Juliana

Het was een zaterdag in de loop van 1980 en koningin Beatrix reikte in het Paleis op de Dam de Grote Prijs der Nederlandse Letteren uit aan de Vlaamse schrijver Maurice Gilliams. Prinses Juliana, een paar maanden eerder afgetreden, was er ook bij.

Toen Juliana na de prijsuitreiking de Burgerzaal betrad voor de receptie, ontstak zij in woede. De beroemde antieke kaarten van de aarde en de sterrenhemel, met koper ingelegd in de marmeren vloer, waren bedekt met tapijten om beschadiging te voorkomen. ,,Nou hebben we eens iets moois en dan leggen we er van die lappen op. Weg. Wèg met die lappen!'' Juliana maakte onverbiddelijke gebaren, het tegendeel van wuiven.

Beatrix wenkte de lakeien, de gasten stapten opzij en de tapijten werden opgerold. Juliana was daarna zeer tevreden. Ze trok aan haar sigaret en nam een slok sherry, om en om. Binnenshuis was ze nog de baas, moeders wil was wet.