Fragiele rust keert terug in Kosovo

Onder strenge veiligheidsmaatregelen zijn gisteren in het Noord-Kosovaarse dorp Cabra de twee Albanese kinderen begraven wier verdrinking vorige week aanleiding was tot omvangrijke anti-Servische rellen.

Zevenduizend Albanezen woonden de begrafenis van de twee jongens van elf en twaalf bij, onder wie de Kosovaarse premier Bajram Rexhepi, de voormalige leider van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, Hashim Thaçi, en andere prominente vertegenwoordigers van de Kosovo-Albanezen en de internationale gemeenschap. De president van Kosovo, Ibrahim Rugova, ontbrak. Alle sprekers legden de nadruk op de noodzaak de kalmte, de orde en de rust te bewaren en een eind te maken aan het etnische geweld dat vorige week aan 28 (volgens andere bronnen 31) mensen het leven kostte. De vredesmacht KFOR had een groot aantal controleposten in en rond het dorp ingericht uit vrees voor nieuwe ongeregeldheden. De Albanezen beweren dat de twee jongens (en een derde wiens het lichaam niet is teruggevonden) door Serviërs de rivier ingedreven werden en daarna verdronken. Het VN-bestuur in Kosovo zegt dat er geen enkel bewijs is dat Serviërs de hand hadden in de dood van de kinderen.

Vandaag wordt in Kosovo een dag van nationale rouw in acht genomen. Ook in Servië is een dag van nationale rouw afgekondigd wegens ,,de pogrom'' tegen de Serviërs van Kosovo.

Inmiddels hebben woordvoerders van de internationale gemeenschap dit weekeinde de term `etnische zuivering' gebruikt voor de aard van het geweld tegen de Serviërs van Kosovo. In totaal werden 3.600 Serviërs verdreven en werden meer dan twintig Servisch-orthodoxe kerken en kloosters in brand gestoken. Van de 3.600 vluchtelingen zijn er 1.100 ondergebracht in KFOR-kampen. De anderen wonen in Servische enclaves in Kosovo. Vooral in de kleinere enclaves is de etnische zuivering systematisch verlopen. Er zijn dorpen waar zonder uitzondering alle huizen van Serviërs in brand zijn gestoken en andere dorpen waar Albanezen met teksten op de muren alvast een claim hebben gelegd op de woning van verdreven Serviërs. Ook de systematische vernietiging van culturele monumenten van de Serviërs, zoals hun kerken en kloosters, doet denken aan een politiek van etnische zuivering. Volgens de Serviërs waren de onlusten georganiseerd.

De VN-chef van Kosovo, Harri Holkeri, zei gisteren dat de aanvankelijke volkswoede over de dood van de kinderen spontaan is geweest, maar hij sloot niet uit dat in de latere fase ,,criminele elementen'' die volkswoede hebben gekanaliseerd.

Leiders van de Kosovo-Albanezen hebben de rellen scherp veroordeeld. Hashim Thaçi, oud-leider van het UÇK, zei dat het ,,criminelen'' zijn geweest die Servische huizen en kerken in brand hebben gesproken. De Albanese schrijver Ismail Kadare zei dat ,,de ongerechtvaardigde vernietiging van kerken een barbaarse en ketterse daad is''. De daders hebben ,,het eigen kamp van het Albanese volk een zware slag toegebracht'', aldus Kadare.