De verdediging van de rechtsstaat

Met de dood van prinses Juliana is een einde gekomen aan een eerder, `knus' en huiselijk Nederland, zei VVD-fractieleider Van Aartsen zaterdag meteen. We leven nu in een `gevaarlijke wereld', mijlenver verwijderd van het tijdperk van de spruitjeskoningin die zo gezellig met hippies in het gras kon zitten. Nu hebben we moslimterreur en honderden doden vlak over de grens.

Van Aartsen politiseerde het overlijden van de Oranje-prinses op die manier direct, maar heeft hij gelijk? Een dag later werd in het tv-programma Buitenhof ook al het einde van een tijdperk verkondigd door VVD-filosoof Cliteur, die zich erover verkneukelde dat oud-minister Pronk als een snotjongen was weggestuurd door minister van Justitie en Integratie Verdonk. Maakte je in de jaren '70 nog indruk met linkse morele praatjes, nu word je daarmee gewoon `de kamer uitgestuurd', glimlachte hij. Zo doen we dat tegenwoordig. Mooi. Of het ook liberaal is dat een bewindspersoon een criticus die zijn woorden niet goed kiest, domweg de deur wijst met een beroep op het `algemeen belang', dat vermeldde de rechtsfilosoof niet.

Hoe zit het met dat huiselijke Nederland van koningin Juliana? De beelden staan misschien bij de VVD minder scherp op het netvlies dan bij CDA en PvdA die destijds in de regering zaten, maar de jaren '70 waren behalve het tijdperk van de naïeve linksigheid óók de jaren van gijzelingen, kapingen, een bijna-constitutionele crisis, RAF en een Molukse terreur die met straaljagers aan flarden werd geschoten. Dus hoezo `knus'?

Maar Van Aartsen bedoelt natuurlijk iets anders. Al dat rumoer gebeurde tegen de achtergrond van een blakend optimisme over de koers van de wereld: de mens was van nature goed, leerde het progressieve vooruitgangsgeloof, en het kon allemaal alleen maar beter worden als het onderdrukkende kapitalistische `systeem' eenmaal was vervangen door een vriendelijker, meer op de menselijke maat gesneden samenleving. Dat humanisme was ook nog af te zien aan de prettig gebruinde ski-gezichten van de Oranjes, een glas en een rokertje losjes in de hand, die we nu weer uitgebreid op tv te zien kregen. Die montere achtergrond ligt sinds 11 september 2001 aan diggelen, dat is waar.

In de gevaarlijker wereld waar we nu in leven, gaat het erom de verworvenheden van de westerse beschaving te verdedigen, de rechtsstaat voorop. Maar het tumult dat daarover nu is uitgebroken, is eerder een voortzetting van naïef maakbaarheidsdenken dan een breuk ermee. Kijk naar de waslijst voorstellen, wensen en losse flodders die vooral door VVD en LPF zijn afgevuurd om de integratie van allochtonen (lees vooral: moslims) binnen onze rechtsorde te bespoedigen. Daarin gaan juist de vrijheid van onderwijs, godsdienst en vergadering op de helling als archaïsche ideeën die niet meer passen bij een moderne wereld die in de ban is van terreur. Moskeeën moeten kunnen worden gesloten, het strafrecht aangepast om medeplichtige families bij eerwraak aan te pakken, allochtone plegers van huiselijk geweld zouden levenslang geen partner meer uit het buitenland mogen halen, allochtone ouders moeten worden beperkt in hun vrije schoolkeuze, als ze thuis geen Nederlands spreken moet actie worden ondernomen, en hoofddoekjes moeten voor ambtenaren worden verboden.

Alles bij elkaar schiet dat spervuur van voorstellen de verkeerde kant op: die van speciale gelegenheidwetsgeving die een groep burgers collectief apart plaatst van de rest van de bevolking. Terwijl een kenmerk van het recht nu juist is dat het moet worden gegeven in de vorm van algemene regels en niet in de vorm van beslissingen voor afzonderlijke gevallen. Dat betekent ook dat niet voor elk specifiek probleem meteen naar een aanpassing van het wetboek moet worden gegrepen – ook al is het volgens het Kamerlid Hirsi Ali ,,een kleine moeite'' om dat even te doen, bijvoorbeeld om eer te bewijzen aan de slachtoffers van een premoderne traditie als eerwraak. Maar wie denkt dat de rechtsstaat een platform is voor symboolpolitiek, of voor het dichttimmeren van elk probleem met nieuwe wetgeving, heeft het niet begrepen. De rechtsstaat is veel, maar géén liberale variant van het plansocialisme.

Wie daarop wijst, krijgt het voor zijn kiezen. Opmerkelijk zijn de permanente aanvallen op de Amsterdamse burgemeester Cohen, paradoxaal genoeg nu juist een bestuurder die niet rauwe ideologie of partijpolitiek maar rechtsstatelijkheid hoog in het vaandel draagt. In columns, interviews en `open brieven' die het karakter krijgen van publieke stalking gaat hij over de hekel als een naïeve slappeling die denkt dat het erom gaat ,,de boel bij elkaar te houden''. Waar haalt hij het vandaan? Bovendien heeft hij het gruwelijke idee dat religieuze organen een rol kunnen spelen bij inburgering van allochtonen – een benadering die past in de Nederlandse cultuur, maar die niet hard genoeg is voor een tijdgeest die korte metten wil maken met het consensusdenken.

Een verwante polarisatie geldt het idee van de `neutrale' staat: LPF-Kamerlid Eerdmans denkt dat neutraliteit betekent dat de staat seculier moet zijn en bijvoorbeeld personeel in overheidsdienst moet verbieden hun vrijheid van geloof uit te oefenen, een voorstel waarvoor hij overigens ook van de VVD geen steun kreeg. Hij meent dat de scheiding van kerk en staat – ook een subtiele westerse verworvenheid die nu als one liner is herontdekt – neerkomt op ,,het recht om niet geconfronteerd te worden'' met andermans geloof. Over wildgroei van rechten gesproken: zo'n agressief recht bestaat helemaal niet. Geen wonder, want het betekent simpelweg recht op intolerantie.

De rechtsstaat moet burgers beschermen tegen ongebreidelde interventie van de overheid en tegen crimineel gedrag van medeburgers, en hun de ruimte geven hun leven binnen de wet naar eigen inzicht vorm te geven; dat moet ook verdedigd worden in een tijd van terrorisme en internationale chaos.

Recht is geen blauwdruk voor ideologische correctheid waarmee een samenleving van bovenaf op maat kan worden gesneden. Zoals ook de Verlichting – met de rechtsstaat en de scheiding van kerk en staat onderdeel van het westerse erfgoed – niet een soort magisch ritueel is waar hele bevolkingsgroepen ,,doorheen moeten gaan'' om er als moderne individuen weer uit te komen. Zulk magisch denken hebben we nu juist afgeleerd, ook in een gevaarlijke wereld.