Clarke: Witte Huis negeerde Al-Qaeda

Richard Clarke, de voormalige coördinator voor terreurbestrijding onder president Bush, beschuldigt zijn oude werkgever ervan dat hij de dreiging van het terreurnetwerk Al-Qaeda heeft genegeerd en onvoldoende heeft gedaan om de aanslagen van 11 september 2001 te voorkomen.

Volgens Clarke, die elf jaar lang werkzaam is geweest op het Witte Huis onder de presidenten Reagan, Clinton, Bush senior en junior, zegt dat president Bush ,,verschrikkelijk slecht werk heeft verricht in de oorlog tegen terreur''. Hij schrijft dat in zijn vandaag uitgekomen boek Against all enemies. Daarin zegt Clarke, die begin vorig jaar zijn functie neerlegde, dat de regering van president Bush vlak na haar aantreden volledig in beslag werd genomen door kwesties die speelden onder de regering van de vader van Bush. ,,Het leek alsof ze acht jaar geleden waren geconserveerd, toen ze de regering [van president George H.W. Bush] verlieten'', aldus Clarke.

In zijn boek beschrijft Clarke hoe hij samen met een kleine groep adviseurs de dag na de aanslagen, op 12 september 2001, door Bush apart werd genomen. ,,Loop alles na, alles, en kijk of Saddam dit heeft gedaan'', zou Bush hebben gezegd. Clarke zou daarop hebben geantwoord: ,,Maar meneer de president, Al-Qaeda heeft dit gedaan.'' Waarmee Clarke wil illustreren hoezeer de regering Bush van het begin af aan heeft aangestuurd op een oorlog met Irak.

,,Ik vind het godgeklaagd dat een president zich opnieuw verkiesbaar stelt op grond van het feit dat hij zoveel goede dingen heeft gedaan om terreur te bestrijden'', zegt Clark. Ook Nationale-Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice wordt beschuldigd van ,,onkunde''.

Het Witte Huis heeft op het boek en de uitlatingen van Clarke gereageerd in een aparte verklaring en met een opiniestuk van Rice in The Washington Post. Daarin schrijft Rice dat Bush juist vanaf dag één op het Witte Huis Al-Qaeda wilde aanpakken. Het Witte Huis noemt de beschuldigingen van Clarke ,,volledig onjuist''.