Verwenregelingen

`Op weinig zaken valt met zekerheid te rekenen: de gezondheid kan verminderen, het inkomen dalen, beleggingen verloren gaan, tegenspoed en waardeverlies zijn geen zeldzaamheden. Een blijvende voorziening voor de toekomst met de meest mogelijke zekerheid is dan wel de beste voorziening. Bij het bereiken van een bepaalden leeftijd pensioen te genieten en de echtgenoote een pensioen te verzekeren ingeval zij weduwe wordt, is het verlangen van velen.'

Zo bracht de overheid in een brochure uit 1940 de Vrijwillige Ouderdomsverzekering (VOV) aan de man. Wegens de destijds veelgehoorde tegenwerping dat mensen de 65 jaar toch niet zouden halen, vermeldde de brochure een beknopte sterftetafel. Wie de 55 jaar bereikte, leefde gemiddeld nog 20 jaar. Een 60-jarige nog 16 jaar en een 65-jarige nog 13 jaar. Die eindleeftijden liggen nu een paar jaar hoger.

De VOV bood drie polissen. Een ouderdomspensioen (naar keuze ingaand tussen de 55 en 65 jaar) zonder teruggaaf van betaalde premies bij voortijdig overlijden, bedoeld voor alleenstaanden en zij die het overlijdensrisico konden dragen. Een ouderdomspensioen mét premieteruggaaf. En een weduwe of weduwnaarspensioen van maximaal 30 gulden per week of 1.560 gulden per jaar. Uit de brochure komt een flexibel systeem naar voren waarin de fiscus geen rol speelt en het dus overzichtelijk blijft.

Die (fiscale) eenvoud ontbreekt in huidige regelingen als bijvoorbeeld het pensioen en lijfrentestelsel voor werknemers en niet-werknemers, wanneer daarbij de fiscale aftrek van premies een rol speelt. Die voortdurend veranderende regelingen kan geen mens (zelfs geen belastingadviseur) volgen. Het zit er dik in dat die trend (waarom eenvoudig als het moeilijk kan) doorzet in de beoogde levensloop- en vroegpensioenregeling, waarover wordt onderhandeld en gesproken door sociale en politieke vergadertijgers. Die regeling is weer een voorbeeld van een warme verwenregeling voor werknemers, terwijl er in Nederland toch veel mensen niet in loondienst werken, maar zelf de kost moeten verdienen, zonder vergadertijgers die hun belangen fanatiek behartigen.

De tijgers praten dus niet over een levensloop, maar een levensloopregeling. Waarschijnlijk zijn alle betrokkenen – inclusief de politici – geboren en getogen werknemers die iedere maand automatisch een salaris krijgen overgemaakt en zich daarom nooit zorgen maken over de toekomst, die komt vanzelf.

Nederland is een werknemersparadijs. In de vrijwillige levensloopregeling sparen werknemers fiscaal vriendelijk (per jaar maximaal 12 procent van het brutoloon) voor bijvoorbeeld ouderschapsverlof, zorgverlof, studieverlof, een sabbatical (even bijtanken) of om eerder te stoppen met werken. Waarom? In Nederland wordt in vergelijking met veel andere landen weinig uren gewerkt, door werknemers. Ze zijn net terug van vakantie of ze staan op het punt om te gaan. Op vrijdag krijg je niemand meer te pakken. Daarom zijn ze drukker met het plannen van hun vrije dagen dan met het plannen van hun werk.

Arme werkgever, die dit volgens de wet allemaal moet slikken. Hoe kan een kleine ondernemer zijn zaak draaiend houden wanneer zijn mensen voor iedere scheet fiscaal vriendelijk thuisblijven? Natuurlijk door illegalen te laten werken. Hoe anders? Wat dit betreft komt de uitbreiding van de EU met tien landen als geroepen. Die landen bieden een ruim reservoir van goedkope arbeidskrachten, die hier komen om te werken en zo de paradijskinderen geleidelijk aan te verdringen.

Waarom moeten alle belastingbetalers meebetalen aan een regeling voor alleen werknemers? Waarom wil de FNV er een collectieve en verplichte regeling van maken? De vakbond is nog niet helemaal wakker en leeft in een roze verleden. Men beseft daar kennelijk niet dat veel Nederlanders geen cent kunnen missen van hun inkomen. Ze lijden onder de gevolgen van hun ontslag, de aandelenleaseplannen en de verkeerd uitgepakte hypotheekconstructie (van harte gefeliciteerd met uw schuld). Deze mensen kunnen niet meedoen aan de regeling. Die eer is alleen voorbehouden aan werknemers met een stabiel, goed inkomen, een zekere baan en weinig schulden. Die vind je onder de vergadertijgers.