Historische tangoversie Romeo en Julia

Tango, de Argentijnse liefdesdans in tweedelige maat, is ook een dodendans. Met slepende passen zweven de in het zwart geklede dansers en danseressen over de vloer. Shakespeares klassieke liefdestragedie Romeo en Julia (1593) lijkt geschreven voor de tango, hoewel de tango pas veel later ontstond. Regisseur Ola Mafaalani bij Toneelgroep Amsterdam heeft het goede idee gehad de tango te voegen bij Romeo en Julia. Dat leek aanvankelijk een gevaarlijke vondst, een dans bij een tekst, een plaatje bij een tragisch liefdesgevoel, maar op wonderlijke wijze gaan muziek en tragedie een prachtige synthese aan.

In verschillende opzichten zal deze Romeo en Julia een plaats verwerven in de theatergeschiedenis. Op geen enkele manier is het een voorstelling die gespeeld is op tranenrijke droefheid, op inleving door de toeschouwers. Het decor is een kale ruimte, we zien het baksteen van het toneelhuis. De belichting is naargeestig, alsof de handeling zich in de repetitieruimte afspeelt. Tegen de achterwand hangt een doek dat eerst diepzwart is. Dan treffen de donkere ogen van Julia, gespeeld door de Braziliaanse tangodanseres Christiane Palha, de blik van Romeo, vertolkt door Pierre Bokma. Op dat moment raast een bliksemflits over het podium. Het zwarte doek valt weg en wit komt te voorschijn. Geleidelijk maakt omlaagstromende, inktzwarte verf dat doek weer rouwzwart.

Het is een voorstelling vol symbolische tekens, die de toeschouwer moet duiden. Degenen die voor het eerst een Romeo en Julia zien, moeten hard werken om de verhaallijn te doorgronden. Er is onverbiddelijk gesnoeid in de tekst ten gunste van de dans. Julia heeft nauwelijks taal. Ze ligt verleidelijk op de grond, wuift met haar vingers, zegt even `Hai' tegen Romeo en Bokma gaat daar prachtig op in, zich richtend tot de zaal: ,,Hoor eens, haar stem.'' Wanneer deze ragfijne Julia met Romeo danst, schopt ze haar hooggehakte schoenen uit. Danst ze met de clanleden van haar familie Capulet, dan is ze weer geschoeid met stiletto heels.

Ook om een andere reden schrijft deze voorstelling geschiedenis. De balkonscène bijvoorbeeld. Die is zonder Julia, zonder pittoresk balkonnetje. Bokma ligt languit op het voortoneel vlak voor een schijnwerper. Met een verblindend spiegeltje dat het theaterlicht weerkaatst tast hij de zaal af alsof hij Julia zoekt. Ondertussen zegt hij in een alleenspraak de liefdesdialoog, waarin hij ook de tekst van Julia voor zijn rekening neemt. Het gaat op een ontroerende manier over nacht en ochtend, over nachtegaal en leeuwerik, over blijven en smartelijk afscheid.

Terecht heeft Mafaalani de twist tussen de beide families tot een zaak van het tweede plan gereduceerd. Het gaat om liefde met een hoofdletter. Het superieure tangoduo Los hermanos Macana staat tegenover Romeo. In een dans zwiept een been op atletische wijze tegen Bokma's rug. Hij valt op de grond. Dan neemt Bokma op subtiele wijze wraak door, Strangers in the night fluitend, de hele clan van Capulets uit te moorden. Niet goed zichtbaar, maar in korte ogenblikken van mooi spel is innig de band verbeeld tussen Julia en haar voedster, Janni Goslinga. De laatste kan in de treurige minuten van Julia's vermeende dood zacht, fluisterend, haar naam noemen. Het enige grote bezwaar tegen deze voorstelling is de rol van Adelheid Roosen als engel. In lelijk lichtblauw doolt ze doelloos over het toneel, ze draagt vleugels van veren met zich mee. Uiteindelijk heeft ze een handeling: ze schiet Romeo dood. Zijn zelfmoord in het origineel is nu dus dood door een schot. Hiermee haalt Mafaalini ten onrechte een wezenlijk aspect weg uit het toneelstuk. Wanneer de engel zich bewust is van haar handeling, begint Roosen te jengelen als een kind. Elke ontroering gaat hierdoor teloor.

Naar het eind toe heeft Mafaalani beduidend minder greep op de voorstelling dan in het begin. De engel lijkt eerder een vondst uit nood dan een weloverwegen dramaturgische oplossing. Dat verhindert niet dat deze Romeo en Julia onvergetelijk is. Als schitterende synthese van tango en drama, als tragische solo van Pierre Bokma als Romeo over vurig gewenste, uiteindelijke onmogelijke liefde. De overheersende sfeer is zwart, sinister en donker. Niet fijnbesnaard maar hard. Dat is goed.

Voorstelling: Romeo en Julia van Shakespeare door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Ola Mafaalani; decor: André Joosten; vertaling: Gerrit Komrij. Gezien: 21/3 Stadsschouwburg, Amsterdam. Te zien t/m 27/3 aldaar. Tournee t/m 15/5. Inl.: 020 - 5318484; www.toneelgroepamsterdam.nl