Waarom ik zo verlang naar de bergen

Michiel van Nieuwstadt klimt mee in de gedachten van de Brit Robert Macfarlane, die een boek schreef over zijn verslaving aan bergen. ,,Een berg kun je nooit bezitten.''

Op zijn twaalfde had Robert Macfarlane de Mount Everest beklommen en beide polen bezocht. Hij was op pad geweest met beroemde ontdekkingsreizigers, had avonden doorgebracht in hun tenten, zijn potje gekookt op een met zeehondenvet gestookte oven en tot aan zijn dijen door de sneeuw geploegd. Macfarlane was al op zeer jonge leeftijd verslaafd aan het avontuur, zo schrijft hij in het onlangs vertaalde boek Hoogtekoorts, `Het raadselachtige verlangen naar de hoogste top'.

De jonge Robert Macfarlane beleefde zijn avonturen zonder een stijgijzer te verzetten en riskeerde geen bevroren lichaamsdelen. Hij zat als kleine jongen dagenlang te lezen in het huis van zijn grootouders in de Schotse Hooglanden. Zijn opa bezat een bibliotheek vol boeken over de tochten van beroemde bergsporters en poolreizigers: van de Fransman Maurice Herzog die in de Himalaya ternauwernood de beklimming van de Annapurna overleefde, tot de Brit George Mallory die de dood vond op Mount Everest.

Hoogtekoorts is het enthousiaste verhaal van een nu 28-jarige romanticus die al deze avonturen in zijn geest heeft beleefd en probeert te achterhalen wat wetenschappers, avonturiers en schrijvers de afgelopen eeuwen de bergen heeft opgejaagd. Hoe is het mogelijk dat klimmers verliefd zijn geworden op klompen steen en ijs? En dat terwijl bergen nog niet eens zo heel lang geleden symbool stonden voor verderf en gevaar. Tot ver in de achttiende eeuw, schrijft Macfarlane, lieten reizigers die passen in de Alpen moesten oversteken zich blinddoeken om te voorkomen dat de aanblik van de bergen hun angst zou aanjagen.

Hoogtekoorts is meer dan het verslag van een kamergeleerde, een universitair docent literatuur die een onwaarschijnlijke berg boeken heeft overmeesterd. Het is ook het verhaal van jonge durfal die, uiteindelijk ook in het echt, het gevaar heeft opgezocht. Omdat hij, net als zijn vader en grootvader, bergen wilde veroveren, overmeesteren. Macfarlane is een fanatiek klimmer. Of in elk geval: dat was hij totdat hij enkele jaren geleden trouwde en vader werd van zijn dochtertje Lily (3).

TEEN KWIJT

Voor de promotie van zijn boek was Macfarlane onlangs op bezoek in Nederland. De tengere Brit draagt een studentikoos brilletje en heeft de handen van een schrijver. Dat laatste is niet vanzelfsprekend; Macfarlane had evengoed zijn vingers kwijt kunnen raken bij een (overigens geslaagde) poging om de 4.010 meter hoge Lagginhorn in de Zwitserse Alpen te beklimmen. Na afloop van een zware en riskante beklimming merkt Macfarlane dat hij zijn rechterhand niet meer voelt. Met zijn zakmes snijdt hij de gevoelloze gele opperhuid weg totdat hij belandt bij de roze huid en het snijden pijn begint te doen. Macfarlane verbrandt de vingerschraapsels met zijn aansteker. ,,Ik had mooi een carrière als eenarmige gauwdief op kunnen bouwen'', zegt hij tijdens een interview in het Amsterdamse hotel Ambassade. ,,Het patroon van mijn vingerafdrukken was helemaal verdwenen. Maar het is gelukkig opnieuw aangegroeid. Ik denk dat het nu hetzelfde is als voorheen. Je ziet er niets meer van. Maar ik ben in het verleden door bevriezing tijdens een klimtocht wel een deel van mijn teen kwijt geraakt.''

Het verlies van een halve teen is een relatief bescheiden prijs. Macfarlane is gefascineerd door klimmers die hun leven riskeren om een top te halen. Toch is zijn boek geen opeenstapeling van macabere verhalen. ,,Ik wilde de bergen vieren'', zegt hij. ,,Ik wilde een boek schrijven vol schoonheid en verwondering.''

Een paar eeuwen geleden zou iemand die de pracht en de schoonheid van de bergen propageerde voor gek zijn versleten. In de bibliotheek van Cambridge vond Macfarlane auteurs die bergen beschrijven als steenpuisten op het aangezicht van de aarde, als wratten of als uitwassen. Sindsdien is de betekenis van bergen steeds opnieuw ingrijpend veranderd. Filosoof Jean-Jacques Rousseau vond ze in de 18e eeuw angstaanjagend, net als zijn tijdgenoten, maar toch hield hij ervan om te duizelen boven afgrondelijke plekken. Tegen het einde van diezelfde eeuw bestudeerde James Hutton het Schotste landschap omdat hij terug wilde kijken in de diepte van het verleden. Tijdens zijn bergwandelingen slaagde Hutton erin zich met zijn verbeelding en door logisch redeneren een beeld te vormen van de manier waarop de Schotse Hooglanden zich miljoenen jaren geleden uit botsende steenmassa's hadden gevormd: dat schelpen in de rotsen op de bergtoppen daar niet waren achtergelaten door de Zondvloed, maar door een langzame, gestage stijging van land dat ooit deel uitmaakte van de zeebodem.

Macfarlane beschrijft verder hoe de Franse paleontoloog Georges Cuvier geroemd wordt als de grootste dichter van zijn tijd, omdat hij met zijn reconstructies uit versteende botten dinosauriërs tot leven riep en zijn publiek liet zien dat eens mammoeten hadden rond gestampt in de aangeharkte tuinen van Versailles.

VIJANDEN

Op een enkele uitzondering na houdt Macfarlane's klimgeschiedenis op met de dood van George Mallory in 1924. Niet verbazingwekkend voor een romanticus die vertelt dat hij zich de jaren dat zijn grote held de Mount Everest beklom slechts in sepiakleuren voor de geest kan halen. Bioscoopfilms als `Vertical Limit' (waarin klimmers met explosies uit een gletsjerspleet worden gered) zeggen hem weinig. ,,Dergelijke films gaan over bergen als vijanden'', zegt hij. ,,Je moet ze vernietigen of je wordt er door vernietigd.'' Ook modern proza over de buitensport wordt vernietigend afgeserveerd: ,,De schoonheid van de bergen is daarin helemaal op de achtergrond geraakt. In die verhalen gaat het slechts over de kilo's die je draagt, de kilometers die je aflegt en de bergtoppen die je binnenhaalt.''

Een uitzondering maakt Macfarlane voor Jon Krakauer's boek Into Thin Air, (waarin gidsen kapitaalkrachtige, maar incompetente klimmers de Mount Everest opslepen). Op zijn beurt zal Krakauer zich ongetwijfeld kunnen vinden in Macfarlane's typering van de hedendaagse Mount Everest als een royaal geglaceerde bruiloftstaart waarlangs touroperators jaarlijks honderden onervaren klanten op een neer laten jojoën.

Dat Hoogtekoorts ondanks het ontbreken van bijna een volle eeuw een aanrader is komt doordat de `negatieve zwaartekracht' die mensen eeuwenlang naar de bergtoppen heeft gedirigeerd vandaag nog altijd bestaat. Hedendaagse klimmers en wandelaars beklimmen evengoed hun eigen bergen als hun voorgangers in de 18e, 19e en 20ste eeuw.

Wetenschappers wandelen net als James Hutton door een archief met waardevolle informatie over de geschiedenis van de aarde. Anderen wagen zich in een casino waar je je leven op het spel kunt zetten, zijn op zoek naar de laatste onontdekte plekken op de aardbol, verlangen naar hoge uitzichttorens met een ander perspectief op de werkelijkheid, kuuroorden met een reinigende werking dankzij de pure lucht of, zoals Macfarlane een paar jaar geleden, hoge toppen die bedwongen moeten worden. ,,Tegenwoordig wil ik niet meer over bergen denken als iets dat je moet veroveren'', zegt Macfarlane. ,,Als een ding dat je kunt bezitten door de top te bereiken en een vlag te planten. De schoonheid van de bergen vind ik belangrijker.''

Van de klimmers die langskomen in zijn boek vereenzelvigt Macfarlane zelf zich het meest met George Mallory. Hij heeft gedweept met deze landgenoot die na drie vergeefse toppogingen in 1924 het leven liet op de Mount Everest. ,,Ik kan me verliezen in zijn reisverslagen en de brieven die hij aan zijn vrouw heeft geschreven'', zegt Macfarlane.

In 1999, vijfenzeventig jaar na zijn overlijden werd het lichaam van Mallory teruggevonden op een steile puinhelling, honderden meters onder de top van de berg die zijn leven beheerste. De extreme koude had zijn lichaam geconserveerd tot een bleek boeddhabeeld. Vijf jaar later kan Macfarlane zich nog boos maken over het feit dat de foto's van het lichaam van Mallory de hele wereld overgingen. ,,Het was verachtelijk'', zegt hij. ,,Mallory's zoon leeft in Zuid-Afrika en had zijn vader 75 jaar niet gezien. Hij zag hem pas weer terug in de kranten.''

Op een foto op de boekflap straalt Robert Macfarlane wel iets uit van de jongensachtige zelfverzerdheid die ook is te zien op een foto die in 1914 werd genomen van Mallory. ,,Hij kwam ook uit Cambridge'', zegt Macfarlane. ,,En zijn teksten verdrinken ook bijna in de literaire referenties.''

En net als Mallory is Macfarlane verliefd geworden op de bergen, maar daar houdt de vergelijking op. Toen Macfarlane in Kirgizië de kans had onbekende bergen te beklimmen, deinsde hij ervoor terug. ,,Het klimmen daar ging ver boven mijn niveau'', vertelt hij. Anders dan Mallory heeft Macfarlane er dus ook niet voor gekozen vrouw en kinderen achter te laten om Mount Everest te bedwingen.

ANGST

Sterker, Macfarlane doet het tegenwoordig rustig aan. Op aandringen van zijn vrouw (hij trouwde op zijn 23-ste), maar ook omdat hij zelf merkte dat hij veel sneller bang was dan voorheen. De komst van zijn dochter versterkte de angstgevoelens alleen nog maar.

Misschien is het daarom dat het boek van Macfarlane (in Groot-Brittannië vooral juichend ontvangen) door sommige diehard klimmers werd neergesabeld. Macfarlane is zelf geen topklimmer. In plaats van zijn leven te wagen sloot hij zich op in een kleine donkere kelder waarin alleen het computerscherm voor licht zorgde. ,,Ik vond dat wel een mooie plek om mijn geest te laten dwalen over de sneeuw, de koude en het heldere zonlicht van de bergen'', vertelt Macfarlane. ,,Ik leefde daar totaal in mijn verbeelding.''

Toch voelt Macfarlane nog regelmatig de behoefte het `saaie tafellandschap' van Cambridgeshire te verlaten. ,,Nog steeds heb ik dat romantische gevoel dat ik een avontuurlijk leven zou moeten leiden'', zegt hij.

Soms knaagt het nog. Twee maanden geleden fietste Macfarlane in Cambridge naar de universiteit toen hij van opzij geschept werd door een SUV (Special Utility Vehicle). ,,Je weet wel, die auto's waarmee je overal naar toe kan, maar die zelden verder komen dan de oprijlaan'', zegt hij. De fiets schoof onder de auto en Macfarlane vloog een paar meter door de lucht. Wonder boven wonder bleef hij ongedeerd. Macfarlane liep naar huis met een gehavende fiets aan de hand en één fietswiel onder zijn arm. Thuis zat zijn vrouw nietsvermoedend hun dochtertje te voeden.. ,,Ik was er bijna geweest'', zegt Macfarlane. ,,Ik had zin om terug te gaan naar de bergen. Terug naar de opwinding, in het dagelijks leven loop je toch nog meer risico's.''