Lokale politici vrezen gekozen burgemeester

Lokale politici voelen weinig voor een gekozen burgemeester. Ze vrezen vete-achtige patstellingen in de gemeenteraad.

,,Mijn droom werd waar'', roept de eerste per advertentie geworven wethouder van Nederland, Alfons Schrijvers uit Tiel, enthousiast uit. Maar burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam heeft wat moeite om het gehoor te overtuigen van het nut van een gekozen burgemeester die ook zijn eigen wethouders zou mogen benoemen.

In de boezem van de landelijk bijeenkomst van de Vereniging Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG), zaterdag in Bergambacht, leven tegenstrijdige gevoelens over de verschillende vormen van dualisme, zoals die op gemeentelijk niveau worden voorgesteld of al in de praktijk gebracht: prima als een raadsfractie zich niet meer per se gebonden hoeft te weten aan de `eigen' wethouder, zoals in Tiel, maar wat minder als een gekozen burgemeester geheel los van de fracties in de raad zijn wethouders mag benoemen, zoals Opstelten voorstelt.

In heel Nederland zijn er ongeveer 2.360 gemeenteraadsleden lid van een lokale partij, dat wil zeggen een groepering die niet op landelijk of provinciaal niveau bestaat. Van alle wethouders in Nederland is 26 procent afkomstig uit zo'n groepering. Ruim honderd van hen hebben de weg gevonden naar zalencentrum De Waard in dit Zuid-Hollandse dorp, voor de landelijke bijeenkomst van de VPPG. Het is nadrukkelijk geen congres. Aan de poging van Jan Nagel en anderen in 2001 om uit de lokale `Leefbaar'-groeperingen een nationale beweging te maken, wordt door menigeen hier met afschuw teruggedacht. ,,Misbruik van de lokale politiek'', vindt een raadslid uit Westland.

Lokale politieke groeperingen ontlenen – zo blijkt uit de debatten en gesprekken – hun bestaansgrond vaak aan het gevoel dat de lokale belangen bij de landelijke politieke partijen, en hun vertegenwoordigers op lokaal niveau, niet in goede handen zijn. Vandaar ook de gemengde gevoelens over de plannen voor de gekozen burgemeester, legt drs. H. Senders uit, die voor het wetenschappelijk bureau van de VPPG over dit onderwerp de gevoelens onder de lokale politici heeft gepeild. Zeker lijkt de gekozen burgemeester menigeen een remedie tegen het bezwaar dat burgemeesters thans veelal lieden zijn die door een landelijke partij aan een baantje moeten worden geholpen en zo van buiten in een gemeente worden gedropt.

Maar de gedachte dat een gekozen burgemeester ook wethouders zou gaan benoemen, charmeert slechts vier procent van de ruim 400 lokale politici die aan Senders onderzoek hebben meegenomen. Een verpletterende meerderheid van tachtig procent zag de gekozen burgemeester het liefst gereduceerd tot een ceremonieel ornament: veertig procent meent dat hij geen taak heeft bij het benoemen van wethouders en nog eens veertig dat hij slechts hoort te adviseren.

Vooral in kleinere gemeenten, waar iedereen iedereen kent, wordt zwaar getild aan de mogelijkheid van vete-achtige patstellingen, wanneer burgemeester en raad met onderling verschillende programma's verkozen zullen worden. Verkiezen is mooi maar niet als je invloed als lokaal politicus op het gemeentebeleid afneemt, lijkt de leidende gedachte onder de lokalen. Tekenend in dit verband is dat raadsleden van lokale oppositiepartijen vaker voorstander zijn van de gekozen burgemeester (43 procent) dan die wier partij aan het college deelneemt (26 procent). Alles bij elkaar geeft 59 procent van de lokale politici aan weinig te voelen voor de gekozen burgemeester.

De scepsis is dan ook voelbaar in het zaaltje, wanneer Opstelten een opgewekt betoog houdt over zijn voorkeur voor de gekozen burgemeester, die zelf zijn wethouders benoemt en deze – anders kan in de huidige kabinetsvoorstellen – niet meer aan de raad ter goedkeuring hoeft voor te leggen. Voor de door zijn gehoor gevreesde patstellingen is Opstelten niet bang: ,,Echt onzin. Neem New York: een Republikeinse burgemeester met een voornamelijk Democratische raad, en dat gaat goed. Een goede burgemeester zal, ongeacht zijn eigen politieke kleur, naar de raad luisteren. En als dat niet lukt heb je de verkeerde burgemeester gekozen, en kies je de volgende keer een ander.''

Een ander, volgens onderzoeker Senders vaak gehoord argument tegen de gekozen burgemeester is dat men op lokaal niveau nog maar nauwelijks bekomen is van het `dualisme' zoals dat sinds twee jaar geldt in gemeenten. Wie wethouder Schrijvers uit Tiel hoort, kan zich daar iets bij voorstellen. Zelf woonachtig in Barneveld, reageerde deze carrièreambtenaar in 2002 op een advertentie in het blad Binnenlands bestuur waarin de nieuwe partij Pro Tiel, in één klap de grootste in de Tielse raad geworden, om externe kandidaten voor het ambt van wethouder vroeg.

Schrijvers geeft hoog op van de frisse wind die een buitenstaander als hij kan laten waaien in de gemeentepolitiek: ,,Je bent vers bloed, je bent objectiever en onafhankelijker''. Het zou alleen wel fijn zijn, als de Pro Tiel fractie nét iets vaker voor zijn plannen zou stemmen. ,,Soms zegt de burgemeester mij wel eens: maar Alfons, dat kan toch niet dat een partij in de raad steeds zijn eigen wethouder laat vallen. Dan antwoord ik: ja burg, dat is nu eenmaal dualisme!''