Cellist Wispelwey wil teveel om uit het hart te zingen

In zenboeddhistische kringen circuleert het verhaal van de kruisboogschutter, die er niet in slaagt midden in de roos te schieten. ,,Vertelt u mij eens, waarom schiet ik er steeds naast?'', vraagt de schutter aan zijn zenmeester. ,,Omdat je teveel nadenkt'', antwoordt de wijze.

Ook bij muziekmaken hangt alles af van dat precaire evenwicht tussen denken en voelen, analyseren en doorleven, reproduceren en spontaan creëren. Als die balans teveel doorslaat naar één kant, gaat de muziek cerebraal of overdreven gevoelig en pathetisch klinken.

De virtuoze vertolkingen van cellist Pieter Wispelwey worden in de eerste plaats geregeerd door zijn wil. En Wispelwey wil muzikaal ontzettend veel, helaas vaak teveel. Dat heeft goede en slechte gevolgen.

Als instrumentalist haalt Wispelwey met veel flair het onderste uit de kan. De cellotechniek kent voor hem geen geheimen. Moeiteloos tovert hij razendsnelle toonladderfiguren, zuivere dubbelgrepen, perfect getimede pizzicato`s en vliegende staccato's of een quasi achteloos ricochet tevoorschijn. Ook over de toonkwaliteit van zijn interpretaties heeft Wispelwey tot in de kleinste details nagedacht. Hard of zacht, wel vibrato of geen vibrato, niets wordt door hem aan het toeval over gelaten.

Maar recht vanuit je hart zingen valt niet te beredeneren of te willen, zelfs al doe je dat op je cello. En Mozart beweerde niet voor niets dat de melodie het hart van de muziek is.

Juist daar gaat het vaak mis bij Wispelwey. Een eenvoudige melodielijn ontaardt bij hem bijna steevast in een bolwerk van maniërismen, met onnatuurlijke vibrato-effecten, valse accenten en geforceerde rubati. Met als gevolg dat de lyriek uit zijn voegen barst en zijn cello niet meer zingt, maar alleen nog maar dwingt, hijgt en bewijst.

Dit probleem deed zich voor bij de indrukwekkend virtuoze maar muzikaal op veel momenten in gebreke blijvende uitvoeringen die Wispelwey gaf van de Drei Stücke (op. 8) van Hindemith, de Sonate in C (op. 119) van Prokofjev, en in mindere mate in zijn markante uitvoering van Brittens Sonate in C (op. 65) – een werk dat van nature vraagt om grote technische veelzijdigheid en bravoure van de cellist.

In alle werken werd Wispelwey uitstekend begeleid door pianist Dejan Lazic, die even virtuoos, maar minder gemanierd musiceerde.

Veel van de bovengenoemde bezwaren verdwenen op het moment dat de solitair ingestelde Wispelwey, die een jarenlange expertise heeft opgebouwd met de Zes suites voor cello solo van Bach, zich met optimale concentratie boog over de Sonate voor cello solo van Ligeti, die hoorbaar door ondermeer Bach is geïnspireerd. Hierin openbaarde zich met de nederigheid van de ware overgave de betere Wispelwey, die zó opging in de muziek dat hij er werkelijk één mee werd, zodat zijn cello heel even echt begon te zingen.

Concert: Pieter Wispelwey (cello), Dejan Lazic (piano). Werken van Hindemith, Britten, Ligeti en Prokofjev. Gehoord: 21/3, Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 12/4, 15u.