Hoofddoek in de storm

Het overlijden van een voormalig staatshoofd roept niet alleen herinneringen wakker aan de persoon, maar geeft het land aanleiding op zichzelf terug te kijken. Beelden van de wederopbouw, de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, de watersnoodramp van 1953 (koningin Juliana met hoofddoek in de storm), de provo- en krakersrellen trekken voorbij. Tegelijk wordt iedereen boven een bepaalde leeftijd, wat zijn staatkundige overtuiging ook zijn mag, geconfronteerd met een eigenaardige mix van persoonlijke herinneringen en politieke ervaringen.

Ik zie mij staan als meisje op een schoolplein, waar wij kinderen geacht werden jaarlijks op Koninginnedag een aubade van oud-vaderlandse liederen te brengen. En ik zie me als prille republikein met een verkiezingsaffiche van de PSP met de tekst: `150 jaar monarchie mooi geweest.' Wat is het lang geleden.

Juliana behoort tot de geschiedenis en het heeft altijd vastgestaan – door haar afkomst en het Nederlandse staatsbestel – dat zij hoe dan ook een historische rol zou spelen. Dit maakt de bijzondere aantrekkelijkheid uit van biografieën van vorstelijke personen. Hun leven is vaak de glazen stuiter waarin wij, al naar het licht valt, in alle tinten flarden van de geschiedenis weerspiegeld zien.

Er zal dus een biografie komen van Juliana. Niet dat er over haar leven tot dusver weinig is gepubliceerd. De necrologieën zijn eerder overvloedig dan karig. Talloze monografieën en biografieën van tijdgenoten hebben al het licht gezien. Ook over Juliana zelf zijn al veel boeken verschenen, waarvan met name de aanzet tot een biografie door dra. M.G. Schenk en Magdaleen van Herk (Juliana, vorstin naast de rode loper) uit 1980 genoemd moet worden. Maar een serieuze biografie, zoals die van Cees Fasseur over Wilhelmina, kon nog niet geschreven worden.

Twee jaar geleden kreeg ik van uitgeverij Balans het verzoek dit op mij te nemen. Een prachtige, maar ook een onmogelijke opdracht. Tussen het overlijden van prinses Wilhelmina in 1962 en de verschijning van Fasseurs monumentale tweedelige biografie waren bijna veertig jaar verstreken. Uiteraard heeft dit tijdsverloop vooral te maken met de beperkte toegankelijkheid van de archieven. In het Koninklijk Huisarchief is vrijwel niets uit de twintigste eeuw zonder meer toegankelijk.

Anders ligt het met het Nationaal Archief. Daar zijn in 1995 de archieven van de achtereenvolgende premiers van 1942 tot en met 1979 vrijgegeven. Maar dan wel met uitzondering van, vooral, de stukken over het Koninklijk Huis.

Een poging van de VPRO om stukken uit de nalatenschap van Gerbrandy in te mogen zien voor een documentaire van Hans Keller, liep vast op een weigering van de familie van de `oorlogspremier'. Gerbrandy was namelijk lid van de commissie-Beel die de Greet Hofmans-affaire in 1956 moest bezweren. De familie Gerbrandy wilde het daarover beschikbare materiaal pas vrijgeven na de dood van zowel prinses Juliana als die van prins Bernhard. Tot voor de Raad van State is over deze kwestie gesteggeld.De historicus L.J. Giebels verloor een juridische strijd om de openbaarmaking van het verzegelde dossier over de Greet Hofmans-affaire af te dwingen.

Een biografie is onmogelijk zolang de archieven zich niet openen en moet dus, nog afgezien van wettelijke beperkingen, wachten tot de privacy van nog levende personen zich niet langer tegen openbaarmaking verzet. Fasseur was de eerste die, met toestemming van koningin Beatrix, toegang kreeg tot het persoonlijk archief van Wilhelmina. Het persoonlijk archief van Juliana zal, vermoed ik, pas door haar kleinzoon selectief beschikbaar worden gemaakt. Behalve zonder toegang tot de documenten, inclusief persoonlijke brieven, kan de biograaf het moeilijk stellen zonder de medewerking van de intimi van Juliana, in het bijzonder haar kinderen. Hoe was zij als moeder en echtgenote? Hoe heeft zij de erfelijke opdracht die aan haar familie is toebedeeld, ervaren, geinternaliseerd en aan een volgende generatie Oranjes overgedragen? Dat zijn maar twee van de duizenden vragen die een biograaf bestormen. Niet dat een biograaf zich door nabestaanden, vrienden, verwanten of tegenstanders mag laten leiden. Er is niets zo onbetrouwbaar als een geautoriseeerde biografie, niets zo irritant als een vorstenleven beschreven door een lakei of Oranjeklant. Aan de andere kant: er moet wel persoonlijke betrokkenheid zijn. Ik heb wel een beeld van Juliana, al kan ik niet weten of dit geen mythisch beeld is. ,,Ik weet, dat medegevoel in Uw wezen ligt [...] en dat Uw hart wagenwijd openstaat.'' (Henriette Roland Holst in 1936 in een gehonoreerd gratieverzoek aan Juliana voor de muiters van De Zeven Provinciën).

Een reconstructie van een tijdperk, staatkundige verhoudingen, de rol van Juliana in de vorming van een modern koningschap, de invloeden die zij onderging en uitoefende, het is alles maar één kant van de medaille. De andere kant is de vraag naar de mens achter het staatshoofd. Hoe innig was haar geloof? Waar kwam haar pacifisme vandaan? Was Juliana feministe? Dat is geen vergezochte hypothese: hoe verontwaardigd was zij na de geboorte van Willem-Alexander niet over de suggestie dat een koning beter zou zijn dan een koningin?

Dit zijn een paar overwegingen van een gemankeerde biograaf, want vooralsnog zie ik ervan af: over te veel zou ik in het duister moeten tasten. Wat je zou kunnen doen en dat is op zichzelf al een breed en vruchtbaar terrein van onderzoek is nagaan hoe de tijdgenoten over haar hebben geoordeeld. De dag van Juliana's overlijden was vol betuigingen van genegenheid. Ik denk dat dit nu eens geen gelegenheidspraatjes waren. Het is een thema dat dit leven kenmerkt. Zelfs toen in de republikeinse jaren '60 de provo's en hun sympathisanten zich tegen de monarchie keerden, bleef er voor Juliana een tussen bewondering en vertedering zwevende sympathie bestaan. Gerard Cox zong het liedje Arme Ouwe over een provo die tegen de koningin zou gaan demonstreren, maar daarvan afzag omdat zij te veel op zijn moeder leek. ,,Arme ouwe, blijf maar zitten op je troon./ Ach wat zouden we jou daar nou af gaan douwen.../ blijf maar zitten net als vroeger, doodgewoon,/ Arme ouwe, arme ouwe.'' Prompt werd er proces-verbaal opgemaakt wegens majesteitsschennis. Het was immers 1966. Maar was dit liedje eigenlijk geen liefdesverklaring?