`Vader, dit is geen moment om triest te zijn'

In Irak circuleert een cd waarop zelfmoordterroristen afscheid nemen en oproepen tot de jihad. De meeste Irakezen weigeren te geloven dat het Irakezen zijn, maar veel wijst erop dat dit wel zo is. Irak is een uitstekend rekruteringsgebied voor zelfmoordterroristen.

Mijn naam is Parwa, de Koerd. Ik kom uit Erbil. Ik ben een van de mujahedeen van Jaish Ansar al-Sunna.'' Er zit een jongeman in beeld, eentje die zich nog maar sinds kort scheert. Parwa draagt een geblokt hemd over een zwart T-shirt. Over zijn borst hangen extra munitiezakjes, en achter hem staan twee kalasjnikovs tegen de muur. In het Koerdisch, met daaroverheen nasynchronisatie in het klassiek Arabisch, legt Parwa uit waarom hij het nodig vindt om zichzelf op te blazen. ,,Iedereen moet weten dat er geen enkel excuus meer is om zich niet te verzetten tegen de bezetter'', zegt hij.

Parwa is een van de vijf zelfmoordbommenleggers die hun videotestament hebben vastgelegd op een cd'tje dat in omloop is gebracht door een nieuwe en schimmige verzetsbeweging, Jaish Ansar al-Sunna, oftewel het Leger van de Beschermers van de Leer van de Profeet. Het schijfje circuleert sinds enkele weken in het milieu van de soennitische moskeeën in Bagdad. Het is uitgegeven in het vcd-formaat, de video-cd, de `dvd van de armen' waarop in Bagdad ook de allerlaatste, illegaal gekopieerde Hollywoodfilms te krijgen zijn.

Het is niet voor het eerst dat Iraakse verzetsbewegingen hun successen op schijf zetten. Ze zijn zelfs vaak gewoon in winkels te koop. Maar met de cd van Jaish Ansar al-Sunna is iets anders aan de hand: de groep is de allereerste die de verantwoordelijkheid opeist voor sommige van de zelfmoordbomaanslagen die Irak sinds een half jaar teisteren. Het is voor het eerst dat de daders van die aanslagen, geheel in de stijl van hun Palestijnse collega's, een videotestament achterlaten.

,,Vader, dit is geen moment om triest te zijn. Dit is een moment om de feestkledij boven te halen. Ik dank God dat hij mij heeft uitgekozen voor deze missie.'' Aan het woord is Abu Al-Bara'a al-Oteibi, een jongeman met een fijn baardje en een rood-witgeblokte kafiyeh om het hoofd. Hij spreekt in het klassiek Arabisch, en zijn accent en familienaam doen vermoeden dat hij uit een van de Golfstaten komt, mogelijk uit Koeweit of Saoedi-Arabië. Al-Oteibi heeft volgens de video meer dan vijfenzestig Amerikanen gedood in een aanslag tegen een `CIA-gebouw' in Erbil op 9 september. Er was die dag inderdaad een aanslag in het centrum van de Koerdische stad Erbil, waarbij drie doden en vijfenvijftig gewonden vielen. Zes van de gewonden waren functionarissen van het Amerikaanse State Department. ,,Luister naar God, en volg de weg van de mujahedeen'', zegt Al-Oteibi, ,,want dit is de enige waardige manier.''

Bommenlegger nummer drie noemt zichzelf Abu Abdullah Al-Dossary, een Koeweitse naam. Hij claimt de aanslag tegen de Turkse ambassade in Bagdad op 14 oktober vorig jaar, waarbij twee gewonden vielen, daags nadat de Turkse regering had aangekondigd troepen te willen sturen naar Irak. Nummer vier is heel waarschijnlijk een Irakees, afgaande op zijn uiterlijk en woordgebruik. Hij noemt zich alleen Abu Saleh, een bijnaam die `vader van Saleh' betekent, en hij claimt een aanslag nabij een kantoor van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) in Kirkuk op 20 november, waarbij vijf doden en zevenendertig gewonden vielen. Onder de dodelijke slachtoffers, allen Irakezen, bevonden zich een onderwijzeres en twee scholieren. ,,Ik offer mijzelf op voor de moslims en voor de islam'', leest Abu Saleh gedwee af van een papiertje. ,,Ik vraag God mijn offer te aanvaarden.''

De laatste bommenlegger op de cd – er circuleert een andere versie met zeven getuigenissen – is een jongeman die er uitziet alsof hij een Palestijn zou kunnen zijn. Abu Thabit al-Muhajer houdt een fel betoog tegen de leiders van de Arabische wereld: ,,Jullie zijn de spionnen van het westen en we zullen jullie allemaal uitroeien.'' Van Al-Muhajer wordt beweerd dat hij honderdvijftig Amerikanen heeft gedood in Mosul op 9 december. Er was die dag inderdaad een aanslag met eenendertig gewonden, maar van dodelijke slachtoffers werd geen melding gemaakt.

Amerikaans massagraf

Alleen van Parwa's zelfmoordactie, in Mosul op 22 juli, is geen spoor terug te vinden. Dat heeft mogelijk te maken met het feit dat het nieuws die dag werd gedomineerd door de dood van Saddams zonen Uday en Qusay na afloop van een urenlang vuurgevecht met de Amerikanen in Mosul.

Op de video-cd staat een verklaring voor de verschillen in aantallen slachtoffers. Er worden beelden getoond van een massagraf waarin de Amerikanen de slachtoffers zouden begraven die ze willen verbergen voor de eigen publieke opinie. Dit is een verhaal dat onder Iraakse verzetsstrijders al lang de ronde doet. Bizar is dat de beelden een Amerikaanse `body bag' laten zien. Of het stoffelijk overschot ook van een Amerikaan is valt niet te zeggen. Wat twijfel zaait is dat de beelden die telkens volgen op de videotestamenten geen beelden zijn van voor of tijdens de aanslag, maar altijd van na de aanslag. Het zijn beelden die iedereen had kunnen maken die zich in de buurt van de aanslag bevond. Misschien moeten de Iraakse guerrilla's het nog leren: tenslotte zijn zelfmoordaanslagen iets nieuws voor Irak.

De video-cd suggereert dat vermenging plaatsvindt van de zelfmoordaanslagen en de `gewone' aanslagen tegen Amerikaanse doelwitten, die het werk zijn van het Iraakse verzet. Het cd'tje begint met een vrolijk deuntje bij pittoreske beelden van de Iraakse natuur. Dan volgt, in de stijl van de Al-Qaeda-video's, een montage van `vreselijke beelden van de moslims in Irak': een Amerikaanse nachtelijke raid, Iraakse gevangenen die ruw worden behandeld en afgevoerd met de gebruikelijke plastic zakken over hun hoofd. Er zijn ook Amerikaanse soldaten te zien die het vuur openen op een betoging in Fallujah.

Spannend wordt het pas als een nachtelijke raketaanval wordt getoond op een moeilijk te onderscheiden doelwit en een aanslag op een Amerikaans konvooi met een verstopt projectiel dat tot ontploffing wordt gebracht vanuit een voertuig dat in de tegenovergestelde richting rijdt. Dan zien we een shot waarin de paspoorten en identificatiebadges van verschillende Spanjaarden worden getoond. Op 28 november 2003 werden zeven leden van de Spaanse inlichtingendienst gedood toen hun konvooi werd aangevallen ter hoogte van Mahmudia, op zo'n veertig kilometer van Bagdad. We zien ook de creditcards van Richard Flynn, een Canadese ex-politieman die in Irak werkte als veiligheidsagent voor een Amerikaanse firma. Flynn en zes anderen werden gedood toen hun konvooi onder vuur werd genomen bij het verlaten van een Amerikaanse basis in Fallujah.

Verstandshuwelijk

De meeste Irakezen weigeren te geloven dat de wrede aanslagen tegen Iraakse burgers, zoals begin deze maand in Kerbala en Bagdad, het werk kunnen zijn van Irakezen. Zij schrijven die liever toe aan buitenlandse onruststokers, hetzij Al-Qaeda, hetzij de Amerikanen of de Israëliërs. Maar minstens twee van de zelfmoordbommenleggers op de cd zouden Irakezen kunnen zijn. En er zijn ook andere aanwijzingen dat de cultuur van zelfmoordaanslagen verbreid raakt onder de Irakezen zelf.

De Los Angeles Times onthulde enkele weken geleden dat ten minste drie recente bomaanslagen het werk waren van Irakezen. Door een bizar toeval was het gezicht van de dader van een bomaanslag op een Amerikaanse basis in Rashidiya, ten noordoosten van Bagdad, gedeeltelijk intact gebleven. De autoriteiten slaagden erin om de bommenlegger te identificeren als Namir Awaad, een 23-jarige man uit Rashidiya zelf. Het onderzoek legde een plaatselijk netwerk van zelfmoordbommenleggers bloot. Ten minste drie daders van bomaanslagen in de regio, waarbij in totaal vijfentwintig mensen om het leven kwamen, zouden plaatselijke Irakezen zijn geweest.

Op een persconferentie zei generaal Chuck Swannack, bevelhebber van de 82nd Airborne Divisie die onder meer de verzetshaarden Ramadi en Fallujah controleert, dat in Irak sprake is van een `verstandshuwelijk' tussen Iraakse verzetslieden en terroristische organisaties. Volgens Swannack is het `gewone' Iraakse verzet in zijn regio zo goed als verdwenen door de 3.500 arrestaties, waaronder die van zevenhonderd `terroristen' die voor lange tijd zijn opgesloten. ,,Maar daar is een nieuw probleem voor in de plaats gekomen'', aldus de generaal. ,,Buitenlandse terreurorganisaties die zich in de provincie Al-Ambar vestigen en nu druk aan het rekruteren zijn geslagen onder de restanten van het Iraakse verzet.''

Over de precieze achtergrond van Jaish Ansar al-Islam zijn de meningen verdeeld. De beweging trad begin februari voor het eerst in de openbaarheid toen de naam opdook in een gemeenschappelijke verklaring van een dozijn Iraakse verzetsbewegingen, gelijktijdig uitgegeven in Ramadi en Fallujah. Een week later eiste Jaish Ansar al-Islam, op een inmiddels verdwenen website, de dubbele aanslag op tegen het Koerdische leiderschap in Erbil, waarbij meer dan honderd doden vielen.

Volgens officiële Koerdische bronnen is Jaish Ansar al-Sunna niets anders dan de reïncarnatie van Ansar al-Islam, de extremistische moslimorganisatie die in een noordoostelijke uithoek van Irak een Talibaanregime had uitgebouwd, tot zij in maart vorig jaar verjaagd werd in een gezamenlijke actie van Koerdische milities en Amerikaanse special forces. Van Ansar al-Islam werd gezegd dat het een filiaal was van Al-Qaeda. Andere bronnen menen dat Jaish Ansar al-Sunna ontstaan is uit salafistische kringen in Irak zelf. (Het salafisme is een variant van het wahabisme, de extreme moslimdoctrine uit Saoedi-Arabië die onder meer Osama bin Laden heeft voortgebracht.)

Een ding staat vast: het naoorlogse Irak, met zijn miljoenen werkloze jongemannen, is een uitstekend rekruteringsgebied voor terreurorganisaties die willen afrekenen met de Verenigde Staten. Of de rekruterings-cd van Jaish Ansar al-Sunna – want dat is het eigenlijk – zijn werk zal doen, valt nog te bezien. Parwa de Koerd hoopt in elk geval van wel. Zijn laatste woorden waren: ,,Ik hoop dat mijn daad andere moslims ertoe zal aanzetten om de jihad te voeren.''