Porto Ercole herinnert zich bescheiden dame

De bevolking van de Italiaanse badplaats Porto Ercole herinnert zich Juliana als een `grande signora' die op de markt wist af te dingen.

`Porto Ercole'. Toen Nederland nog niet massaal twee of drie keer per jaar op vakantie ging, klonken die twee woorden buitengewoon suggestief: warme zomerzon, helder water, de hartelijkheid van een kleine badplaats op een schiereiland in het zuiden van Toscane. Juliana heeft steeds gezegd dat ze dierbare herinnering heeft aan haar verblijf daar.

Dat is wederzijds. ,,Het was una grande signora,'' zegt burgemeester Marco Visconti. ,,Wij waren er trots op dat ze hier haar vakantie doorbracht, en dat heeft natuurlijk een enorme publicitaire uitstraling gegeven. Dit is erg goed geweest voor het toerisme.''

Iedereen wist dat ze koningin van Nederland was, zo bleek enige tijd geleden bij een zoektocht naar wat Juliana voor indrukken had achtergelaten in Porto Ercole. Maar ze kon in Porto Ercole een normaal leven leiden. ,,Ze ging gewoon overal heen en stond dicht bij de mensen, en dan lette ze er goed op dat ze geen overlast gaf. Het groepje bewakers was altijd zo klein mogelijk. Vooral de vrouwen hier hebben zeer goede herinneringen aan haar. Ze ging vaak naar de markt. Dan wisselde ze adviezen uit met de vrouwen die ze tegenkwam en praatte ze over de prijzen.'' ,,Ook de marktkooplui herinneren zich haar nog goed'', voegt de burgemeester er met een glimlach aan toe. ,,Ze slaagde er steeds weer in, door te praten en praten, om een buitengewoon goede prijs te krijgen.''

De markt, de kapper, de winkels, dat waren de uitjes van Juliana. En ook bar Roma, in het centrum van de stad. ,,Ze kwam hier 's middags, dan ging ze aan een tafeltje buiten zitten en nam een ijsje'', vertelt eigenares Annamaria Puccini. ,,Het was een vrouw zonder pretenties, ze kon met iedereen goed opschieten. Ik zag haar altijd graag komen. En het was natuurlijk goed voor mij: mensen kwamen speciaal om haar te kunnen zien en kochten dan ook een ijsje. Je kon zien dat ze hier gelukkig was. Als het september werd en ze weer terug moest, zei ze altijd dat ze dat erg jammer vond.''

's Avonds ging Juliana vaak eten in de Grotta del Pescatore, een bescheiden restaurant vlak bij de haven. Achter het kleine fornuis staat kokkin Maria Ferrari, die veel voor de koninklijke familie heeft gekookt, in grote pannen met spaghetti te roeren. Ze heeft niet veel tijd voor praatjes, alleen dat Juliana het liefst spaghetti alle vongole at, spaghetti met kleine schelpdiertjes.

Haar neef Ivo bedient nu in het restaurant. Hij heeft veel met Juliana's kleinkinderen gespeeld. Ook hij zegt ,,erg goede herinneringen'' te hebben aan Juliana, haar hartelijkheid en eenvoud. ,,Ze behandelden haar als ieder ander, het was helemaal niet nodig haar te begroeten als koningin. Ze at hier vaak met een groepje van achttien, twintig personen, vrienden en bekenden. En dan had ze geen aparte tafel, maar zat gewoon tussen onze andere klanten in.''