China geïrriteerd door kritiek van VS

De Verenigde Staten gaan, na een onderbreking van een jaar, weer een resolutie over China indienen bij de mensenrechtenconferentie van de VN in Genève. Volgens een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is een veroordeling van China noodzakelijk omdat het beloften op het gebied van religieuze vrijheden, arrestaties en andere mensenrechtenkwesties niet nakomt. Onlangs uitte president Bush ook deze kritiek.

China heeft het mensenrechtenoverleg met de VS onmiddellijk afgebroken. ,,De opzettelijk door de VS veroorzaakte confrontatie heeft de basis van dialoog en uitwisseling op het gebied van mensenrechten ernstig beschadigd'', zei onderminister van Buitenlandse Zaken Shen Guofang.

Sinds de bloedig neergeslagen studentenprotesten in China in het voorjaar van 1989 hebben de VS elk jaar een resolutie ingediend tijdens het VN-mensenrechtenoverleg in Zwitserland. Alleen vorig jaar werd daar van afgezien, vermoedelijk om China, dat de Amerikaanse oorlog tegen de terreur steunt, niet tegen de haren in te strijken.

Hoewel de resolutie, die ieder jaar door een steeds kleinere groep landen wordt gesteund, nog nooit is aangenomen, gaat er een krachtige symboolwerking vanuit. Steeds minder landen zijn bereid China openlijk te kritiseren voor zijn falend mensenrechtenbeleid. Zo heeft ook de Europese Unie besloten het sinds 1989 opgelegde wapenembargo op te heffen omdat de mensenrechtensituatie in China de afgelopen jaren sterk verbeterd zou zijn.

Volgens de VS is dat een onverstandig besluit en schiet China nog op veel punten tekort. China-watchers en mensenrechtenorganisaties bevestigen dat beeld. Zo werd afgelopen week nog de manager van een van China's meest uitgesproken kranten, het Dagblad van de Zuidelijke Metropool, tot twaalf jaar veroordeeld wegens corruptie – een onterechte beschuldiging volgens zijn advocaten. De krant heeft de Chinese regering meermaals pijnlijk op haar nummer gezet door zaken te publiceren, over de longziekte sars en corruptie bijvoorbeeld, die Peking liever niet in de openbaarheid had gehad.