Frustreer crimineel gedrag op voorhand

Het strafrecht zit niet te wachten op nieuwe filosofieën van de politie, vindt voorzitter De Wijkerslooth van het college van procureurs-generaal. De politietop denkt daar anders over.

Val voetbalvandalen niet alleen voor, tijdens en na de wedstrijd lastig, maar voortdurend. Geef hun namen door aan de wijkagent zodat die ze ook door de week opvallend en hinderlijk kan volgen. Haal het gebruik van harddrugs uit het wetboek van strafrecht en benader verslaafden vanuit de optiek van de gezondheidsproblematiek. Het zijn twee voorbeelden waarmee scheidend hoofdcommissaris B. Welten van het regiokorps Groningen het begrip `tegenhouden' als nieuwe politiestrategie illustreert.

Frustreer potentieel crimineel gedrag op voorhand, is de kortste samenvatting van die strategie. Probeer in te grijpen in het besluitvormingsproces van de mogelijke dader. Vertel een verdachte dat de politie op de hoogte is van zijn plannen. Dat ze zijn motivatie kent (bijvoorbeeld geldgebrek) en zorg dat betrokkene indien nodig een uitkering krijgt, is een ander voorbeeld dat Welten geeft in het rapport Tegenhouden troef dat een commissie onder zijn voorzitterschap schreef in opdracht van de raad van hoofdcommissarissen.

Ook potentiële slachtoffers krijgen, als het aan Welten ligt, met die strategie te maken. Wie aangifte wil doen van diefstal van waardevolle voorwerpen uit zijn auto, krijgt nul op rekest als blijkt dat de auto onvoldoende afgesloten was. Een winkelier die onvoldoende heeft gedaan om zijn zaak te beveiligen, moet maar met civielrechtelijke procedures zijn schade proberen te verhalen.

Weltens pleidooi voor die politiestrategie is niet nieuw, in 2001 presenteerde een andere werkgroep van de raad van hoofdcommissarissen, de commissie-Van Riessen (plaatsvervangend korpschef regiopolitie Amsterdam/Amstelland), het rapport Misdaad laat zich tegenhouden. Ook dit was een pleidooi voor alternatieve vormen van misdaadbestrijding omdat het klassieke model van opsporing en vervolging onvoldoende soelaas biedt.

Om dat `Amsterdamse model' ook landelijk handen en voeten te geven, toog Welten, die deze week overigens het Groninger regiokorps verruilt voor dat van Amsterdam, aan het werk om die strategie verder uit te werken. Want ,,het systematisch inbouwen van misdaadremmende factoren in maatschappelijke en economische processen waarmee herhaling van misdaad wordt voorkomen, is doelmatiger dan opsporing en vervolging'', schrijft Welten in zijn rapport. ,,Opsporing van strafbare feiten nadat deze ter kennis van de politie zijn gekomen, vergelijken we met het droogmalen van polders nadat het water over de dijk is gestroomd.''

`Tegenhouden' is in het Amsterdamse politiekorps inmiddels een ingeburgerd begrip waar intern zelfs een projectorganisatie voor is ingesteld. Dat verdient volgens Welten landelijke navolging, hij bepleit bij elk regiokorps de aanstelling van een portefeuillehouder-Tegenhouden. Uiteindelijk moeten individuele agenten en rechercheurs door hun leidinggevenden zelfs beoordeeld worden op de mate waarin zij aan die strategie bijdragen. Zo moeten rechercheurs zich bij verhoren niet alleen focussen op de zaak die ze onderzoeken, maar ook op andere informatie die voor collega's van belang kan zijn bij het voorkomen van nieuwe misdrijven.

Ook departementaal moet dat beleid van tegenhouden handen en voeten krijgen, schrijft Welten. De minister van Binnenlandse Zaken moet de nu nog heersende vrijblijvendheid van de meeste departementen en lagere overheden bij criminaliteitsbestrijding doorbreken. Zo moeten gemeenten erop toezien dat bij nieuwbouwprojecten de woningen voldoen aan de eisen van het `politiekeurmerk Veilig Wonen'. Startende ondernemers moeten een Veiligheidsplan opnemen in hun ondernemersplan.

Die oproep aan overheden, bedrijfsleven en burgers zal ook het antwoord van Welten zijn op de kritiek van voorzitter J. de Wijkerslooth, voorzitter van het college van procureurs-generaal. Deze vindt dat de politie zich bij dat beleid van tegenhouden moet beperken tot een signalerende rol. ,,Het is niet de verantwoordelijkheid van de politie om te zorgen dat andere organisaties op hun terrein liggende preventieve maatregelen treffen. Helaas bespeur ik de tendens om dat wel te willen doen'', schreef De Wijkerslooth. ,,Een slachtoffer heeft geen boodschap aan de voordelen van het tegenhouden. Het slachtoffer wil dat de dader gepakt wordt.''