`Taiwan moet democratisch blijven'

In Taiwan zijn vanochtend de stemlokalen open gegaan ondanks de aanslag van gisteren op president Chen Shui-bian. Chen raakte lichtgewond, en kan het vandaag opnemen tegen de kandidaat van de KMT, Lien Chan.

Door de aanslag op de zittende Taiwanese president Chen Shui-bian hebben de presidentsverkiezingen van vadaag in Taiwan opeens een extra lading gekregen. President Chen werd gisteren op de laatste campagnedag door een kogel in zijn buik getroffen. De president en zijn vice-president liepen slechts lichte verwondingen op, en gisterenavond verschenen ze alweer op de Taiwanese televisie.

Eerder had de televisie al beelden vertoond van de door de kogel geschampte buik van Chen, om zo te bewijzen dat de president er niet ernstig aan toe was, en dat stemmen op hem niet neerkwam op het stemmen op een invalide.

Toch is de schok die de aanslag teweeg heeft gebracht, groot. De al zeer geëmotioneerde stemming, die voorheen vooral werd veroorzaakt door de angst dat herverkiezing van Chen zou bijdragen aan de spanningen met China, is nog sterker geladen geworden.

Naast de externe, min of meer vertrouwde dreiging vanuit Peking lijkt er nu plotseling ook sprake te zijn van interne krachten die de politieke strijd met Chen desnoods met geweld willen uitvechten. Niemand had een dergelijke aanslag verwacht, en de rode, open jeep van de president was dan ook nauwelijks beveiligd.

Bij het verkiezingshoofdkwartier van de Democratische Progressieve Partij van Chen stonden gisterenavond veel, uiterst luidruchtige aanhangers van de president, ondanks het overheidsbesluit om alle verkiezingscampagnes te staken. De stemming was vriendelijk en enthousiast, van echte verslagenheid leek geen sprake. Op dat moment was dan ook al algemeen bekend dat de president slechts lichtgewond was, en overheerste een groot gevoel van saamhorigheid. De meeste aanwezigen zeiden te verwachten dat de aanslag president Chen alleen maar meer stemmen zal opleveren.

Toch toont de zestigjarige mevrouw Lin, die alleen met haar achternaam in de krant wil, zich zeer geëmotioneerd over het gebeuren die dag. ,Het maakt mij niet uit wie de verkiezingen wint, als de campagne maar eerlijk verloopt'', zegt ze. ,,Zo'n aanslag vind ik beneden alle peil.''

Voor mevrouw Lin zijn zaken als vrijheid en democratie geen abstracte ideeën. Ze weet net als haar leeftijdsgenoten uit eigen ervaring wat het is om zonder die verworvenheden te moeten leven. ,,Ik ben heus niet zo'n aanhanger van Chen Shui-bian, maar dacht je nou echt dat ik ooit weer op de KMT zou stemmen, de partij die ons vroeger zo heeft onderdrukt? Geen sprake van.''

Lin is opgegroeid in de tijd dat de nationalistische partij de KMT (Kwomintang) nog de alleenheerschappij had in Taiwan en het land bestuurde als een politiestaat. Pas met het opheffen van de noodtoestand in 1987 kwam er geleidelijk aan meer vrijheid, en pas in 1991 werden de eerste vrije verkiezingen gehouden. Meteen kwam er toen een democratisch gezinde president aan de macht, de door China zeer gehate en gewantrouwde Lee Tenghui, die zich een groot voorvechter voor een formeel onafhankelijk Taiwan heeft getoond.

,,Vroeger werden we door verklikkers in de gaten gehouden, en als je dingen zei die de regering niet bevielen, dan werd je opgepakt en gevangen gezet. Dat wil ik nooit meer meemaken'', zegt mevrouw Lin. ,,Ik vecht voor de toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen. Taiwan moet democratisch blijven, en zo'n laffe aanslag maakt me alleen maar meer vastberaden. ''