Terugkeer der kampioenen

Als een emmer koud water in je nek. Zo omschreef een vertegenwoordiger van de Zwitserse farma-reus Novartis de interventie van de Franse premier Raffarin van deze week in de overnamestrijd rond het Franse farmaconcern Aventis. Raffarin wil dat Frankrijk in het geval van een bioterroristische aanval kan beschikken over de productie van vaccins. De boodschap: het vijandige bod van het eveneens Franse Sanofi op Aventis mag van de Franse regering niet worden doorkruist door een tegenbod van het Zwitserse Novartis.

Raffarin kreeg vervolgens zowel de Franse zakenwereld als de Londense City over zich heen. Maar de reflex is duidelijk. Het begrip `strategische industrie' verandert met de tijd mee. Vroeger moest elk land koste wat kost zijn eigen staalindustrie hebben, want voor kanonlopen, kogels en granaathulzen kon je niet afhankelijk zijn van import. De sanering van de Europese staalsector loopt nog steeds tegen een muur van nationale belangen aan. Energie, de financiële sector, luchtvaart en telefonie behoren eveneens tot `strategische' sectoren. En dan nu dus ook de farmaceutische industrie.

Waar staat Nederland? Enerzijds is er het Belgische model: een land dat in vrijwel alle belangrijke strategische sectoren geen nationale kampioen meer heeft. Anderzijds is er het Franse model: het door fusies creëren van nationale kampioenen.

Nederland verschuift in hoog tempo richting België. Hoogovens is al Brits, en binnenkort misschien wel half Russisch. De effectenbeurs is in de praktijk Frans. Maandag komt het prospectus uit voor de overname van KLM door Air France. Voor het nationale telefoonnet houdt Nederland een tijdelijk financieel vangnet achter de hand, mocht eigenaar KPN onverhoopt bankroet gaan, zo heeft het kabinet vorig week besloten.

En er is geen overdreven dirty mind voor nodig om te bedenken dat de reactie van de City op de reserveproblemen bij de Koninklijke/Shell Groep een dubbele agenda heeft: de luide roep om de verandering van de bestuursstructuur bij de oliegigant is mede bedoeld om een einde te maken aan het al langer gelaakte polderkarakter van de besluitvorming bij de groep, die 60 procent Nederlands en 40 procent Brits is.

Ligt hier, naar Franse analogie, een taak voor premier Balkenende? Moet hij oud-minister en Akzo Nobel-topman Hans Wijers bellen om zeker te stellen dat het nationale belang in acht wordt genomen bij een eventuele splitsing van het concern in een verf- en farmatak?

Liever niet. Het streven naar nationale kampioenen is een blijk van wantrouwen, en een stem tegen de open internationale economie.