Chirac kan lokroep kiezers niet negeren

Door de nederlaag van rechts in de regionale verkiezingen van gisteren staat de positie van de Franse premier Raffarin nadrukkelijk ter discussie.

De Franse premier Jean-Pierre Raffarin toonde zich gisteravond toch nog verheugd – over de hoge opkomst bij de eerste ronde van de regionale verkiezingen. Die was een ,,hoopvol'' teken voor de democratie. Veel meer reden tot vreugde had de premier dan ook niet. Hij, zijn regering, `rechts' in het algemeen en, op de achtergrond, president Jacques Chirac leden immers een gevoelige nederlaag die, als er geen wonderen geschieden, bevestigd zal worden in de tweede ronde, komende zondag.

En zelfs de hoge opkomst – rond de 62 procent – is, zo moet ook de premier beseft hebben, geen onverdeeld genoegen. Althans niet voor hem. Want die duidt er toch vooral op dat de kiezer zijn gram heeft willen halen: voor het door Raffarin gevoerde beleid. Los daarvan had met name het linkse electoraat nog een appeltje te schillen met de rechtse meerderheid. Die meerderheid, en ook president Chirac zelf, zitten er immers in de eerste plaats dankzij de `tragedie' van 21 april 2002, toen Jean-Marie Le Pen, leider van het extreem-rechtse Front National onverwacht kwam bovendrijven als finale tegenkandidaat van Chirac in de tweede ronde van de presidentiële verkiezingen.

Links kon niet anders dan rechts stemmen, ter redding van de Republiek.

Het trauma van toen lijkt alles te maken te hebben met de uitslag van gisteren. Het succes van Le Pen had twee oorzaken: `versnippering' van de stemmen – bij wijze van speldenprik stemden veel linkse kiezers op extreem-links – en een lage opkomst. De kiezer heeft zichzelf nu gecorrigeerd, met een hogere opkomst (veelzeggend met het oog op de relatief onbelangrijkere regionale verkiezingen) en met een opmerkelijk lage score voor extreem-links (5 procent). In deze zin is de democratie inderdaad veerkrachtig en vitaal, zoals Raffarin stelde.

Er is meer af te lezen aan de uitslag van gisteren, al gaat het slechts om een eerste ronde en om regionale verkiezingen. De zo veerkrachtige democratie heeft het Front National als een blijvende `derde' partij verankerd in het politieke tweestromenland dat Frankrijk is sinds de stichting van de Vijfde Republiek (1958). Een stabiele landelijke score van 17,5 procent (in de Elzas bijna 28 procent) is niet te veronachtzamen. Die zegt ook veel over het beleid van minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, die van de bestrijding van de criminaliteit (en daarmee van het Front) zijn prioriteit heeft gemaakt. Kennelijk overtuigt hij de extreem-rechtse aanhang niet.

Over Sarkozy gesproken: de meest vooraanstaande vertegenwoordiger van rechts komt versterkt uit verkiezingen die rechts als geheel verzwakken. Nu premier Raffarin een afstraffing heeft gekregen is de zeer populaire Sarkozy nog de enige hoop van rechts. Dat is zeer lastig voor president Chirac. Geïsoleerd als hij nu is, zal hij er bijna niet onderuit kunnen om uitgerekend de rivaal die hem tot zijn ergernis openlijk naar de kroon steekt voor de presidentsverkiezingen van 2007, tot eerste minister te benoemen. Hij komt dan als het ware opnieuw in een vermaledijde `cohabitation' terecht, de `samenleving' met een premier van tegenovergestelde politieke kleur.

De kwestie is des te neteliger daar de strateeg Sarkozy zeer wel voor de eer zou kunnen bedanken. Het Franse premierschap is een hondenbaan, dat blijkt ook nu weer. De arme Raffarin is niet anders dan zetbaas van Chirac en nederig uitvoerder van diens bevelen, en toch is hij het die de klappen op zijn kop krijgt, en niet de tot 2007 `veilige' Chirac. Sterker nog, die zal, als de tweede ronde de eerste bevestigt, niet aarzelen hem bij wijze van dank voor bewezen diensten aan de kant te zetten. De linkse president François Mitterrand deed in 1992 hetzelfde met `zijn' premier Edith Cresson, na minder voorspoedig verlopen regionale verkiezingen. Ook de rechtse Chirac zal gehoor moeten geven aan de lokroep van de kiezer.