient meer aandacht. Dat kan alleen als we naar de Spelen gaan. Dan kunnen de media niet meer om ons heen. Het is een schande dat de NOS zo weinig aandacht aan het ijshockey besteedt. De bekerfinale werd wel live uitgezonden en door bijna een miljoen mensen bekeken. Dat had men in Hilversum toch aan het denken moeten zetten.''

Recordinternational Berteling relativeerde met een glas champagne in de ene hand en een sigaar in de andere, het plan voor het nationale team. ,,Je moet maar afwachten of die sponsors daadwerkelijk bereid zijn te betalen en of alle internationals zich beschikbaar stellen. Ik zou er niet mee zitten als we het bekertoernooi laten schieten, want daar vond ik dit seizoen geen moer aan.''