De bijbel als rust- en ankerpunt

Stefan Aartsen (29) is devoot christen en semi-professioneel zwemmer. In die volgorde. Na een reeks tegenslagen hoopt de vlinderslagspecialist uit Rotterdam zich de komende weken te plaatsen voor `Athene'. ,,Geen zege zonder nederlaag.''

Een dollemansactie? Resoluut schudt hij het hoofd. ,,Ik wist wat ik deed, en durfde de weddenschap met Stefaan (toenmalig bondscoach Obreno, red.) dan ook wel aan: tachtig meter onderwaterzwemmen, met als beloning een dag vrijaf. Kon ik na een paar slopende dagen goed gebruiken. Het was me bijna gelukt. Vlak vóór de tachtigmeterlijn ging het licht uit.''

Dat was vijf jaar geleden, tijdens een trainingskamp met de nationale ploeg in de Spaanse hooglanden. Stefan Aartsen was de verdrinkingsdood nabij. Geschrokken ploeggenoten die aanvankelijk dachten aan een macabere grap, visten hem uiteindelijk van de bodem van het bassin. Eenmaal op het droge duurde het even voor hij zijn bewustzijn herwon. Aartsen, glimlachend: ,,Maar dat record `staat' nog steeds.''

Voor wat het waard is. Het is een schrale troost, en dat weet de 29-jarige vlinderslagspecialist met de verbluffende longinhoud (10,1 liter) als geen ander. Zijn carrière bevindt zich in de schemerzone. Last van een gebrek aan zelfkennis heeft hij niet. Integendeel: `Athene' nadert, maar een derde opeenvolgend olympisch optreden? Dat kon wel eens lastig worden, beseft Aartsen, want: ,,Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets heb laten zien.''

Bij de Grand-Prixwedstrijd in Dordrecht bleef de routinier dit weekeinde in elk geval ver verwijderd van de olympische limieten. ,,Ik heb vooralsnog niet de power om de laatste vijftig meter door te beuken'', luidde gisteren zijn analyse na de fletse 55,45 op de 100 meter vlinderslag. Op de dubbele afstand was Aartsen twee dagen eerder al blijven steken op een al even teleurstellende 2.01,99. En dus restte hem op de slotdag niets anders dan de conclusie ,,dat er de komende weken flink wat moet gebeuren, wil ik er bij zijn in Athene''.

Troost vond Aartsen in de constatering dat hij van ver komt. Tegenslag op tegenslag volgde de afgelopen jaren immers, maar Aartsen volhardde in zijn missie. Opgeven? Die gedachte kwam niet bij hem op. Ook al verloor hij de A-status bij NOC*NSF en raakte hij langzaam maar zeker uit beeld bij de nationale ploeg. Het was voor de buitenwacht dan misschien zwemmen tegen de verdrukking in, zelf ziet hij dat anders. ,,Ware vooruitgang is niet het verslaan van je tegenstander in de baan naast je. Ware vooruitgang is jezelf overwinnen. Op weg naar dat doel is het onvermijdelijk dat je jezelf een paar keer flink tegenkomt en verliest. Geeft niets: geen overwinning zonder nederlaag. Als je niet bereid bent te verliezen, zul je nooit en te nimmer winnen. Mooie clichés misschien, maar iedere ervaren topsporter zal dat bevestigen.''

Vastbesloten ging Aartsen dan ook voort. In zijn bijna dwangmatige zucht naar perfectie negeerde hij vorig voorjaar de noodkreten van zijn lichaam. De vlinderslagspecialist raakte overtraind, en kwam na een trainingskamp in de Pyreneeën tot de ontdekking dat hij al enkele jaren wordt geplaagd door inspanningsastma. ,,Die dekens in Font Romeu waren muf en stonken een uur in de wind. Ik heb ze nog uitgeklopt, maar veel hielp dat niet. Tijdens die stage zelf was ik al niet vooruit te branden. Weken later werd duidelijk dat ik vatbaar was voor huisstofmijt. Heb ik thuis ook maar meteen m'n kamer helemaal binnenstebuiten gekeerd.''

Gevolg van de zoveelste fysieke malheur was het opnieuw mislopen van de wereldkampioenschappen, na die van Fukuoka ditmaal die van Barcelona. Ieder ander had vermoedelijk al lang en breed afgehaakt, zo niet Aartsen. ,,Ik heb nog steeds een roeping, en dat is minder ik-gericht en meer God-gericht zwemmen dan voorheen'', sprak hij afgelopen najaar op geestdriftige toon bij de presentatie van Nederlands derde semi-professionele zwemformatie, Topzwemmen West-Nederland (TWN).

Want daarover geen misverstand: God is het kompas waarop hij, devoot lid van de Volle Evangelie Gemeente, vaart. Liggen sommige collega's met een spelletjescomputer op bed uit te puffen na een ochtendtraining, Aartsen slaat de bijbel open. Daarin schuilen de levenswijsheden, niet in het water. Gods woord is zijn rust- en ankerpunt. ,,De bron van mijn bestaan'', in zijn eigen woorden. Altijd al geweest. Zijn geloof in de Heer draagt Aartsen uit met een zeker in de macho-sportwereld zeldzaam gevoel van trots.

,,Stefan vindt kracht in zijn geloof'', weet zijn coach én geloofsgenoot Dick Bergsma (66). ,,Hij heeft de overtuiging dat het zwemmen hem gegeven is en dat hij wat moet doen met dat talent. Vanuit de gedachte: ik doe het ook voor U. Ik deel die visie.''

Zijn pupil kiest zijn woorden met zorg en lardeert zijn betoog met verwijzingen naar teksten uit de bijbel. ,,Mijn karakter zegt mij: ik moet het allerhoogste nastreven. Maar het hoogste morele doel nastreven is voor God niet het hoogste goed. Op het moment dat een christen zich opstelt als een perfectionist en dat ben ik dan is God de politieagent die erop toeziet dat de verkeersregels in acht worden genomen. God is niet voor niets een Vader. Hij wil geven, en niet dat jij alleen maar leeft en geeft in de hoop een plaats in de hemel veilig te stellen. Juist omdat ik de laatste jaren zoveel te maken heb gehad met vallen en opstaan, dringt dat besef nu langzaam maar zeker goed tot mij door. Sinds vorig jaar wil ik gewoon lekker wandelen met de Heer. Dat besef verschaft rust, omdat ik me nu realiseer dat prestaties niet het allerbelangrijkste zijn.''

Topsport is voor hem dan ook ,,zoiets als datgene wat kinderen doen op de kleuterschool: een hele mooie tekening maken voor hun vader of hun moeder. Een tekening van Rien Poortvliet heeft artistiek gezien meer om het lijf. En toch is voor een ouder vanzelfsprekend die ene tekening van zijn of haar kind honderdduizend keer meer waard. Zo is het ook met mijn gouden medaille of mijn wereldrecord: dat is niet het mooiste plaatje, want anderen zijn veel beter en in aanleg ook veel sneller. Toch heeft mijn plaatje, mijn tekening, dezelfde intrinsieke waarde als die tekening van dat kind en de betekenis daarvan voor zijn ouder. Jij kan zeggen: je hebt er wel lang over gedaan om tot al deze voor een christen logische inzichten te komen. Nou en? Bomen groeien langzaam.''

Maar weinig atleten die hun sport zo relativeren als de Europees jeugdkampioen op de 200 meter vrije slag van 1992. Dat werpt de vraag op of het één (zijn geloofsovertuiging) het ander (de topsport) niet in de weg staat. Instemmend: ,,Al die gedachten zitten in mij en schreeuwen om het hardst om voorrang. Ik negeer ze niet, maar ik moet me niet te zeer laten meeslepen. Met andere woorden: op het startblok stappen, één zijn met Jezus en lekker een race zwemmen. Dat is de opdracht en dan zie ik wel waar het schip strandt. Dán kom ik tot rust, dán kan ik genieten van de meters die ik afleg in het water, dán komt de helderheid die ik nastreef.''

Maar aan Aartsens innerlijke debat komt naar eigen zeggen nooit een einde, en dat weet ook Bergsma. ,,Stefan is een slimme en bevlogen jongen, die met iedereen het beste voor heeft en veel andere interesses heeft. Een sporter moet soms oogkleppen opzetten. Ik neem hem niets kwalijk. Maar het is wel eens lastig om Stefan af te schermen van al die andere bezigheden en al die gedachten die door zijn hoofd gaan. Tegelijkertijd wil ik hem ook weer niet al te zeer afremmen, want hij is meer dan alleen zwemmer. Hij is ook mens en christen.''

En iemand die ondanks alles niet gebukt gaat onder een gebrek aan zelfvertrouwen. Dat zal hij de komende weken hard nodig hebben, zeker op de vlinderslag. Want ook dat is de tragiek van de rechtenstudent: geen onderdeel dat de voorbije jaren zo'n stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt als de vlinderslag. Het wereldrecord op de 200 meter bijvoorbeeld `schoot', met dank vooral aan de sterk verbeterde beenslagtechniek, in acht jaar tijd van 1.55,22 (van de Rus Denis Pankratov) naar 1.53,93 (van de Amerikaan Michael Phelps). Daar steekt Aartsens Nederlandse record van 1.58,43 mager bij af.

Die tijd stamt uit de vorige eeuw (EK 1997), en hetzelfde geldt voor zijn persoonlijke toptijd op de 100 meter vlinderslag: 53,68 (NK 1998). Ook als zwemmer zal Stefan Aartsen zichzelf dus moeten herontdekken.