Katachtige expressie bij violiste Janine Jansen

In 1913 woonde de Britse componist Arnold Bax (1883-1953) een uitvoering bij van Le Sacre du Printemps. Stravinsky's muzikale paganisme maakte diepe indruk op de rijkeluiszoon Bax, die het componeren afwisselde met tennissen en discussiëren met zijn vrienden. Nog datzelfde jaar schreef Bax zijn symfonische gedicht Spring Fire, gebaseerd op de openingsregels van het gedicht Atalanta in Calydon van de dichter Algernon Charles Swinburne (1837-1909). Spring Fire was volgens Bax `een poging om de eerste stoot en inval van de lente in de bossen te omschrijven'. Die inval zou echter pijnlijk lang op zich laten wachten.

De geplande première in 1914 ging niet door vanwege het uitbreken van de oorlog, en bij een tweede poging in 1916 verklaarden de musici van de Royal Philharmonic Society dat de muziek onspeelbaar was. Zo kon het gebeuren dat de muzikale lente van Bax pas in 1970, zeventien jaar na zijn dood, in wereldpremière ging, terwijl de Nederlandse première ervan uiteindelijk dit weekend plaatsvond in de ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw.

Dirigent Mark Elder leidde deze bijzondere gebeurtenis in met een ode aan het Nederlandse publiek: ,,Live muziek is spiritueel voedsel, en hier wordt dat begrepen''. Ook prees hij het niveau van onze (radio-)orkesten en de uitzonderlijke programmeringen die hier mogelijk zijn zonder dat de zalen onmiddelijk leegstromen. Zoals die van de door hemzelf gedirigeerde en overigens maar matig bezochte matinee, waarop behalve Bax ook zelden gespeelde muziek van Dukas, Britten en Dutilleux op de lessenaars stond. Moraal van Elders toespraak: Gooi niet weg wat jullie hier hebben opgebouwd, want dat is goud waard!

Er volgde een suggestieve uitvoering van Bax' Spring Fire, met hoorbare regendruppels als in Disney's Bambi, een stralende zonsopgang, idyllisch verklankte natuurtaferelen met ruisende lentewind en kabbelend water, verlucht met een liefdespaar, dartele nimfen en plagerige faunen. Heel kleurrijk en schilderachtig, maar gaandeweg ook wat vermoeiend; als een zondagse wandeling waar maar geen eind aan wil komen.

Indrukwekkender klonk Sur le même accord (2002), een `nocturne' voor viool en orkest, die Dutilleux componeerde voor de Duitse viooldiva Anne-Sophie Mutter. Als een katachtige in de jungle kroop violiste Janine Jansen in de huid van het orkest om dit schemerachtige werk van binnenuit in vuur en vlam te zetten. Zo inspireerde zij de orkestmusici tot de juiste verhoudingen, want het werk is door Dutilleux opgezet als vrije improvisatie tussen soloviool, orkest en instrumentale groepen onderling.

Voor de pauze had het Radio Philharmonisch Orkest onder Elder zich al optimaal bewezen in de sonore perfectie waarmee La péri, een `poème dansé' uit 1912 van Dukas, werd uitgevoerd. Ook in Brittens Les Illuminations, op gedichten van Rimbaud, imponeerden orkest én dirigent met hun partituurgetrouwe inzet en muzikale betrokkenheid, terwijl de Engelse tenor John Mark Ainsley in dit werk als een krachtig zingende torero de strijd aanbond met de hectiek en de vervreemding van het moderne stadsbestaan.

Concert: Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Mark Elder m.m.v. John Mark Ainsley (tenor), Janine Jansen (viool). Werken van Dukas, Britten, Dutilleux en Bax. Gehoord: 20/3 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: 23/3, 20.02 uur, via Radio 4.