Stop het debat over oorzaken van terreur en concentreer je op bestrijding

Nederland moet zijn naïviteit laten varen.

De bevolking moet waakzamer worden.

De mensen van kwade wil zijn ook onder ons.

We doen in ons land helaas nog altijd alsof onze individuele vrijheid en onze veiligheid tegengestelde waarden zijn. Ons kabinet kan niet omgaan met de realiteit van na de terreuraanslagen. De politieke correctheid van Paars is gevolgd door een christelijk-politieke vermijdcultuur.

Amerika had al zijn 9/11, Europa heeft nu zijn 11de maart. De beelden van die verwoestende aanslagen blijven in ons geheugen gegrift. Maar als we naar de reacties van grote groepen burgers en een groot aantal politici in het Westen op die aanslagen en op de oorlog tegen het terrorisme kijken, moeten we onderkennen dat zij onder de druk van die schokgolven de weg inmiddels volkomen kwijt zijn.

Met afgrijzen herinner ik me hoe demonstranten in Londen enkele maanden geleden een namaakbeeld van president Bush omvertrokken en voor de

zekerheid erbij vermeldden dat het precies zo bedoeld was als het vernietigen van het standbeeld van Saddam Hussein in Bagdad in april 2003.

De demonstranten zagen kennelijk geen verschil tussen een democratisch regiem – de Verenigde Staten – en een van de meest afschuwelijke dictaturen van de laatste decennia, het Irak van Saddam Hussein. Na de aanslagen op joodse en Britse doelen in Istanbul in november betoogden velen dat die het zoveelste bewijs waren van het ongelijk van het Amerikaanse en Britse optreden in Irak. De aanslagen moesten – zo zeiden ze – de regeringen die dat optreden steunen, te denken geven. Ik hoorde een demonstrant op de BBC zelfs zeggen dat de Britse regering tot inkeer moest komen.

En nu waren er dan de wrede aanslagen in Madrid. Het is weer hetzelfde verhaal: als ze van islamitische kant zijn gekomen, zou dit het zoveelste bewijs zijn dat de steun van een westers land aan het Amerikaanse optreden in Irak dat soort terreur alleen maar in de hand werkt, en dat die steun dús onmiddellijk gestopt moet worden. De nieuwe premier Zapatero heeft de terroristen op hun wenken bediend. Hij trekt zijn troepen uit Irak terug.

De ETA zal jaloers zijn. Net als andere terreurgroeperingen van de oude stempel zal ze beseffen dat ze het met de ouderwetse, beperkte methoden niet langer redt. Ze weet dat alleen catastrofaal terrorisme succes oplevert. Bij de volgende verkiezingen weet ze hoe het moet.

Al-Qaeda maakt niet alleen school onder islamitische terreurgroeperingen. Het wijst elke groep fanatici de weg naar het succes. Dat is de meest verontrustende ontwikkeling van de afgelopen weken. Ook in die zin heeft Walter Laqueur, zoals gewoonlijk, het gelijk aan zijn zijde: ,,Dit is alleen nog maar het begin.'' (Opinie & Debat, 13 maart).

Wat de critici niet beseffen, is dat we steeds vaker en met toenemende intensiteit geconfronteerd worden met een verschijnsel dat we simpelweg voor de volle honderd procent moeten veroordelen, afwijzen en bestrijden. In zijn huidige vorm is terrorisme immers het ernstigste kwaad dat de democratische samenlevingen bedreigt. Zeiden de Chinezen nog ,,dood enkelen, jaag velen angst aan'', het hedendaagse, catastrofale terrorisme doodt honderden, duizenden mensen en jaagt miljoenen, zo niet miljarden mensen angst aan. Het lijkt nog niet tot de critici te zijn doorgedrongen dat het traditionele terrorisme – zoveel mogelijk effect, zo min mogelijk slachtoffers – het verliest van het nieuwe terrorisme.

Dat nieuwe terrorisme zoekt maximaal effect door zoveel mogelijk slachtoffers te maken. En omdat de mens aan alles went, dus ook aan dreigend onheil, zal het nieuwe terrorisme naar steeds catastrofalere middelen grijpen. Het wachten is inderdaad op een terroristische aanslag met nucleair materiaal. Want anders zijn de aandacht van de media en het effect op de politieke elites niet meer gegarandeerd.

Op alle mogelijke manieren hebben zowel de bevolking als veel politici, zeker ook in ons land, het catastrofaal terrorisme uit hun denkraam verbannen. De gemakkelijkste manier is terreur te verengen tot een probleem van landen, in het bijzonder Amerika, die door de zogeheten internationale gemeenschap zo ongeveer als symbolen van het kwaad worden gezien. Dat achter het schild van die internationale gemeenschap voor een groot deel abjecte dictaturen schuilgaan die de internationale terreur aanmoedigen, wordt gemakkelijk vergeten.

Een tweede manier om de confrontatie met het catastrofaal terrorisme uit de weg te gaan, is en blijft om over de oorzaken van het terrorisme te beginnen. Steeds weer hebben we in de afgelopen jaren, ook nu weer, na een terroristische aanslag hoogdravende analyses gehoord over bijvoorbeeld de complexe, internationale politieke verhoudingen; of over de koppelingen van de terroristische aanslag hier met ontwikkelingen in andere, vaak ver verwijderde plaatsen of regio's.

Het resultaat van dit soort analyses is een ongekend repertoire aan redenen om begrip op te brengen voor terroristische aanslagen. Het leidt onvermijdelijk tot het ellendige onderscheid tussen `goede' en `slechte' terreur. En nog erger, het resulteert in de afwenteling van de verantwoordelijkheid voor het terroristische kwaad op hen die het met kracht bestrijden. Wat we bij dit alles helaas niet te horen krijgen, is dat het afkeuren en bestrijden van terrorisme een existentieel en moreel-ethisch postulaat is voor de binnenlandse en internationale politiek.

De bedreiging van het hedendaagse terrorisme treft onze samenleving in haar vezels. Het haalt elk onderscheid tussen het objectief bepaalde risico en de subjectieve beleving daarvan weg. De objectieve kans dat een terroristische aanslag ons individueel treft, is verwaarloosbaar, maar de psychologische dreun die een terreurdaad op een willekeurig moment, op een willekeurige plaats, uitdeelt, is ontzagwekkend. We proberen dus ook allerlei oorzaken te construeren – van de Turkse relaties met de Verenigde Staten en Israël tot de Spaanse steun aan het Amerikaanse optreden in Irak – en we geven ons daarmee over aan de illusie dat als we die oorzaak nu maar wegnemen, we de terroristische duivel uitdrijven. Maar we miskennen dan het feit dat het nieuwe terrorisme zich hiervan niets aantrekt. Het heeft bovendien ook soft spots – open doelen – en soft moments – onverwachte momenten – op zijn lijstje staan.

De terroristen van deze tijd laten zien dat zij uitstekend op de hoogte zijn van de wezenlijke kenmerken van onze samenleving. Ze profiteren maximaal van de dominante rol van de massacommunicatie en van de groeiende neiging van de bevolking tot collectieve identificatie met positieve maar zeker ook negatieve piekgebeurtenissen. Sinds 11 september 2001, en op de kop af 911 dagen daarna de aanslagen in Madrid, is het resultaat inderdaad: dood honderden, jaag miljoenen angst aan. In onze samenleving zijn kennelijk enkelingen in staat massa's mensen angst in te boezemen. En dat terwijl onze samenleving toch al zo gevoelig is voor verstoringen, teleurstellingen en inbreuken op de verwachting dat het almaar beter zal gaan. We leven in een samenleving waar alleen al het aanzeggen van mogelijk onheil de raderen van de moderne samenleving kan stilleggen en het maatschappelijk leven voor langere tijd kan ontwrichten. Alle reden om het terrorisme zo hard mogelijk aan te pakken.

Voor de bestrijding van het catastrofaal terrorisme is het allereerst, zeker in Nederland, van het grootste belang dat de bevolking haar naïviteit laat varen. Vergeleken met andere landen heerst hier het misverstand dat het bij ons niet zal gebeuren. Dat komt niet alleen door het misplaatste idee dat terroristische groeperingen zich richten op de grote landen en mega-steden, maar ook door het in ons land gekoesterde geloof in de goede wil. Dat geloof in de goede wil hoeft niet overboord gezet te worden, maar er is veel meer realiteitszin nodig. Zoals ook uit de jaarverslagen van de AIVD blijkt, weten terroristen ook ons land te vinden en terroristen lopen ook bij ons rond.

De bevolking moet veel waakzamer worden. We moeten het gewoon durven zeggen en ernaar handelen. De eerste hindernis voor de terrorist is de oplettende burger die ziet dat er mensen in de straat komen wonen die iets in hun schild voeren; de opmerkzame duikschoolhouder die een groepje jongeren onderricht geeft die verder weinig met de duiksport ophebben; de waakzame wetenschapper in het chemisch lab die merkt dat een onbekende collega uit een ver land opeens grote interesse in zijn gasproeven toont; en – nadere toelichting overbodig – de directeur en de alerte suppoost van het internationaal vermaarde museum dat onze grootste nationale kunstschatten beheert.

We moeten ook niet zo naïef zijn te denken dat al onze eigen collegae, medewerkers, managers en contractanten zélf van goede wil zijn. De mensen van de kwade wil zijn ook onder ons. Dat de vermaarde viroloog Osterhaus zegt bij het aannemen van personeel ,,zijn gezonde verstand'' te gebruiken (de Volkskrant, 22 november), wil ik graag geloven. Maar het is niet erg vertrouwenwekkend als dit de algemene noemer is waaronder personeel bij kwetsbare instituten, vitale objecten in de energie- of transportsector en mogelijke soft spots binnenkomt. Het is om die reden hoog tijd het personeel in vele organisaties en instellingen, zowel in de publieke als de private sector, omvattender en scherper te screenen. De koppeling van het veiligheidsonderzoek van de AIVD aan een beperkt aantal zogeheten vertrouwensfuncties bij de overheid is achterhaald. Er zitten veel meer mensen op posities vanwaaruit met een beetje kwade wil groot onheil kan worden aangericht.

Ons land zit wat betreft de terreurbestrijding in een vicieuze cirkel. Er heerst veel naïviteit, en daarbij komt dat de overheid er lange tijd een gewoonte van heeft gemaakt om zeer terughoudend te zijn met de communicatie over de risico's en de mogelijke gevolgen van het nieuwe terrorisme. Vergeleken met landen als Amerika en Engeland is er de afgelopen jaren weinig over naar buiten gebracht. Toereikende communicatie over dreigingen tussen overheid en burgers dient uiteraard gebaseerd te zijn op het beginsel van need to know, niet van nice to know. Maar als de bevolking waakzamer moet zijn, is een open houding van de overheid jegens de burgers hard nodig.

Van de nu op stapel staande nationale wetgeving op terroristische misdrijven zijn geen wonderen te verwachten. Het verdubbelen van de strafmaat voor misdrijven die ,,met een terroristisch oogmerk'' gepleegd worden, zal de 21ste-eeuwse terrorist niet bepaald afschrikken. De strafmaat voor samenspanning zal evenmin veel effect hebben.

De wetgeving zal verder moeten reiken en bovendien op één lijn moeten komen met die van de andere Europese landen. Maar we doen in ons land helaas nog altijd alsof onze individuele vrijheid en onze veiligheid tegengestelde waarden zijn.

Het begint al bij de wetten die vooral voor de bestrijding van de criminaliteit dienen maar het ook terroristen een klein beetje moeilijker kunnen maken: de algemene identificatieplicht, preventief fouilleren op straat en in het openbaar vervoer, cameratoezicht.

De goedgelovigen trekken hier al onmiddellijk alle registers van de privacybescherming open. Maar dat geluid zal verstommen wanneer het catastrofaal terrorisme een van onze grote steden of vitale objecten treft en van het ene op het andere moment honderden, zelfs duizenden slachtoffers maakt.

Prof.dr. Uri Rosenthal maakt deel uit van de Eerste Kamer en is lid van de fractie van de VVD. Hij is tevens voorzitter van COT (Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement) en publiceerde over politiek-bestuurlijke besluitvorming, crisisbesluitvorming en openbare orde en veiligheid.