Leger: 500 doden in Nepal

Bij gevechten tussen regeringssoldaten en maoïstische rebellen in het westen van Nepal zijn gisteren meer dan 500 doden gevallen, aldus een woordvoerder van het Nepalese regeringsleger. De opstandelingen hadden zaterdagnacht een politiepost, legerbarakken en een regionaal bestuurscentrum aangevallen in Beni, 300 kilometer ten westen van de hoofdstad Kathmandu.

Volgens de media had het rebellenleger de brug die toegang verschafte tot het stadje, opgeblazen voordat het er binnendrong. Daarna hebben de guerrillastrijders de controletoren en een deel van het vliegveld opgeblazen, de gevangenen uit de plaatselijke gevangenis bevrijd en de bank beroofd, aldus journalisten.

Vijfhonderd rebellen, zeven politieagenten en elf soldaten zouden, volgens het regeringsleger, de confrontatie niet hebben overleefd. Tweehonderd guerrillastrijders zouden verwondingen hebben opgelopen. De cijfers van het regeringsleger zijn niet altijd betrouwbaar. Het maoïstische rebellenleger heeft nog geen verklaring over het treffen afgelegd.

In het verleden zijn beweringen over zware verliezen door beide partijen dikwijls overdreven. Bovendien worden ze zelden door onafhankelijke bronnen bevestigd.

De maoïstische rebellen strijden al sinds 1996 tegen de regering en tegen de Nepalese monarchie. Ze hebben maar één doel voor ogen: het installeren van een communistische éénpartijstaat in Nepal. Het conflict heeft in totaal al aan meer dan achtduizend mensen het leven gekost.

Toen in augustus vorig jaar de vredesonderhandelingen vastliepen, is de strijd tussen de regeringstroepen en de rebellen weer opgelaaid. Bij het treffen van zondag zouden de anti-monarchistische strijders, als de cijfers kloppen, hun zwaarste verliezen sinds het begin van het conflict hebben geleden