Het nieuws van 21 maart 2004

BEGRIPPEN

Drie begrippen uit het Amerikaanse procesrecht:

Contingency fee wil zeggen dat advocaten meedelen in de schadevergoeding, mits die wordt toegekend door een jury of bereikt wordt bij een schikking (in plaats van per uur te worden betaald, zoals in de meeste andere landen). Vuistregel is dat ongeveer eenderde van het bedrag naar de advocaat gaat, exclusief administratief-juridische onkosten. Dit systeem hangt samen met het no cure no pay-principe: advocaten verdienen niets als ze de zaak niet winnen of niet tot een vergelijk komen met de tegenpartij.

Medical malpractice Om te voorkomen dat advocaten het civiele recht misbruiken voor eigen gewin, heeft de staat New York (alsmede enkele andere staten) een getrapt vergoedingenstelsel ingevoerd in het geval van medical malpractice, medische fouten en de daarvoor uitgekeerde schadevergoedingen:

30 procent van

de eerste 250.000 dollar

25 procent van

de volgende 250.000 dollar

20 procent van

de volgende 500.000 dollar

15 procent van

de volgende 250.000 dollar

10 procent van

alles boven de 1.250.000 dollar.

Aandersoortige letselschade of productaansprakelijkheid kent geen getrapt vergoedingenstelsel.

Damages Er bestaan drie soorten schadevergoedingen:

Compensatory: vergoeding voor ziektekosten, maar ook voor geleden `pain and suffering' (fysiek en mentaal lijden; de definitie daarvan verschilt).

Economic: gederfde inkomsten voor ondernemers, verlies van inkomen of van een baan.

Punitative: een soort financiële boete voor de gedaagde (die niet wordt voldaan aan de staat maar aan de eiser). Hoogte hiervan wordt meestal door de rechter beperkt.

Discovery Behalve met de juryrechtspraak (die overigens niet altijd plaatsheeft: veel zaken, met name in hoger beroep, worden beslist door rechters of een panel van rechters) verschilt het Amerikaanse rechtssysteem op een belangrijk punt van het Nederlandse, dat van groot belang is in het procesrecht: discovery. Dat is de fase in een rechtszaak waarbij beide partijen over elkaars relevante informatie mogen beschikken.

Langgerekt zelfmedelijden

Het merkwaardige feit doet zich voor dat George Michael terug is bij Sony, de platenmaatschappij die hij in 1993 met slaande ruzie verliet en van wie hij de juridische strijd verloor om artistieke en financiële controle. Tegelijk met het verschijnen van Patience, zijn eerste cd met oorspronkelijk materiaal sinds Older uit 1996, maakt Michael bekend dat hij de platenbusiness hierna vaarwel zegt en zijn muziek alleen nog via internet zal aanbieden. Zou het langverwachte Patience onderdeel zijn van een subtiele wraakcampagne? Veel commerciële armslag heeft Michael zijn laatste werkstuk in ieder geval niet meegegeven. De singles `Shoot the dog' en `Freeek!' flopten allebei, en vallen in hun langgerekte nieuwe versies nauwelijks op tussen de matte easy listening die het leeuwendeel van het album kenmerkt. Als een hedendaagse Marvin Gaye in diens `What's Going On'-periode heeft Michael alle zang voor zijn rekening genomen, en speelt hij ook het merendeel van de instrumenten zelf. Maar een visionair popgenie als Gaye is hij niet. Zijn zwoele eighties-sound heeft nog wel de verzorgde glans van oude hits als `Careless Whisper' en `Jesus to a child', maar bijna nergens meer de melodische rijkdom en het onweerstaanbare popgevoel van zijn solodebuut `Faith'. De lengte van de nummers (bijna nergens onder de vijf minuten) is symptomatisch voor Michaels onvermogen om een beknopte song tot een goed einde te brengen. Te vaak wentelt hij zich languit in zelfmedelijden, getergde jeugdherinneringen en het rare popsterrensentiment van `John and Elvis are dead', waarin hij het belang van Jezus Christus in negatieve zin afzet tegen dat van Lennon en Presley. Beste nummer is het met Kraftwerk-vocoders opgeluisterde `Flawless', geënt op een bestaande clubhit uit de New-Yorkse dance-underground. Meer inbreng van buitenaf was welkom geweest tussen de overmaat aan kabbelende deuntjes. Als de solist George Michael het tegen het eind ook nog eens nodig vindt om zijn talent als barpianist aan de wereld te openbaren, worden de zeventig minuten van Patience een hele zit.

Kijk voor filmfinanciering naar de buurlanden

,,Filmbeleid wordt een zaak van de staatssecretaris van Cultuur. Economische Zaken en Financiën, die sinds 1999 intensief bij het filmbeleid zijn betrokken, hebben hun handen van de sector afgetrokken'', meldt deze krant op 16 maart.

Het ontwikkelen van alternatief filmbeleid, waar door een Kamermeerderheid in een motie van oktober 2003 om is gevraagd, vereist dat Nederland de blik op Europa richt. Mede dankzij het huidige filmstimuleringsbeleid zijn er de afgelopen jaren veel films geproduceerd die zich kunnen meten met het buitenlandse aanbod. Dat blijkt wel uit de bezoekersaantallen. Het afgelopen jaar bezochten 3,3 miljoen mensen een Nederlandse speelfilm in de bioscoop of het filmtheater.

Dankzij het succes van de afgelopen jaren zijn distributeurs en bioscoopexploitanten weer geïnteresseerd in de Nederlandse film. De betrokkenheid van deze marktpartijen is van groot belang voor de stabiliteit van de nationale filmbranche.

De filmsector en de overheid staan nu voor de prangende vraag hoe dit resultaat minimaal op het huidige niveau vast te houden. In een klein taalgebied als Nederland kunnen de productiekosten van een film nooit worden terugverdiend aan de eigen bioscoopkassa. Naast filmsubsidies en omroepbijdragen die de basis leggen voor het productiebudget, zijn alternatieve overheidsinstrumenten nodig om extra marktkapitaal voor film aan te trekken. De afgelopen jaren is dit marktkapitaal aangetrokken met de zgn. Film-CV-regeling, waarmee investeerders een deel van het risico van hun investeringen in film fiscaal konden afdekken. Deze regeling wordt na dit jaar beëindigd.

Bijna alle Europese landen waarmee Nederland zich mag vergelijken, kennen naast directe filmsubsidie ook meer marktgerichte overheidsinstrumenten, vrijwel allemaal gebaseerd op enige vorm van fiscaliteit. Fiscaal verlagen van risico's blijkt een adequaat instrument om filminvesteerders over de streep te trekken.

Wil Nederland zich niet vervreemden van Europa, dan moet het met een nieuw filmstimuleringsbeleid komen dat marktkapitaal aantrekt en de huidige ontwikkelingen voortzet. Alleen dan kunnen Nederlandse filmproducenten zich als volwaardige coproductiepartners een positie verwerven en in de pas blijven lopen met de filmcultuur in Europa. Afschaffing van fiscale faciliteiten betekent dat de Nederlandse film opnieuw zal worden gemarginaliseerd. Als films hier moeten worden geproduceerd voor minimale budgetten, zal het kritische bioscooppubliek uitwijken naar de Amerikaanse block busters, terwijl het juist massaal heeft aangegeven kwaliteitsfilms van eigen bodem te willen.