Verplicht op de divan bij de bank

In de wilde jaren van de beurs hadden banken en beleggers een `losse' relatie. Alles kon, alles mocht. Onder druk van enkele grote debacles is de verhouding aanmerkelijk formeler geworden. Banken hebben een zorgplicht, en cliënten kunnen niet meer doen wat zij willen.

Intake-gesprekken zijn niet langer het exclusieve domein van de hulpverlening. Ook banken als ABN Amro onderwerpen hun cliënten aan een `therapeutisch gesprek', voordat zij de turbulente wereld van het beleggen mogen instappen. Welk beleggingsgedrag past de klant het beste? Welke risico's kan hij aan? Welke aandelen passen het beste bij zijn profiel?

Banken en beleggers hebben leergeld betaald in de wilde jaren '90, toen beleggen synoniem was met succes. Debacles als met World Online en Legio Lease, die voor individuele beleggers rampzalige gevolgen hadden, noopten tot juridisering van de relatie: banken hebben nu een formele zorgplicht tegenover hun klant voor wie zij als adviseur optreden.

Voor de bank die alleen een doorgeefluik is voor beleggingsopdrachten van de klant aan de beurs, is er niet veel veranderd. Dat geldt voor de Postbank. ,,Daar is geen sprake van enig advies'', vertelt een woordvoerder van die bank. Het beleggingsprofiel dat bij de klant past, maakt hij zelf aan via de website van de Postbank. Het profiel kan net zo vaak door hem zelf worden aangepast als hij wil. Het profiel is niet bindend en kan door de klant niet tegen de Postbank worden gebruikt als beleggingen net even iets anders uitpakken dan de belegger voor ogen had.

Anders wordt het wanneer het om een adviserende bank of een vermogensbeheerder gaat. Daarover heeft de toezichthouder AFM bepaald dat er door de bank samen met de klant een formeel beleggingsprofiel moet worden opgemaakt. Dat wordt door beide partijen ondertekend en is bindend. Bij ABN Amro vormt het profiel de basis voor beleggingsadvies en vermogensbeheer. ,,Een vorm van juridisering'', zegt Eva Simon Thomas, hoofd juridische zaken van ABN Amro, over de zorgplicht. ,,En daar mag niet van worden afgeweken'', waarschuwt zij. ,,Want als het misgaat met de belegging, kan de klant met de regels in de hand de bank verwijten dat hij zijn zorgplicht heeft verwaarloosd'', zegt Simon Thomas. Dat kan de bank veel geld en haar reputatie kosten.

,,Tien jaar geleden'', vertelt Simon Thomas, ,,kon een klant die belegde om later zijn pensioen aan te vullen, ineens besluiten zijn hele vermogen te beleggen in risicovolle aandelen. Ook al had zijn beleggingsadviseur het hem sterk afgeraden. Toen klapte de beurs in elkaar en was de klant een groot deel van zijn geld kwijt. Jammer voor de klant, maar voor de bank had het geen gevolgen. Daarin heeft de wetgever verandering gebracht: de bank moet de klant op tijd waarschuwen bij grote afwijkingen van het vastgelegde profiel. Een voorbeeld van de toegenomen zorgplicht van de banken.

,,In de bescherming van de consument lopen wij het meest tegen de juridisering aan'', zegt Simon Thomas. ,,Diezelfde adviseur die tien jaar geleden uiteindelijk toch de risicovolle aandelen kocht voor zijn klant, moet nu die opdracht weigeren als die afwijkt van het formele belegprofiel.''

ABN Amro zegt vele miljoenen te hebben geïnvesteerd om hun organisatie aan te passen aan die uitbreiding van de zorgplicht. Klanten vechten beslissingen ook vaker aan. ,,Wel begrijpelijk, het gaat tenslotte om hun geld'', aldus Simon Thomas. ,,Meestal niet succesvol, omdat de belegger ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Uiteindelijk kennen juridische procedures vaak alleen maar verliezers'', vindt Simon Thomas.

De juridisering betekent wel meer werk voor de bank maar niet speciaal voor de juridische afdeling van Eva Simon Thomas. Daar werken 65 mensen, van wie 52 juristen. ,,Bij ons wordt het extra werk zoveel mogelijk gedaan binnen de klantenorganisatie'', vertelt ze. ABN Amro heeft daarom haar ruim 1200 beleggingsadviseurs juridisch bijgeschoold.

De bank heeft inmiddels ook een ,,afdeling Interne Hygiëne,'' zoals Simon Thomas de compliance-afdeling wel noemt. Daar werken ruim veertig mensen die bekijken of de bank voldoet aan de wettelijke regels en ook aan de Code Tabaksblat. In die code zijn voor beursgenoteerde ondernemingen de normen vastgelegd waaraan goed ondernemerschap in Nederland moet voldoen.

,,Om de bank Tabaksblat-proof te maken, zijn er twee juristen een half jaar voltijds met niets anders bezig geweest dan dat'', zegt de ABN Amro-juriste. Alle juridische kwesties die te maken hebben met de financiële dienstverlening van de bank doet haar afdeling zelf. De rest gaat naar grote advocatenkantoren. ,,Zoals Nauta Dutilh voor de puur Nederlandse zaken en de Britse advocatenkantoren Allen & Overy of Clifford & Chance voor zaken met een internationaler karakter'', vertelt Simon Thomas.

Het voorbeeld van de banken is illustratief voor de wijze waarop het Nederlandse bedrijfsleven zich in versneld tempo moet aanpassen aan de hardere zakencultuur die volgens veel betrokkenen uit de Verenigde Staten is komen overwaaien. Informele relaties maken plaats voor formele.

Volgens Frits van Hees, gespecialiseerd in het ondernemingsrecht en partner bij het advocatenkantoor Holland Van Gijzen, zijn de gevolgen van de juridisering van het bedrijfsleven misschien wel het grootst voor de juridische bedrijfstak zelf. ,,Vijfentwintig jaar geleden kende ook de grote advocatenkantoren niet zo veel specialisaties als nu'', zegt Van Hees. ,,Bedrijfsjuristen kunnen niet van alle markten thuis zijn. Dat kost het bedrijf te veel geld, dus kopen zij die kennis bij ons in'', vertelt hij.

Dat merkt ook Koen Laagland, juridisch specialist bij zakelijk dienstverlener Eiffel, bij de bedrijven die hij adviseert. Eén van de klanten van Laagland is een middelgroot handelsbedrijf dat dagelijks zo'n tachtig verkopers op de weg heeft. ,,Die sloten elke dag deals met klanten, maar het bedrijf had niet goed zicht op de juridische risico's die daaraan kleefden'', vertelt Laagland. ,,ook de verkopers zelf waren niet voldoende op de hoogte van de risico`s die aan de afspraken met de klant kleefden. Nu is er voor hen een lijst opgesteld met juridische do's en don'ts. Dus niet zomaar een garantieperiode verlengen, voordat gecheckt is wat de gevolgen daarvan zijn'', zegt hij, als voorbeeld. Ook heeft de onderneming een tweede bedrijfsjurist aangenomen die alle contracten beheert.

Kleine bedrijven zoals het commerciële opleidingsinstituut Pro Education in Amsterdam hebben geen eigen jurist in huis. ,,Dat is te duur'', vertelt Roos Zwetsloot, directeur van de organisatie die zich vooral richt op het geven van bachelor- en (post-)doctorale opleidingen. Het instituut heeft dertig man in dienst en docenten worden ingehuurd. ,,Wij merken heel veel van de juridisering'', zegt Zwetsloot, ,,vooral op het gebied van onderwijswetgeving, contractbeheer en assertieve klanten die dreigen met juridische stappen. Een goed gesprek kan dan veel oplossen maar daar huur je geen jurist voor in.''