Van de Prins geen kwaad?

Het is Franse-boekenweek, en aan de rand van ons zonnestelsel is een planetoïde ontdekt. Pieter Steinz wijdt deel twaalf van zijn serie over thema's in de wereldliteratuur aan parallelle werelden in het algemeen en Le Petit Prince van Saint-Exupéry in het bijzonder.

De novelle verscheen in 1943 en groeide binnen een paar jaar uit tot een cultboek met een massa-aanhang. Er werden tachtig vertalingen van gemaakt, waarvan in totaal veertig miljoen exemplaren over de toonbank gingen; de illustraties die de schrijver erbij tekende, zijn vermenigvuldigd op posters, behang en ontbijtservies. Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry geldt als het meestgelezen boek uit de Franse literatuur. Is er eigenlijk wel iemand die het chef-d'oeuvre van de jong gestorven piloot-schrijver (1900-1944) geen warm hart toedraagt?

Ja, ik. Hoe ik de afgelopen decennia ook mijn best heb gedaan, mijn ogen zijn blind gebleven voor de charme van het sprookje van Saint-Exupéry. `Je moet zoeken met je hart', zou de Kleine Prins zeggen, maar misschien ben ik gewoon te laat begonnen: als kind en zelfs als scholier heb ik Le Petit Prince nooit gelezen. Een jaar of vijftien geleden was de eerste keer, en ik kan me de teleurstelling nog goed herinneren. Was dit het nou? Dit slappe verhaaltje, over een gestrande vliegenier die kennis maakt met een buitenaards kereltje (afkomstig van asteroïde B 612, om precies te zijn)? Deze quasi-filosofische verhandeling, over een jongetje dat een piloot leert hoe belachelijk de volwassen wereld is? Deze moralistische fabel, waarin een naar onvrijheid snakkende vos de Kleine Prins leert dat hij verantwoordelijk is voor de roos die op zijn miniplaneetje groeit?

`Grote mensen begrijpen nooit iets uit zichzelf', zegt de verteller-vliegenier aan het begin van het boekje; `en het is voor kinderen vermoeiend om ze steeds en steeds weer uitleg te moeten geven'. Dat zal best, maar het is voor volwassen lezers ten minste zo vermoeiend om steeds en steeds vergast te worden op `diepzinnige' uitspraken als `Je bent nooit gelukkig, daar waar je bent', of: `Het is toch goed een vriend gehad te hebben, zelfs als je doodgaat', of: `Als een mysterie te veel indruk maakt, durf je er niet ongehoorzaam aan te zijn.' En wie zich hieraan niet ergert, kan altijd nog stikken in het brave humanisme waarvan Le Petit Prince doortrokken is.

Natuurlijk is het niet moeilijk om te zien waarom Le Petit Prince zo populair is geworden: het uitgespeelde contrast tussen kinderlijke naïviteit en volwassen `logica'; de spiegel die ons wordt voorgehouden door de vertegenwoordiger van een parallelle wereld; de schattige bijfiguren, de sprookjesachtige sfeer, en vóór alles de sublieme tekeningen, zonder welke de Kleine Prins een nog kwijnender bestaan zou leiden dan onze eigen Kleine Johannes. Het blonde, groengeklede mannetje op een grijs wereldbolletje met twee minivulkanen en een dito boompje is een klassieker geworden, zoals Winnie-the-Pooh aan de luchtballon, Alice tegenover de dodo en Jip en Janneke bij de heg. Toen begin deze week de ontdekking van de planetoïde Sedna bekend werd gemaakt, reageerde de cartoonist Kamagurka op de voorpagina van deze krant met een Kleine-Prinsvariatie.

En dan is er nog de mythische gestalte van `Saint-Ex': aristocraat, vliegtuigpionier en gestorven onder mysterieuze omstandigheden. Op 31 juli 1944 verdween hij in zijn Lockheed P 38 boven de Middellandse Zee. Spoorloos – opdat sommigen van zijn fans konden denken dat hij zelf de parallelle wereld was binnengevlogen, en anderen dat hij de uiterste consequentie had getrokken uit zijn verzet tegen de ouderdom. 't Is maar hoe je het bekijkt, weten de lezers van Le Petit Prince. Immers, de slappe, bruine hoed die de verteller laat zien op de eerste bladzijde van het boekje, blijkt eigenlijk een boa constrictor die een olifant heeft ingeslikt. Tenminste, in de ogen van iemand met fantasie.

Reacties: steinz@nrc.nl

Antoine de Saint-Exupéry: `Le Petit Prince' (uitg. Gallimard). `De Kleine Prins' (uitg. Ad. Donker, vert. Ernst van Altena).

Volgende week in `Lees mee met NRC': theater-leven. Besproken boek: `Mephisto' van Klaus Mann.