Wapenhandelaar pleegt overval op journalistiek

Hoe zou Amerika het vinden als The Washington Post wordt opgekocht door Lockheed Martin, producent van de F–16? Toch is dat precies het dilemma waar Frankrijk zich voor ziet geplaatst nu wapenfabrikant Serge Dassault zich op de uitgeversmarkt stort.

Vooralsnog is het een 23-jarige studente in de communicatiewetenschappen die pal staat voor de eer van de Republiek. Aude Hersant, woonachtig in Californië, is de enige van de dertien erfgenamen van Robert Hersant, erflater van het Franse Socpresse, die niet voor de druk van miljardair Serge Dassault gezwicht is. Ze is met dertien procent van de aandelen ook de grootste aandeelhouder. In totaal bezat de familie – `voortgekomen uit drie bedden', zoals het in het Frans beeldend heet – 65 procent. De voor haar aandeel geboden honderd miljoen euro sloeg Aude af. ,,Koelbloedig maar dom'', vertrouwde een betrokken bankier een journalist toe.

Dat valt te bezien. De transactie is in meer dan één opzicht onrustbarend: Aude kan uitgroeien tot het laatste bolwerkje van een onafhankelijke pers. Als de Europese Commisie geen bezwaar maakt, krijgt Serge Dassault 82 procent van de aandelen van de grootste Franse kranten- en tijdschriftenuitgever in handen. Belangrijkste uitgaven van Socpresse zijn het dagblad Le Figaro en het opinieweekblad L'Express, maar daarnaast maakt een hele reeks grote provinciale kranten deel uit van het bezit. In totaal gaat het om zeventig titels.

Serge Dassault is de rijkste man van Frankrijk. Met een geschat vermogen van tien miljard euro bevindt hij zich volgens terzake deskundigen `ver' achter de rijkste vrouw van het land, Liliane Bettancourt, maar minstens even ver vóór anderen als Lagardère, Arnault, Pinault. Die hebben ook hun `eigen' uitgeverijen, met name Lagardère, eigenaar van het machtige Hachette. Maar rivaliteit is niet Dassaults enige drijfveer.

`Citizen Dassault', zoals koppenmakers hem onmiddellijk noemden, is rijk genoeg om er altijd eerlijk voor te hebben kunnen uitkomen ,,behoefte te hebben aan een krant (-) om mijn mening te uiten en (-) om antwoord te geven aan sommige journalisten die niet al te leuke dingen hebben geschreven.'' Enkele weken geleden nog voegde hij daar vrijmoedig aan toe: ,,Ik ben het beu om beledigd te worden door sommige kranten, want er zijn gewoon incompetente mensen die de echte problemen niet kennen. Ik wil dus kunnen reageren.''

Toch blijft de onrust wonderlijk beperkt, vooral bij Le Figaro. Dassault heeft er nooit een geheim van gemaakt vooral in deze uitgave – en de L'Express – geïnteresseerd te zijn. Maar vooralsnog hebben de hoofdredactie en de directie van de krant (met een oplage van 353.000 op Le Monde na de grootste van het land) onverschrokken laten weten dat er niets verandert en zij de baas blijven. De redactie doet er, in de lijn van `de huiscultuur', in het openbaar het zwijgen toe. Slechts enkele vakbonden hebben kritisch gereageerd, maar toch niet zo luidruchtig dat de (onafhankelijke) concurrent Le Monde in een hoofdartikel stelde dat de koop merkwaardig genoeg geen beroering wekt in het land over de toekomst van de pers en haar onafhankelijkheid.

Dat is inderdaad verbazingwekkend, hoewel ook Robert Hersant zijn politieke ambities en zijn behoefte aan een spreekbuis nooit onder stoelen of banken heeft gestoken en de midden negentiende eeuw opgerichte Le Figaro daardoor niet automatisch aan geloofwaardigheid heeft ingeboet. Maar het grote verschil is dat `papivore', papierverslinder, Hersant een krantenmagnaat in hart en nieren was en Dassault fabrikant van militaire vliegtuigen is.

Daarmee wordt de verleiding politieke invloed uit te oefenen op het redactionele beleid van `zijn' kranten wel erg groot – nog helemaal afgezien van Dassaults overtuigingen (de uitgesproken rechtse Le Figaro noemt hij ,,niet te links'') en van zijn vriendschap met president Jacques Chirac. Die is nog door zijn vader Marcel met grote financiële steun in het zadel geholpen, maar dat is niet de enige reden waarom zoon Serge er belang bij zou kunnen hebben hem daar te houden. Hoewel Serge Dassault ook de Falcon-zakenjets is gaan produceren en zich op de electronica gestort heeft (aldus zijn vaders vermogen verdrievoudigend), is de Franse overheid verreweg zijn belangrijkste opdrachtgever. Meer dan 85 procent van de opdrachten voor defensie ging in 2002 naar Dassault. Bovendien heeft president Chirac het defensiebudget aanzienlijk verhoogd. Hoe zouden de Verenigde Staten reageren als The Washington Post opgekocht werd door de fabrikant van de F-16, zo vraagt Le Monde zich in een commentaar af. Een mogelijk antwoord is: het anti-Amerikaanse Frankrijk is soms Amerikaanser dan Amerika zelf.