`Het is een grootse roeping mens te zijn'

Elk jaar sprak koningin Juliana, net zoals haar opvolgster Beatrix nu, met Kerstmis voor de radio. Enkele citaten uit drie decennia koninklijke kersttoespraken:

1949 ,,Wij weten: wie behouden wil, zal steeds verliezen, en wie bereid is te verliezen, zal behouden, ook al behoudt hij iets heel anders, dan hij zich oorspronkelijk had voorgesteld – zoals nu inderdaad gebeurt – bij voorbeeld het groeiend vertrouwen, dat een mondig wordende samenleving ons geeft – veelal dáár, waar het de laatste jaren zo jammerlijk ontbroken heeft.''

1951 ,,Hoe wil men zich een stoffelijke wereld van enig nut of zin of doel voorstellen, zonder mensen met een levende ziel?''

1952 ,,Zo er al een zeker evenwicht bestaat tussen goede en kwade elementen, waardoor de wereld is, zoals zij is, en niet nog erger – alleen door het handelen naar ons aller geweten kan de schaal ooit omslaan naar welzijn, naar waarachtiger welvaart voor allen.''

1954 Het hele leven is een strijd, en die in onszelf is de allerzwaarste. En door die innerlijke strijd groeien wij, en worden wij sterker. Daardoor zijn de mensen gerijpt tot wat ze op dit moment zijn, en alle strijd heeft de mensheid gestempeld tot wat ze thans is met haar verlangen naar vrede.''

1955 ,,De enkeling is dikwijls wijs, maar de mens in groepsverband is vaak van een beangstigende kortzichtigheid. Hij sluit de ogen voor wantoestanden elders, hij wil niet beseffen dat die alleen nog erger dreigen te worden en zet daarom nog liever zijn denken stop, en vergeet dan maar dat de rekening voor wat elders verkeerd gaat, hem nog weleens thuis gepresenteerd zou kunnen worden.

[...] Het enige verlossende gevoel, dat hij in zijn leven soms ervaart, is het samen met anderen werken voor een doel, dat niet zijn eigen, maar een groter en hoger belang dient. Vreemd genoeg voelt hij zich dan door de voldoening, die het geeft, weer tot zijn recht komen, zijn eenzaamheid en angst verzwakken en hij heeft het gevoel, dat zijn wezen verruimd is geworden.'' [...] We moeten voor ons behoud gemeenschappelijk naar hoger peil. Alleen zó kunnen wij de nood van al onze broeders overzien en die ter harte en ter hand nemen.''

[...] Het wonder van het leven is, dat het alles kan doen verkeren, zelfs het meest volstrekte kwaad in het meest volstrekte goed.''

1956 ,,Ik spreek graag tot u allen, ieder verschillend van de ander, want het ligt geheel in de lijn van mijn opvoeding en ambt, en van mijn natuurlijke neiging, dat ik wil zoeken naar datgene wat allen bindt.''

[...] ,,Er is geen groter smart dan te zien hoe het kwaad, het onrecht, zijn beloop heeft, zoals wij dit op allerlei wijze in het aflopende jaar hebben zien gebeuren. Waarom bijvoorbeeld vallen sommige mensen iemand aan langs slinkse wegen, met onware beweringen? Waarom bijvoorbeeld trachten wij een wig te drijven tussen een man en een vrouw, in vergeefse pogingen tot het vernietigen van een diepgewortelde eenheid? Waarom valt men daarbij nog anderen aan, dan degeen die men op 't oog heeft? Kan men aan diegene dan niet zelf eerlijk rechtstreeks schrijven, wanneer men zulke bezwaren voelt aangaande diens persoonlijke houding, dat men meent dat die persoon ze bepaald weten moet? Ook dit heb ik ervaren. Wat bezielt zulke mensen dan toch, wat zijn hun eigenlijke drijfveren? Maar heb ook ik soms het recht niet, te trachten mijzelf te zijn?''

1960 ,,In deze vreemde wereld worden we op de proef gesteld op onverwachte momenten, als we er helemaal niet op verdacht zijn. [...] Steeds raak ik meer overtuigd, hoe belangrijk iedere daad is, iedere houding, van ieder mens, overal en altijd. Het belang ervan is volkomen onberekenbaar, maar lijkt mij veel groter en van veel wijder strekking dan men op 't eerste gezicht zou denken. Daarbij komt, dat de wereld onrustbarend klein wordt.''

1961 ,,Konden we maar genoeg respect voor ieders persoonlijkheid hebben, om elkéén ongestoord het licht te laten weerkaatsen, dat nu juist hij of zij opvangt, konden we maar openstaan voor elkaar. [...]''

1962 ,,Ik kan niet nalaten te beginnen met nogmaals ons aller dank, van mijn familie en mijzelf uit te spreken voor de steun die wij bij het heengaan van mijn Moeder hebben ondervonden door uw veelvuldig medeleven.

[...] Ik ben vol onuitsprekelijke dankbaarheid, dat ik Moeder zo lang bij me heb mogen hebben, maar vooral, dat ik deze Moeder én wegbereidster heb meegekregen.

[...] Moeder was een voortrekker. Zij streed in het eerste gelid, met een felheid van overtuiging die ze steeds beheerste, en met grote vastberadenheid. Het is bijvoorbeeld een stille wens van haar geweest haar leven in oorlogstijd voor haar land te mogen offeren. Maar dit werd niet van haar gevraagd. Van 1940 tot '45 werd zij geroepen, de steun te zijn, met haar woord, voor hen van wie dit wel gevraagd ging worden.''

1967 ,,We zijn in een proces verwikkeld dat hevige groeipijnen geeft, en we weten niet, wat het eindresultaat zal zijn. Allen samen, collectief, zijn we steeds sterker in beweging gekomen. Drommen mensen ziet men in allerlei richting gaan, soms in tegengestelde, en allicht denkt men van elkaar, dat die anderen het doel – het ware antwoord – niet zullen vinden. Maar ook, alles komt ons zó betrekkelijk voor, dat niets meer houvast schijnt te bieden.

[...] Wie zijn eigen groei geen kans geeft, verschrompelt, en is doodongelukkig in de ergste zin. Maar hoe meer men gebruik maakt van zijn mogelijkheden, deze aarde tot een betere wereld te maken, des te vollediger is men mens en ervaart het echtste geluk. Geeft men zichzelf helemaal, dan leeft men ook helemaal.

1969 ,,Ik verkeer in de heel bijzondere situatie, dat mijn man en ik vanmorgen de grootouders zijn geworden van een lief klein stevig en welgeschapen jongetje. [...] Het is een geweldig moment als je het meemaakt dat iemand ter wereld komt. Evenals het dat is wanneer iemand uit deze wereld uittreedt. Ineens verzinkt al het andere in het niet naast deze zaken van leven en dood.''

1972 ,,Er is héél veel mis in onze samenleving; de onnadenkendheid, het domme eigenbelang, waarmee de aarde is misbruikt en vervuild, is het evenbeeld van wat wij elkaar hebben aangedaan – de goeden niet te na gesproken. [...] In eenzaamheid is geen geluk, in afzondering geen stimulering. Laat ieder zichzelf open gooien en de anderen tegemoet gaan, ieder op z'n eigen manier, en dan de anderen ontmoeten. Het elkaar vinden betekent geluk.''

1973 ,,Als ons land harder wordt getroffen dan andere, dan wordt daardoor bij ons ook deze wil geprikkeld, er samen bovenop te komen. 't Geeft een trots gevoel, te zien hoe velen al vrijwillig medewerken, door besparing van energiegebruik.''

1974 ,,Konden we de geschiedenis overzien, niet alleen het verleden maar ook de hele toekomst, dan zouden wij het doel begrijpen waarheen wij ons bewegen. Maar die mogelijkheid is ons niet gegeven. [...] Wij zijn onderweg. Alle toekomst is een reis in 't onbekende. Tussen alle begin en einde in, tussen Alpha en Omega, zal het altijd strijd zijn, maar het einddoel is uitredding en vrede.''

1976 ,,Velen onzer verbeelden zich graag dat ze géén egoïst zijn. Er zijn er onder ons, die het ook werkelijk maar in geringe mate zijn – sòms zelfs overwegend niet. En dezen (deze laatstgenoemden), met hun aanpak van de dingen, zij zijn het, die openingen maken, waardoorheen het in de toekomst lichter kan worden. [...] In onze zo zeer gecompliceerde en onoverzichtelijke maatschappij, die zo zeer verwarrend op ons kan inwerken, is het soms verschrikkelijk moeilijk, om iets van het echt waardevolle in 't oog te krijgen. [...] We zouden niet zo lijden onder al wat duister is en ons geen uitzicht geeft, als het niet zo was, dat we waren bestemd, wat men wel noemt `kinderen des lichts' te zijn.''

1978 ,,Niemand is voor niets op deze wereld. Aan iedereen is iets van talent meegegeven van hart of hoofd of hand. Kinderen èn volwassenen. Voor alle kinderen komt de moeilijke tijd van het volwassen worden. Ze groeien uit tot zelfstandigheid. [...] En dan botsen ze hard op die wereld – en ik hoop zó, dat ze dan niet zelf verharden, of vluchten, om te eindigen als bittere zeurpieten. Maar ik hoop dat ze intens levend blijven, en met taaie volharding meewerken aan betere dingen voor die oude wereld. Dat ze jong blijven, iets van het kind in zich levend houden, in die zin, dat ze zich nog kunnen verwonderen en blij zijn om onverwachte dingen, of eerlijk huilen als het moet. En tòch volwassen zijn, rijp en wijs.''

1979 ,,In de wereld komt het er op aan: hoe je bent en wat je uitstraalt. Het is een grootse roeping mens te zijn – en het waarste en het beste in ons vrij te maken voor een actieve uitstraling.''